Extra alert zijn op agressieve klonen

Laatst bijgewerkt:
Meer afwisseling van middelen tegen phytophthora kan op termijn nodig zijn om het oprukken van agressievere, nieuwe phytophthora-klonen, te stuiten. - Foto: Lex Salverda

Meer afwisseling van middelen tegen phytophthora kan op termijn nodig zijn om het oprukken van agressievere, nieuwe phytophthora-klonen, te stuiten. - Foto: Lex Salverda


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Er zijn nog weinig meldingen van phytophthora. Met natter weer kunnen agressieve klonen snel oprukken. Zorg daarom voor gesloten spuitschema’s.Vanaf het begin van dit aardappelseizoen tot aan medio juli is er weinig phytophthora gevonden. “Na zware buien in de Veenkoloniën zagen we in mei wat beginnende infecties, onder andere vanuit oösporen”, zegt Aaldrik Venhuizen, technisch manager R&D van Agrifirm. “Half juni waren er ook infecties in Flevoland en Noord-Nederland. Door de aanhoudende droogte zetten deze niet door.”In zijn pootgoed voerde Jan van Ackeren op 12 juli 2018 zijn zesde bespuiting tegen phytophthora uit. Hij heeft ook een vangbak voor luizen om effectief te kunnen spuiten tegen luizen. - Foto's: Lex SalverdaUit de phytophthora-monitoring van Dacom Farm Intelligence bleek dat vanaf 1 juni de infectiekansen ook toenamen in het Zuiden. In Midden-Nederland en Noord-Holland is ook wat phytophthora gezien. “Er lijkt nu weinig aan de hand en telers hebben bij lang droog weer de neiging om minder vaak te spuiten en/of minder middel te gebruiken”, zegt Marco Van Soesbergen, productmanager van Crop Solutions, die waarschuwt dat ze dit later in het seizoen kan opbreken. “Agressieve stammen kunnen bij veel regen in korte tijd toch ineens toeslaan, dus voorkom gaten in het spuitschema.”Huub Schepers, fytopatholoog van Wageningen University & Research, weet dat phythopthora bij droge omstandigheden latent aanwezig kan blijven in de stengel en bij nat weer daarna snel kan toeslaan.Agressievere klonenHet risico op een phytophthora-uitbraak is dit jaar groter door het snel oprukken van agressievere, nieuwe phytophthora-klonen, zoals EU36 en EU37. In Nederland bestaat de phytophthora-populatie al voor ruim 52% uit deze 2 nieuwe klonen. “Agressieve stammen gaan eerder sporuleren en geven meer sporen”, zegt Schepers. “Ook kunnen nieuwe stammen resistent zijn tegen bepaalde actieve stoffen, maar dat hoeft niet.”We weten nog niets over de gevoeligheid van nieuwe klonen voor andere actieve stoffen. Dat is reden tot zorgTot dusver is dat bij slechts 2 klonen aangetoond, blijkt uit Wagenings onderzoek. De kloon EU13 of Blue13 is niet gevoelig voor de werkzame stof metalaxyl en EU37, die in 2014 voor het eerst in Nederland werd ontdekt, is minder gevoelig voor de actieve stof fluazinam. “We weten nog niets over de gevoeligheid van nieuwe klonen voor andere actieve stoffen. Dat is reden tot zorg”, vindt Olaf van Campen, crop manager van Adama.“Als agressieve klonen sneller vermeerderen en resistent worden, is het de vraag of traditionele blokbespuiting op termijn nog voldoende effectief is”, zegt Van Campen. “Uit onze proeven met zetmeelrassen, blijkt dat wekelijks afwisselen met verschillende werkzame stoffen een beter resultaat oplevert in de phytophthora-bestrijding dan een blokkenschema. Er is meer langjarig onderzoek nodig naar de effectiviteit van afwisseling van middelen in combinatie met kortere spuitintervallen.”Variabele spuitintervallenNiet iedereen is voorstander van het afstappen van blokkenschema’s vanwege oprukken van EU36 en EU37. “Op dit moment heeft dat nog niet geleid tot aanpassing van onze gewasbeschermingsschema’s”, zegt Venhuizen, die wel vindt dat er mogelijkheden moeten blijven voor variabele spuitintervallen. “Beperking van etiketten op 7 dagen of langer dreigt een probleem te worden, als kortere intervallen in bepaalde situaties wel wenselijk zijn.”Paul Hooijman van Delphy is het daarmee eens. “Als je met je perceel naast een grote phytophthora-haard zit, moet je direct volle bak ingrijpen. Bij voorkeur met een interval van 3 of 4 dagen en volledige dosering. Om phytophthora in de kiem te smoren, moet je niet beperkt worden door etiketten.”Verkorting van spuitintervallen kan wel nodig zijn om agressieve klonen te beheersenVan Campen stelt dat telers het probleem van de langere spuitintervallen van één middel kunnen oplossen met afwisseling van middelen. Schepers vindt dat een blokkenschema voldoet. “In de verschillende groeifasen van de aardappelplant zet je alleen die middelen in die in het betreffende groeistadium het beste werken. Verkorting van spuitintervallen kan wel nodig zijn om agressieve klonen te beheersen.”Nieuwe ontwikkelingenMeer afwisseling van middelen kan een nieuwe trend worden, net als kortere spuitintervallen in kritieke perioden. “Gebruik van phytophthora-adviesmodules