Beroep in zaak vangletsel verworpen

Foto: Hans Prinsen

Foto: Hans Prinsen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft dinsdag 10 december het hoger beroep van een pluimveehoudster in een rechtszaak over vang- en laadletsel ongegrond verklaard. De eerder opgelegde boete van € 1.500 blijft daarmee gehandhaafd.De pluimveehoudster kreeg deze boete opgelegd vanwege een te hoog percentage vangletsel (3,2 %) in de slachterij. NVWA hanteert bij het handhaven op vangletsel een grenswaarde van 2 %.Screenen van koppelBij het screenen van een koppel van 35.759 vleeskuikens zag de toezichthouder met mest besmeurde kuikens, 3 dieren met spreadlegs en 3 rugliggers. Op de panklaar-afdeling werden bij de zogenoemde postmortem-screening 625 karkassen beoordeeld, waarbij 11 karkassen bij de vleugels donkerrode tot paarse bloedingen hadden. Naar aanleiding van deze bevindingen werden twee vangletseltellingen van 2 minuten uitgevoerd. Tussen beide tellingen zat ongeveer 30 minuten. Bij een bandsnelheid van 7.500 dieren per uur zag de toezichthouder twee keer 250 dieren voorbijkomen. Bij de eerste telling werden 10 kuikens met vangletsel gezien. Bij de tweede telling ging het om 6 dieren. Aan de hand van deze tellingen werd een vangletsel van 3,2 % berekend, waarbij het ging om ‘ernstige tot zeer ernstige bloedingen en fracturen van vleugels’. ‘Steekproef niet representatief’De pluimveehoudster stelde bij het hoger beroep dat zij ten onrechte verantwoordelijk wordt gehouden voor datgene wat er met de kuikens gebeurt in de periode tussen het vangen en het slachten. Een steekproef van 1,4 % is volgens haar niet representatief bij het vaststellen van vang- en laadletsel bij een koppel van 35.759 dieren. Volgens haar staat bovendien niet vast dat de tellingen op willekeurige momenten hebben plaatsgevonden en is het niet uitgesloten dat de tellingen zijn verricht op een moment waarop veel letselkippen in de slachtlijn voorbijkwamen. Tellingen zijn zorgvuldig uitgevoerdHet CBb gaat daar niet in mee en oordeelt dat de vangletseltellingen zijn uitgevoerd volgens de te hanteren werkwijze. Het CBb ziet geen aanleiding de deskundigheid van de toezichthouder in twijfel te trekken en is van mening dat de vangletseltellingen zorgvuldig zijn uitgevoerd. Volgens het CBb heeft de pluimveehoudster er niet voor gezorgd dat de kuikens bij het vangen en laden juist werden behandeld. Zij is als pluimveehoudster verantwoordelijk voor naleving van de voorschriften, aldus het College.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Pluimveenieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.