Akkerbouwer en NPPL-deelnnemer Anselm Claassen kon pas in de derde week van mei weer verdergaan met aardappelen poten. Rond Hemelvaart was het poten klaar. - Foto: Koos Groenewold AkkerbouwNieuws

Effect nat voorjaar verschilt sterk tussen NPPL-bedrijven

Het relatief natte voorjaar heeft op de bedrijven van de NPPL-deelnemers een verschillende impact. Dat blijkt uit een telefonische rondgang langs zeven akkerbouw- en melkveebedrijven.

Voor NPPL-deelnemer Anselm Claassen in Vierhuizen (Gr.) kwam dit seizoen het aardappelpoten in eerste instantie vanaf 19 april goed op gang. “De grond was mooi droog, prima weer om te poten. Maar helaas duurde dat maar een week en zijn we eruit geregend. Daarna konden we drie weken niet poten. Pas in de derde week van mei konden we weer verder gaan. Rond Hemelvaart was het poten klaar.”

Korter groeiseizoen

Maar door nog meer regen kon Claassen pas in de eerste week van juni de start van het nieuwe pootgoedseizoen afronden met ruggen frezen. “Dat is erg laat en gaat ons daarom 10 tot 20% opbrengst kosten, met name door een korter groeiseizoen.”

Normaliter trekt Claassen rondom het tijdstip van aanfrezen ook greppels op wendakkers en de voor- en achterkant van percelen voor waterafvoer. Nu was dat door wateroverlast rond Hemelvaart en begin juni al eerder nodig.

Ook dit seizoen heeft Claassen weer op dezelfde twee percelen als in 2019 en 2020 variabel gepoot. “Dat ging gelukkig goed in de droge week toen we net waren begonnen met het poten. Op deze percelen staan de aardappelen net boven, ook later dan vorig jaar.”

Later maaien

Melkveehouder Gerard Uijterlinde in Deurningen (Ov.) doet dit jaar een vergelijkingsproef met drie beregeningsregimes op basis van data van bodemvochtsensoren. “Na drie zeer droge jaren wilde ik de haspel effectiever inzetten. Vooralsnog hoeft er begrijpelijkerwijs niet beregend te worden. Dat is op zich positief, maar voor de proef minder geslaagd. Dat kan natuurlijk in een paar weken anders zijn. Ik houd de zuigspanning goed in de gaten.”

Door de vele neerslag in april en mei kon Uijterlinde pas laat maaien. Het effect van variabele dosering van drijfmest met sectieafsluiting was goed te zien in het veld. “Dit leverde op de betreffende percelen een veel egaler gewas op dan op percelen die we niet variabel hebben bemest.”

Druppelslangen aanleggen

Akkerbouwer Mischa Raedts in Sevenum (L.) voert dit teeltseizoen een vergelijkingsproef uit met watergift in twee percelen met uien. Op ene perceel wordt, indien nodig, met een haspel beregend, op een ander perceel zijn eind maart druppelslangen in de bodem geplaatst.

Bodemvochtsensoren bepalen in beide percelen de watergift.

“De aanleg van de druppelslangen is goed verlopen”, zegt Raedts. “Dit voorjaar verloopt anders dan de afgelopen jaren. Zowel de druppelslangen als de haspel heb ik nog maar één keer hoeven te gebruiken. Daardoor kan ik nu nog weinig zeggen over de werking van de druppelslangen, laat staan over de voor- en nadelen ten opzichte van beregening met de haspel. Dat kan komende weken natuurlijk veranderen als we een droge periode krijgen.”

Tekst gaat verder onder de foto

De aanleg van druppelslangen bij akkerbouwer Mischa Raedts in Sevenum (L.) , eind maart.
De aanleg van druppelslangen bij akkerbouwer Mischa Raedts in Sevenum (L.) , eind maart.

Variabel spuiten met bodemherbicide

Akkerbouwer Sten de Meijer uit het Zeeuwse Hoek spreekt over een prima voorjaar, zeker in vergelijking met vorig jaar. “Toen stonden aan het begin van het teeltseizoen vier haspels vrijwel continu te draaien. Daardoor kwamen andere werkzaamheden in het gedrang. Hadden we afgelopen twee maanden geen last van. Nu verliep alles soepel.”

Variabel spuiten met bodemherbiciden in bruine bonen is een van de NPPL-maatregelen die dit seizoen op het akkerbouwbedrijf worden uitgevoerd. Hiervoor is een bodemscan en vervolgens een taakkaart gemaakt. Inzaai en variabel spuiten vonden plaats op 3 juni onder goede weersomstandigheden. De Meijer: “Dat is wel later dan we hadden gepland, maar eerder lukte niet vanwege de regen hier in Zeeuws-Vlaanderen.”

Weerstation geplaatst

Op het melkveebedrijf van Coen Overvest in Doorn (U.) zijn op 3 mei twee bodemvochtsensoren en een weerstation geplaatst. Een belangrijk deel van zijn bedrijf ligt op droogtegevoelige zandgrond.

Kerndoel van Overvest is om de ruwvoerproductie te optimaliseren, onder meer door gerichter te beregenen. De sensoren en het weerstation leveren hem hiervoor de data.

Vooralsnog hoeft hij hiervan geen gebruik te maken. Dat heeft alles te maken met het relatief natte voorjaar. “De bodem is door de vele regen vochtig genoeg. Ik ben daar wel blij om. Vorig jaar om deze tijd stond de haspel al te draaien.”

Stroken aanleggen zonder problemen

Akkerbouwer Remco Wesdorp, melkveehouder Huibert Groeneveld en student Martijn Groenendijk zijn binnen NPPL actief met strokenteelt en kringlooplandbouw. Zij ondervonden slechts beperkt hinder van de nattigheid. De afgelopen maanden gingen alle gewassen in de grond in de Proeftuin van Pallandtpolder op Goeree-Overflakkee.

“In februari en maart hebben we tarwe en grasklaver gezaaid en zijn de uien geplant”, vertelt Groenendijk. “In april volgden de aardappelen en veldbonen en in mei zijn witlof, kidneybonen en mais gezaaid plus alle bloemenranden.”

Als gevolg van de regenval afgelopen voorjaar hebben de ondernemers meer in blokken moeten zaaien en planten. “Maar heel veel hinder hebben we hiervan niet gehad. Het aanleggen van de stroken verliep eigenlijk vrij soepel. Alleen bij de vroeg gezaaide bloemenranden waren hier en daar wat opkomstproblemen door een teveel aan water, maar dat is inmiddels weer bijgetrokken. Alle gewassen staan er prima bij.”

Volop aan het beregenen

Preiteler Ronald Swinkels in Meterik (L.) is binnen NPPL onder meer bezig met precisieberegening. Hij geeft aan nagenoeg geen last te hebben gehad van extreme nattigheid. “Voor ons had het de afgelopen maanden eigenlijk nog wel wat meer mogen regenen”, zegt Swinkels. “Van de buien van de afgelopen weken is nu ook al niets meer terug te zien, we zijn volop aan het beregenen met onze Raindancer-systemen.”

De Limburgse ondernemer investeerde begin dit jaar ook in een schoffelmachine, die is uitgerust met een camera om plantgoed en onkruid van elkaar te onderscheiden. “Deze hebben we nog niet ingezet. Dat had namelijk weinig effect met de vele kleine buien van de laatste weken. Plan is wel om in de komende weken aan de slag te gaan met deze machine.”

Preiteler Ronald Swinkels in Meterik (L.) is alweer volop aan het beregenen. - Foto: Peter Roek
Preiteler Ronald Swinkels in Meterik (L.) is alweer volop aan het beregenen. - Foto: Peter Roek
Beheer
WP Admin