Belgisch Witblauw bij zuiderburen onder druk

Foto: Peter Roek
Het aantal Belgisch Witblauwen in de Belgische vleesveehouderij staat al jaren onder druk. Toch geeft het ras zich niet zomaar gewonnen.Het Belgisch Witblauwe ras met de typische dikbillen is hét vleesveeras in België. Het land is niet alleen de bakermat van het ras; de vleesveesector is grotendeels ingericht op het houden van het ras en de afzet van het hoogkwalitatieve vlees ervan. De sterke focus op één ras heeft de vleesveehouderij geen windeieren gelegd. Toch lijken de gloriedagen van het Belgische Witblauwe ras voorbij. Naast stoppers zijn de afgelopen jaren overschakelaars op een ander (Frans) ras veelvuldig in het nieuws geweest.Hoewel de Franse rassen opkomst maken is Belgisch Witblauw nog veruit het meest gebruikte ras bij de zuiderburen. - Foto: Bertil van BeekDaling aantal zoogkoeienDat het ras onder druk staat, heeft onder meer te maken met de algehele afname van de Belgische rundveestapel. De afgelopen 10 jaar is het aantal zoogkoeien met 100.000 stuks afgenomen. In 2017 kromp het totaalaantal koeien in een jaar tijd zelfs met 65.000 dieren, met de grootste procentuele daling bij zoogkoeien en in Wallonië. Een belangrijke oorzaak zijn de slechte rendementen in vleesveehouderij, aldus Dirk Audenaert, rundveeconsulent bij Boerenbond. “Die zijn al jaren ondermaats. We zien veel stoppers of veehouders die hun veestapel afbouwen.” Minder vleesvee betekent automatisch minder runderen van het Belgische Witblauwe ras.Overschakelen op ander rasEen tweede reden voor de teruggang van het Belgisch Witblauwe ras is de omschakeling naar een ander type rund op rundveebedrijven. Daarbij is een duidelijk verschil tussen de vleesveehouderij in Wallonië en Vlaanderen.In Wallonië, en met name in de Ardennen, zijn de afgelopen jaren veel extensieve vleesveehouders overgeschakeld op biologische productie. Daarvoor is een EU-subsidie beschikbaar. De relatief goedkope gronden zijn niet geschikt voor intensieve vleesveehouderij en biologisch is daarom een logische invulling. Belgisch Witblauw is daarvoor niet bruikbaar dus schakelen veehouders over op Franse rassen. Overigens is een zorgpunt daarbij dat de afzet van biologisch rundvlees in België nog moeizaam gaat; slechts een kwart van het biologisch rundvlees kan onder dat segment worden verwaard.Zoogkoe ruilen voor melkkoeIn Vlaanderen speelt wat anders. Op veel gemengde bedrijven met melkkoeien en vleesvee wordt sinds het wegvallen van het melkquotum vaker gekozen voor volledig melken. Binnen het Belgische zogenoemde nutriëntensysteem kunnen ondernemers één zoogkoe ruilen voor één melkkoe. De reden laat zich raden: het rendement in de melkveehouderij ligt de afgelopen jaren gemiddeld boven dat van de vleesveehouderij. Bovendien willen bedrijven met specialisatie efficiënter produceren.Aardig detail is dat juist de melkquotering in 1984 de aanjager was voor de groei van het aantal zoogkoeien en krimp van de melkveestapel. België kende al langer een sterke traditie van combinatie van melk- en vleesvee, waardoor melkveehouders de lege ruimte in de stal na invoering van de quotering opvulden met zoogkoeien. Daarbij speelde de omstandigheid dat het Belgisch Witblauwe ras al goed bekend was in de sector.Met name in Vlaanderen worden Belgisch Witblauwen gehouden in een intensief houderijsysteem. - Foto: Peter RoekImago speelt minder in BelgiëEen aspect dat in Nederland veel meer aandacht krijgt dan in België, is het imago van het Belgisch Witblauwe ras, met name rondom routinematige keizersneden. In België speelt die discussie veel minder, ziet ook Pierre Mallieu, secretaris van het Belgisch Witblauw-stamboek. “Het publiek vraagt het niet en voor de politiek is het geen onderwerp.” Daarbij speelt volgens hem wel een rol dat zowel de federale als de gewestelijke ministers van landbouw de veehouderij goed gezind zijn. Er kan echter altijd een andere politieke wind gaan waaien.Hoogste rendementMet de daling van het aantal rundveebedrijven en relatief veel oudere ondernemers zonder opvolger zal het aantal bedrijven met vleesvee de komende jaren verder afnemen. Aan de andere kant vindt bij de blijvers een verdere opschaling en professionalisering plaats. Op het gebied van fokkerij en economie is er in België veel ondersteuning voor vleesveehouders. Veel voerfabrikanten en integraties hebben een eigen kwaliteitsprogramma met monitoring van de resultaten.Audenaert ziet in de praktijk dat bedrijven met Belgisch Witblauw nog altijd het hoogste rendement kunnen maken. “Het is een zeer efficiënt ras dat op intensieve bedrijven heel goed past. Dat is ook voor de ecologische afdruk gunstig.” Ook Mallieu is niet negatief over de toekomst. “We zien een stabilisatie van de afname van het ras. Ook zijn er weer meer inschrijvingen in het stamboek. Fokbedrijven professionaliseren.”Afnemende consumptieDe afnemende consumptie van rundvlees is een bedreiging voor de hele vleesveehouderij en dus ook voor het Belgisch Witblauwe ras. Een specifiek gevaar voor dit ras is de toenemende invloed van het buitenland op de Belgische retail. Juist Belgisch Witblauw vlees is bestemd voor de binnenlandse markt. Bedrijven als Carrefour, Colruyt en Delhaize hebben integraties met leveranciers voor dit vlees. Carrefour was al Frans en met de komst van Albert Heijn en volgend jaar ook Jumbo naar België vreest hij dat Belgisch Witblauw meer in de verdrukking komt. Audenaert: “In een label als Beter Leven past immers geen Belgisch Witblauw.”Barometer rendement op laagste niveau sinds 5 jaarHet rendement in de Belgische vleesveesector is al jaren ondermaats. Om het rendement inzichtelijk te maken, heeft Boerenbond de zogenoemde vleesveebarometer. Dat is een weerspiegeling van de rentabiliteit voor een gemiddeld zoogveebedrijf dat koeien en stieren zelf afmest. In het eerste kwartaal van 2018 is deze barometer verder weggezakt tot 63,6% van de referentieperiode; de gemiddelde rentabiliteit van de afgelopen 5 jaar. Een kwartaal eerder was het nog 70,6%; daarvoor 76,8%.Belangrijke reden hiervoor is de dalende consumptie van rundvlees. De problemen bij slachterij Veviba vorig jaar, hebben nog meer druk gezet op de prijzen van dikbilstieren en -koeien. Naast structureel te lage opbrengstprijzen voor vlees kampen vleesveehouders met gestegen kosten, waaronder voor stro. Voerkosten bleven het eerste kwartaal wel stabiel.Boerenbond noemt de rentabiliteit structureel ondermaats; de lange periode maakt dat veel vleesveehouders stoppen of de productie afbouwen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









