‘Deense of Nederlandse biggen opleggen maakt niet uit’

Foto: Ronald Hissink

Foto: Ronald Hissink


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Duitsland importeert een kwart van de biggen. Ondanks de krimpende Duitse zeugenstapel voorziet marktkenner Hortmann-Scholten geen biggentekort.De toekomst voor de Duitse zeugenhouderij is uitermate ongewis. Nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn en milieu hangt de biggenproducenten boven het hoofd of doet op korte termijn zijn intrede. Daarbij komt de dreiging van de Afrikaanse varkenspest. Het constante gevaar van dit zeer besmettelijke virus heeft een verlammende werking op veel ondernemers.Het gevolg is dat nogal wat zeugenhouders de handdoek in de ring gooien. In de afgelopen 5 jaar kromp de Duitse zeugenstapel met 190.000 dieren, tot 1,8 miljoen zeugen op 1 november 2017. Een nieuw dieptepunt in de geschiedenis van de Duitse varkenshouderij.Dr. Albert Hortmann-Scholten (58), teamleider van onderdelen bedrijfseconomie, markt, ondernemersadvies, gezin en bedrijf en sociaal-economisch advies bij Landwirtschaftskammer Niedersachsen in Oldenburg (D). - Foto: Kees van DoorenMarktdeskundige Albert Hortmann-Scholten van de Landwirtschaftskammer in de deelstaat Nedersaksen loopt al 30 jaar mee in de sector. Hij heeft de zeugenhouderij in die jaren alleen maar zien krimpen. Een paar cijfers: het aantal bedrijven met zeugen is in 30 jaar tijd gedaald van 90.000 stuks tot 8.900 nu. Een afname van 90% van de bedrijven. De zeugenstapel is in deze periode gekrompen van 3 miljoen dieren tot minder dan 1,8 miljoen zeugen. Hortmann-Scholten: “De totale biggenproductie is daarentegen vrijwel gelijk aan 30 jaar geleden.”‘Voor 25% is Duitsland afhankelijk van Deense en Nederlandse importbiggen.’Dreigt een Duits varkenstekort, zoals onlangs tijdens de ISN-jaarvergadering werd gesuggereerd?“Dat zie ik niet op korte termijn gebeuren. Niettemin heb ik onlangs een analyse gemaakt van de Duitse zelfvoorzieningsgraad voor biggen. De uitkomst is dat de binnenlandse varkenshouderij driekwart van de beschikbare vleesvarkensplaatsen van biggen kan voorzien. Voor de laatste 25% is de sector afhankelijk van importbiggen uit Denemarken en Nederland. Uit andere landen komen nauwelijks biggen. In 2017 ging dat om 11,8 miljoen importbiggen. Het aantal vleesvarkensplaatsen in Duitsland is de laatste 10 jaar gegroeid en zit tussen 18 en 20 miljoen. De huidige situatie staat in schril contrast met 20 jaar geleden. Toen exporteerde Duitsland 10% van zijn geproduceerde biggen.”‘De kans is groot dat een flink aantal bedrijven op slot gaat, mocht zich een uitbraak voordoen.’De verwachting is dat de zeugenstapel verder krimpt. Hoe ziet u dat?“Dat klopt. Er wordt van uit gegaan dat jaarlijks tussen 3 en 5% van de Duitse vermeerderingsbedrijven er mee stopt. Dit percentage hangt af van de biggenprijs. Maar ook van belang voor deze ontwikkeling is de mogelijke verdere verspreiding van Afrikaanse varkenspest. Het virus kan in één ‘sprong’ van de oostelijke buurlanden in Duitsland terechtkomen. Het is onwaarschijnlijk dat veel bedrijven in een getroffen gebied weer biggen gaan produceren na een uitbraak. Dat heeft 2 redenen. Ten eerste gaat een toezichtsgebied minstens een half jaar op slot als het virus wordt aangetoond. Het kost ook veel meer tijd om van het Afrikaanse varkenspest-virus af te komen dan van veel andere dierziekten. Het toezichts- beschermingsgebied is tevens groter bij Afrikaanse varkenspest, dan bij andere, meldingsplichtige ziekten. De kans is daarom groot dat een flink aantal bedrijven op slot gaat, mocht zich een uitbraak voordoen.”Het Nederlandse en Deense biggenaanbod is begrensd. Blijven de Duitse vleesvarkensstallen vol in de toekomst?“Ja, dat klopt, het aanbod is niet oneindig. Desondanks verwacht ik dat vooral Denemarken in de toekomst nog meer biggen naar Duitsland zal exporteren. Het Deense plafond voor toediening van stikstof uit organische mest maakt vleesvarkens houden daar duur. Per arbeidskracht kunnen de Denen efficiënter biggen produceren. De economie stimuleert de Denen zodoende hun biggen te exporteren in plaats van deze zelf te mesten. Daarom voorzie ik niet snel een structureel biggentekort. Een andere ontwikkeling is dat de Deense castraten steeds vaker naar Polen gaan. De geltjes verkopen de Denen voor een goede prijs in Duitsland.”Waar komt die onzekerheid verder nog vandaan?“Een heel belangrijke reden is het verbod op onverdoofde castratie, vanaf 1 januari 2019. In de varkenshouderij wordt ervan uit gegaan dat eind dit jaar isofluraan wordt toegestaan om biggen te narcotiseren. Dit middel wordt bij paarden gebruikt, maar is bij productiedieren vooralsnog niet toegestaan. Een dierenarts moet het middel toedienen. De toestemming moet komen van het instituut voor volksgezondheid en voedselveiligheid, onderdeel van het landbouwministerie. De toelating van de zogeheten vierde weg waarbij lidocaïne of procaïne wordt geïnjecteerd om biggen plaatselijk te verdoven, is hoogst onzeker. Dat is wel de optie waar de sector sterk voor pleit. In Denemarken en Zweden mogen varkenshouders dat middel wel zelf gebruiken. Duitse dierenartsen zijn terughoudend om dat te adviseren aan de beleidsmakers.