blijft ook belangrijk”, zegt Venhuizen. “Telers zijn daarmee bewuster bezig met bespuitingen, ze leggen in de module bespuitingen vast en zien de effecten ervan. Daarmee krijgen ze meer inzicht.”Volgens Venhuizen is biomassa-afhankelijk doseren ook nieuw. “We hebben de eerste aanzet gedaan tot aanpassen van dosering aan de toename van de loofhoeveelheid.”Onderzoek naar plantversterkersCrop Solutions doet al jaren onderzoek naar plantversterkers, zoals zeewierextracten en aminozuren. Sinds 2 jaar levert het bedrijf CropActiv-producten, die abiotische stress in planten helpt voorkomen. “We onderzoeken ook de inzet van diverse stoffen, waarvan enkele van biologische oorsprong, in combinatie met fungicidenschema’s in diverse gewassen. Deze stoffen maken planten preventief weerbaarder tegen schimmelaantasting. Enkele stoffen geven het beoogde effect. De wijze waarop we plantversterkers het best kunnen inzetten in spuitschema’s en de consistentie van werking vraagt nog meer onderzoek”, zegt Van Soesbergen, die een grotere inzet op veredeling van phytophthora-resistente aardappelrassen ook belangrijk vindt.Moderne verdelingstechniekenMet moderne veredelingstechnieken, zoals cisgenese of Crispr-Cas, zijn phytophthora-resistente aardappels te kweken. Maar deze technieken zijn in Europa vooralsnog geclassificeerd als genetische modificatie en niet zo maar toe te passen. “Vaak hebben resistente rassen ook minder goede gebruikseigenschappen, waardoor ze in de gangbare aardappelteelt bijna niet worden gebruikt”, zegt Schepers. “Met conventionele veredeling een resistent ras kweken dat ook goede gebruikseigenschappen heeft, duurt heel lang, maar kwekers zijn nu heel dicht bij dat moment.”Schepers verwacht op korte termijn ook veel van de ontwikkeling van biologische middelen tegen phytophthora die niet resistentie-gevoelig zijn, zoals bacterie- of schimmelpreparaten die antagonistisch werken op de phytophthora-schimmel.‘Kort voor kritieke periode spuiten, werkt goed’Rene Hameleers gebruikt sinds vorig jaar de phythopthora-module van Agrifirm. “Daarmee weet ik zeker dat ik op kritieke momenten spuit”, legt hij uit.Naam: Rene (47) en Lilian Hameleers (42). Woonplaats: Wijlre (Lb.). Bedrijf: akkerbouw op 65 hectare lössgrond, waarvan 26 hectare consumptieaardappelen.Hameleers wil phytophthora-infecties in zijn fritesaardappelen voorkomen. “Met de phytophtora-module via Akkerweb kan dat. Het is een hulpmiddel. Het blijft belangrijk om je boerenverstand te gebruiken en goed naar het gewas te blijven kijken.”De aardappelpercelen zijn ingetekend in de module en per perceel zijn pootdatum, ras en spuitschema ingevoerd. De module combineert deze informatie met de weersvoorspelling en een groeimodel en zet deze om in een advies. Hameleers moest eerst wel wennen aan het systeem. “Met name vroeg in het jaar lijkt het soms helemaal geen ‘phytophthora-weer’, maar adviseert de module om toch te spuiten.”Dit jaar zijn tot medio juli 5 bespuitingen uitgevoerd en heeft de Limburger nog geen phytophthora-uitbraak gehad. Hij spuit met Revus, Valbon en later in het seizoen met Canvas en Ranman Top. “Het grootste voordeel van de module is dat ik nu uitbraken voor ben en dat geeft rust. Ook voorkomt het opbrengstschade door phytophthora. Daarnaast bespaart het op spuitkosten, omdat stopbespuitingen bij een uitbraak 2 keer zoveel kosten als preventief spuiten.”‘Spuiten op basis van 40 jaar ervaring’Jan van Ackeren spuit op basis van jarenlange ervaring met succes tegen phytophthora. Toch overweegt hij een spuitadviessysteem.Naam: Maatschap Jan (62) en Patrick van Ackeren (23). Woonplaats: Wieringerwerf (N.H.). Bedrijf: akkerbouw op 45 hectare lichte kleigrond, waarvan 16,5 ha pootgoed.Jan van Ackeren teelt al 40 jaar aardappelen en heeft in al die jaren slecht één keer een phytophthora-aantasting gehad. “We zijn nu met het veertigste spuitseizoen bezig. Tot half juli hebben we 6 keer gespoten tegen phytophthora”, zegt Van Ackeren, die normaliter een spuitinterval hanteert van 10 dagen.Bij regenverwachting verkort hij dat naar 7 dagen. De aardappelen zijn op 24 april gepoot en op 5 juni is de eerste bespuiting met Revus uitgevoerd. “Toen stond 40% boven.” Daarna hebben we nog 3 keer met Revus gespoten en 2 keer met Ranman Top. “Soms wissel ik ook wel af met Infinito om resistentie te voorkomen.”Vanwege een explosieve loofgroei tot half juni is het interval tussen de tweede en derde bespuiting verkort naar 7 dagen. “Bij de derde bespuiting heb ik een halve dosering Revus gecombineerd met een ander luizenmiddel.”Op 12 juli is de zesde bespuiting uitgevoerd met de volledige dosering Revus.Van Ackeren overweegt de aanschaf van een adviessysteem. “Dat is ook van belang voor optimale spuitschema’s tegen schimmels in onze zaaiuien.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.