Foto: Hans Prinsen AlgemeenColumn

‘Groei hoort bij het (economisch) leven’

Over groei (en krimp) moet je op een selectieve manier spreken om onzin te vermijden.

Er is al 50 jaar discussie over economische groei. Het begon met het Rapport van de Club van Rome in 1973 dat sprak over de grenzen aan de groei. Er verschenen boeken als Hou het klein en De ‘steady state’ economie. Het kernargument van de anti-groeiers is dat economische groei en ecologisch behoud of herstel niet samengaan. Economische groei gaat altijd gepaard met een stijgend verbruik van natuurlijke hulpbronnen, zoals grondstoffen, water en schone lucht, zo luidt de redenering. Er is heel wat empirisch bewijs voor deze stelling.

Hoewel dit denken al meer dan 50 jaar oud is, kan je nog steeds niet spreken van een brede maatschappelijke steun voor een ‘groeistop’, laat staan een krimp. Er is echter wel sprake van een opleving van de groei-kritiek door de internationale ontgroei-beweging. Ik zie één reden en één argument waarom deze beweging nog steeds weinig populair is. De hoofdreden is dat een groeistop of krimp ‘pijn’ doet. Iedereen wil profiteren van welvaart en een stijgend inkomen. Er is de angst dat een groeistop het einde van een leuk leven zal betekenen. Economische groei is zo bezien het spiegelbeeld van de groei van consumentenverlangens.

Innovaties en technische vooruitgang

Het grote tegenargument tegen het bewijsmateriaal van de anti-groeiers is de techniek: technische vooruitgang en innovaties lossen de problemen op die de groei veroorzaakt. Techniek is iets moois en technische oplossingen spreken vaak tot de verbeelding. Het staat buiten kijf dat de techniek tot grote verbeteringen heeft geleid, maar ook dat de problemen daarmee niet weg zijn.

Hebben we een teveel aan groei…? Er zijn in het verleden berekeningen gedaan via de duurzaam nationaal inkomen-methodiek waaruit blijkt dat ons duurzame inkomen wel eens rond de 50% van ons werkelijke inkomen zou kunnen liggen. Als dat waar is, is krimp in de rest van de economie nog harder nodig dan in de landbouw: mogelijk zelfs een krimp van 50%! Praktisch onbespreekbaar natuurlijk.

Landbouw is bijzonder en voedsel heeft een ‘status aparte’

Hoe verder…? Ik denk dat de analogie van de natuur hier kan helpen. Groei hoort bij het leven, maar ze verandert in de loop van de tijd wel van karakter. Niemand groeit tot zijn 60ste door in de lengte. Groei in lengte en gewicht maakt plaats voor groei in kennis, vaardigheden en hopelijk ook in wijsheid. Ja, en er kan ook kwaadaardige groei zijn: de woekerende tumor. Je moet dus steeds ‘selectief’ over groei spreken. Naast letten op de omvang meer en meer oog hebben voor kwaliteit ervan (duurzaamheid). En dingen die echt scheef gaan vragen om een wegsnij-operatie.

Bij landbouw en voedsel zijn er twee belangrijke basisprincipes: groei is écht nodig om een groeiend aantal monden goed te kunnen voeden, én de balans met ecologie en milieu. Landbouw is bijzonder en voedsel heeft een ‘status aparte’. Dat stelt extra hoge uitdagingen aan het beleid.

Meer lezen over agrarisch vastgoed? Check het dossier!

Reacties

  1. Het behoudt van de omvang van de varkensstapel is niet van belang voor de varkenshouder. Echter wel voor de aanverwante bedrijven en Wageningen Universiteit deze verdienen voornamelijk aan Massa is Kassa, en voor de boer geldt door minder Massa meer Kassa.

    Ze pleiten voor het behouden van een zo groot mogelijk volume in bijvoorbeeld de varkenshouderij. Dit is van zeer groot belang voor het verdienmodel.

    Deze bedrijven verdienen hun geld aan volume en het investeren van kapitaal en exporteren van kennis in/naar het buitenland, (productie verplaatsing). Deze ontwikkeling maakt onze concurrenten ijzer sterk en zorgt dat onze afzetmarkten verzadigd raken. Het zou goed zijn wanneer alle aanverwante bedrijven en onderwijsinstellingen een fonds creëren waaruit de boer betaald krijgt om het volume in de markt in stand te houden. De boer faciliteerd het verdienmodel van deze partijen en daar mag best iets tegen overstaan. Een vergelijkbaar systeem zoals de productschappen voorheen onderzoek financieren, met het verschil dat nu de boer betaald wordt voor zijn rol waar vanuit de markt geen vergoeding tegen overstaat. We produceren te slotte op een manier waar deze partijen optimaal rendement kunnen halen.

    Productieverplaatsing vindt plaats door kennisdeling en het investeren van kapitaal door Nederlandse aanverwante bedrijven in het buitenland dat verdient is bij de Nederlandse boer. Heeft weinig met politiek te maken.

    1. Gelukkig heeft de warme sanering nog iets recht kunnen trekken maar jammer genoeg betekent een krimp van de Nederlandse varkenssector van 10% Europees gezien een druppel op een gloeiende plaat, (nog niet eens 1% Europees) netto groeit de productie in Europa nog elk jaar fors.

      Landbouweconomen zien het liefst de zelfvoorzieningsgraad van de Europese sector met 15% afnemen naar een zelfvoorzieningsgraad van 110% om een gezonde Europese varkensmarkt te creëren. Die 15% lijkt weinig maar is echter al ruim meer dan de totale Nederlandse varkensproductie. En dan te bedenken dat de Nederlandse perifirie nog altijd opzoek is naar groeimogelijkheden van de varkensproductie in het buitenland. De boer zit klem in de oorlog om marktaandeel die de bedrijven uit de periferie met elkaar voeren.

      (voorbeeld, google: Investeren in de varkenskolom in Hongarije, Roemenië, Oekraïne en Rusland)

      (voorbeeld, google: Sector-Study-Pig-Chain-Argentina-2020) download het onderzoek.

Beheer
WP Admin