Burgers dreigen met rechtszaak tegen staat om stank

Foto: Bert Jansen
Een groep burgers rondom veehouderijen dreigt met een rechtszaak tegen de staat wegens geurhinder.Ze vinden dat het grondrecht woongenot wordt geschonden omdat de regelgeving rondom geur hen onvoldoende beschermt.Advocaat Nout Verbeek heeft namens de 18 plattelandsbewoners een brief naar minister Carola Schouten van landbouw gestuurd met een conceptdagvaarding. “Het liefst komen we er in een gesprek uit, want dat leidt meestal tot betere oplossingen dan een rechtszaak”, legt Verbeek uit.18 inwoners van Oost-Brabant en GelderlandDe brief is geschreven namens 18 inwoners van Oost-Brabant en Gelderland, van wie een deel in concentratiegebieden voor intensieve veehouderijen wonen. De bewoners vinden het onterecht dat veehouderijbedrijven volgens de huidige wetgeving meer geur mogen uitstoten dan industrieën. De norm voor industrie ligt op 5 odeur, voor veehouderijbedrijven ligt de grens op 8 geureenheden (odeur). In concentratiegebieden ligt de norm op 14 odeur. Uit recent onderzoek blijkt dat de geuruitstoot in de praktijk vaak hoger is, omdat luchtwassers minder effectief werken dan aangenomen. Daardoor zou de geurhinder nog groter zijn voor omwonenden. - Foto: Ronald HissinkVerbeek noemt het een vorm van discriminatie dat bewoners in concentratiegebieden minder goed beschermd worden tegen geuroverlast dan elders. Daarnaast vindt de advocaat dat de werkwijze in de wet niet goed is. De wet baseert zich op geuruitstoot, terwijl hij volgens Verbeek beter op geurhinder gericht kan worden. “Dat adviseert ook het RIVM en de GGD”, aldus de raadsheer. Hij wijst erop dat uit recent onderzoek ook blijkt dat de geuruitstoot in de praktijk vaak hoger is, omdat luchtwassers minder effectief werken dan aangenomen, waardoor de geurhinder nog groter is. Rekening voor overheid en de boerVerbeek vindt dat de geuroverlast opgelost moet worden. De wet moet worden aangepast en de schade die omwonenden hebben opgelopen moet worden vergoed. Hij wil de rekening hiervan neerleggen bij partijen die hier invloed op kunnen hebben: de overheid en de boer. “Die verantwoordelijkheid hoort niet bij de omwonenden”, benadrukt hij.
De plattelandsbewoners en hun advocaat geven de minister een maand de tijd om te reageren, anders zullen ze de rechtszaak aanspannen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