“Ongecastreerde dieren leveren is geen optie. De markt voor beren wordt juist kleiner in Duitsland in plaats dat deze groeit. De afzet van het berenvlees staat simpelweg onder druk.“Een ander heet hangijzer is de boxbreedte in de dek- wachtstal. De rechter heeft gezegd dat boxen net zo breed dienen te zijn als de zeug hoog is. De sector voert sterke lobby voor federale regels met een redelijke overgangstermijn. In zo’n landelijke verordening wil men dan gelijk duidelijkheid over andere welzijnsvoorwaarden, zoals staarten couperen of het gebruik van kraamboxen. Belangenbehartiger ISN hoopt dat deelstaten niet hun eigen voorschriften opstellen. Dat is de theoretisch tweede weg, maar leidt tot rechtsongelijkheid en concurrentievervalsing onder varkenshouders. Het is daarom belangrijk dat er weer een nieuw kabinet zit in Berlijn. Het mooist is als de varkenshouderij er in slaagt een landelijke regel overeen te komen met de nieuwe landbouwminister Julia Klöckner.”‘Het gros van de Duitse varkenshouders wil zich daarentegen niet binden aan een slachterij.’Spelen grote slachterijen in op het krimpende biggenaanbod? Bijvoorbeeld door zelf in de veehandel te gaan, zoals Tönnies deed?“De krimpende sector zal bij Tönnies ongetwijfeld een rol hebben gespeeld hun veehandel te starten. Zodoende kunnen zij het aanbod beter sturen. Onderbezetting wil iedere slachterij voorkomen. Grote bedrijven zoals Van Asten en Van Gennip hebben leveringsafspraken met Tönnies. Deze varkenshouders zijn in staat grote aantallen dieren te leveren van stabiele kwaliteit. Dat is aantrekkelijk voor een vleesverwerker. Het gros van de Duitse varkenshouders wil zich daarentegen niet binden aan een slachterij. Een uitzondering zijn leveranciers van Westfleisch. Deze coöperatieve slachter is in staat de aanvoer voor driekwart contractueel vast te leggen. Dit doen zij door varkenshouders een toeslag te betalen voor de varkens en dividend uit te keren op hun inlegkapitaal. De financiële verwevenheid tussen de slachterij en boeren draagt er aan bij dat dit werkt.”Door sluiting van onder meer Vion in Zeven en het faillissement van Vogler is de Duitse slachtcapaciteit met wekelijks 60.000 haken gezakt. De vleesverwerkers houden hun haken dan toch makkelijker vol?“Nee, niet vanzelf. Een andere ontwikkeling is dat Tönnies zijn capaciteit uitbreidt. Datzelfde geldt ook voor Westfleisch. Dat wil zowel uitbreiden in Coesfeld als Oer-Erkenswick. Bovendien is de slachterij van Vogler in Hannover in handen van Leine Fleisch. Je ziet dat de grote slachterijen de kleine verdringen. Het ziet er daarom niet naar uit dat het aantal slachthaken in Duitsland afneemt.”Vervolgend op de groeiend importbehoefte: voldoen de Nederlandse biggen in Duitsland?“Voor de Nederlandse biggen is zeker nog markt in Duitsland. De verandering van de uitbetaling die Duitse slachterijen medio- en eind januari doorvoerden heeft daar geen verandering in gebracht. Een vleesrijke big van een Piétrain-eindbeer is nog steeds gewild bij de vleesverwerkers. Voor een vleesvarkenshouder is 1,01 indexpunt per kilo geslacht gewicht nog steeds het doel bij de classificatie. Dat komt overeen met een mager vleespercentage tussen de 57 en 58. De Deense biggen hebben het voordeel dat zij harder groeien dan de Nederlandse biggen. De Denen groeien soms meer dan 900 gram. Deze biggen hebben allemaal een Duroc-vader. De Nederlandse biggen zijn van een Piétrain-eindbeer en derhalve vleesrijker. De Nederlandse importdieren brengen zodoende meer geld op aan het eind van de rit. Per saldo maakt het daarom niet veel uit of een vleesvarkenshouder Deense of Nederlandse biggen oplegt.”En de gezondheid van de Nederlandse biggen, voldoet die tegenwoordig?“Ik denk dat dit wel in orde is. Ik hoor daar tenminste geen meer klachten over van varkenshouders.”Spil bij totstandkoming VereinigungspreisOnder leiding van Hortmann-Scholten vindt bij de Landwirtschaftskammer Niedersachsen het rekenwerk plaats voor de totstandkoming van de Vereinigungspreis voor vleesvarkens. De marktinformatie van de 46 VEZG-aangesloten producentenverenigingen legt de basis voor deze wekelijkse adviesprijs. Van de opgegeven prijzen worden de hoogst en laagst gerealiseerde verkoopprijzen geschrapt. De overige prijzen worden oplopend gesorteerd. Van dat rijtje prijzen wordt één voor één de onderste en bovenste weggestreept, zodat vanzelf de middelste overblijft. Dit is de mediaan die als basis voor de komende notering geldt.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.