Bodemvochtsensoren helpen ondanks aanloopproblemen

Foto: Jan Willem Schouten
NPPL-deelnemers zijn tevreden over de werking van bodemvochtsensoren om het juiste moment van irrigatie te voorspellen.Tegelijk ondervinden ze praktische problemen bij de toepassing van de nieuwe technologie. Dat blijkt uit navraag door de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) bij drie gebruikers van de sensoren. Deelnemers ervaren soms storingen en hebben te maken met dieren die kabeltjes doorknagen. Ook is niet altijd duidelijk hoe diep een sensor de grond in moet.Anticiperen op vocht“Ze bevallen mij nog altijd goed”, zegt tulpenteler Stef Ruijter in Andijk (N-.H.). “Het voordeel voor mij is dat ik nu met ieder perceel kan anticiperen op vocht, en ook intervallen kan berekenen, omdat ook verdamping in kaart wordt gebracht. Zo krijg ik een goed inzicht in de hoeveelheid water die ieder perceel kan absorberen. Je kunt gerichter werken en bespuitingen makkelijker plannen.”Als minpuntje bij het maken van planningen voor beregening noemt hij dat er wel een hoop werk bij komt kijken. ‘Minder snel achter elkaar beregenen’Akkerbouwer Pieter van Leeuwen Boomkamp in Nijkerk (Gld.) ervaart door het gebruik van sensoren dat hij minder snel achter elkaar hoeft te beregenen om het juiste vochtgehalte te waarborgen op zijn zandgrond. Soms scheelde dat een aantal dagen, waardoor hij een groter deel van zijn akker met één haspel kan beregenen. “Het kost even tijd voor je ze goed hebt geplaatst. Als ze eenmaal staan is het alleen nog een kwestie van dagelijks checken wat ze aangeven.”De investering was voor Van Leeuwen Boomkamp geen groot probleem. “Als je kosten moet maken voor een beregeningshaspel, dan loont het om daar ook sensoren bij te kopen.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









