Boerendochters

In ‘Van het erf af’ doen boerendochters een boekje open over het leven op de boerderij. Leuk is anders.Sommige boeren hebben opvolgers. Meestal is het een zoon, en soms neemt een dochter de boerderij over. En vaak hebben ze nog andere kinderen, jongens en meisjes. Dat zijn de niet-opvolgers. Vandaag gaat het over het vrouwelijke deel van die niet-opvolgers. Recent is daar een boekje over verschenen, Van het erf af. Het bevat verhalen over het leven op de boerderij, van boerendochters die geen boer geworden zijn en die de wijde wereld introkken. De ondertoon is dat ze het als klein kind wel naar hun zin hadden op de boerderij, maar niet meer toen ze wat groter werden. Ze moesten taken doen die burgerkinderen niet hoefden, er was zelden tijd voor ze, ze werden niet voor vol aangezien, de opvolger en soms ook de andere broers werden voorgetrokken, en naar een volwaardig erfdeel konden ze fluiten. Ze voelden zich ook geïsoleerd, op een boerderij buiten het dorp, met weinig kennis van wat er in de wereld gebeurde. Een aantal vrouwen noemt expliciet Boerderij als het enige medium dat thuis de echte wereld binnenbracht. Redacteuren, er ligt vanaf nu een extra last op jullie schouders.
Al lezend constateerde ik dat ik er, als niet-opvolger, nog redelijk vanaf ben gekomen. Maar ja, ik was dan ook geen meisje. Toch zijn voor mij veel van de verhalen herkenbaar. Een terugkerend thema is het gebrek aan scheiding tussen gezin en bedrijf. Als achter iets misging – een koe dood, oogstproblemen, kapotte machines, noem maar op –, dan nam pa dat mee naar het voorhuis. Hij was dan niet te genieten, en reageerde af op vrouw en kinderen. Het komt me heel bekend voor, ook bij ons thuis werkte het zo, terwijl mijn vader toch een aardige en betrokken vader was.
Een ander terugkerend thema in het boek is het chronische geldgebrek. Alle middelen werden in de boerderij gestoken; voor meubels, vermaak en ontwikkeling bleef weinig over. Als je dan ook nog eens het grootste deel van het verzamelde kapitaal naar je broer ziet gaan, die later met veel winst de boel verkoopt, dan is dat heel erg zuur. Ook benadrukken de verhalenschrijfsters het gebrek aan aandacht. Al deze problemen hebben bij een aantal verhalenschrijfsters blijvende schade aangericht.
Al met al is het geen vrolijk beeld dat uit de verhalen naar voren komt. Nu weet ik dat de jeugd van de verhalenschrijfsters 40 jaar terug ligt, en dat er heel veel veranderd is in de landbouw en in boerengezinnen. Toch boeren, neem de verhalen serieus en kijk eens kritisch naar het eigen gezin. Dochters hebben net zoveel rechten als zoons. Het kan niet de bedoeling zijn dat ze gefrustreerd het boerenerf verlaten.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









