Duitse landbouwcijfers: alleen varkenshouders uit de brand

Varkens in de Duitse deelstaat Nedersaksen. - Foto: Ronald Hissink
De eerste cijfers over de resultaatontwikkeling in 2016-‘17 in de Duitse landbouw zijn bekend. Varkenshouders blijken de spekkopers, in de melkveehouderij houdt het nog niet over en de akkerbouw boerde achteruit.De Duitse boeren hebben, afgezien van de akkerbouwers, in het op 30 juni beëindigde bedrijfsjaar 2016-‘17 over het algemeen betere resultaten gehaald dan in het voorafgaande jaar. Dat constateert de federatie van de landbouwkamers, het Verband der Landwirtschaftskammern, in een eerste en voorlopige analyse. De spreekwoordelijke spekkopers zijn de varkenshouders; in de melkveehouderij hield het daarentegen nog niet helemaal over. Akkerbouw: sector boert achteruitIn de akkerbouw liepen bovendien de resultaten na een bij voorbaat al matig 2015-‘16 ‘gevoelig’ terug, als gevolg van een lager graanprijsniveau in combinatie met een kleinere oogst. De graanprijzen daalden volgens het Verband afhankelijk van de regio tussen de 5,5% en 7,7%. De graanprijzen waren bedroegen concreet tussen $ 140 en € 150 per ton. De koolzaadprijzen waren eveneens op de terugtocht, met uitzondering van Nedersaksen, waar een plusje van 2% werd genoteerd. Dat komt voor deze regio neer op € 380 per ton. Varkens in de Duitse deelstaat Nedersaksen. - Foto: Ronald HissinkVarkens: +170%Een concreet gemiddelde voor de resultaten in de akkerbouw geven de landbouwkamers echter niet, dit in tegenstelling tot de melkveehouderij en varkenshouderij. Voor de landbouw in Nedersaksen is niettemin het gemiddelde bedrijfsresultaat met rond € 15.000 oftewel 40% toegenomen, met als koplopers dus de varkenshouders, voor wie een gemiddeld resultaat van € 81.000 is weggelegd. In het voorafgaande jaar was dat nog maar een slordige € 30.000; het gaat daarmee om een verbetering met 170%. ‘Een aanzienlijk deel van de Duitse varkenshouderij concentreert zich in de deelstaten Nedersaksen en het aangrenzende Noordrijn-Westfalen’Overigens gelden deze cijfers niet alleen voor Nedersaksen, maar ook voor het aangrenzende Noordrijn-Westfalen. Een aanzienlijk deel van de Duitse varkenshouderij concentreert zich in deze deelstaten, waar ook de leidende slachterijconcerns (Tönnies, Westfleisch) zijn gevestigd. In beide deelstaten kwam de nettorentabiliteit duidelijk boven 100% uit en de pure winst op € 10.000.Melkvee: magertjesTerwijl dus de varkenshouders na een aantal moeizame jaren weer met voldoende rendement uit de bus zijn gekomen, hebben de melkveehouders weliswaar meer, maar niet genoeg verdiend. Zij hebben nog dringend een langere fase met goede resultaten nodig om de melkprijscrisis te boven te komen, aldus de Duitse landbouwkamers. ‘De nettorentabiliteit van Duitse melkveebedrijven is 64% tot 79%’De gemiddelde bedrijfsresultaten lopen per deelstaat uiteen tussen € 45.000 (Rijnland-Palts) en € 58.000 (Sleeswijk-Holstein). De nettorentabiliteit, waarmee wordt aangegeven in welke mate vermogen en arbeid uit het resultaat kunnen worden beloond, varieert tussen de 64% en 79%. Nodig voor 100% is een resultaat van gemiddeld € 70.000.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









