Terug naar homepagina

Artikelen van Redactie Boerderij


Redactie Boerderij
Premium

Meer oog veehouderij voor rendement en sparen

15 dec 2010Nieuws
Premium

Rabo: meer aandacht voor inkoop grondstoffen

13 dec 2010Nieuws
Premium

Kabinet onzeker over intrekking Kierbesluit Haringvliet

13 dec 2010Nieuws
Premium

Nederland pleit opnieuw voor zachte landing zuivel

13 dec 2010Nieuws
Premium

Kabinet gaat gewoon door met onteigenen voor natuur

8 dec 2010Nieuws
Premium

Oppositie en coalitie botsen bij debat over wegenaanleg

6 dec 2010Nieuws
Premium

Ook in de Europese Unie geldt: wie betaalt, die bepaalt

2 dec 2010Achtergrond
Premium

Poolse overstromingen: 370 miljoen euro schade

16 jul 2010Achtergrond
Premium

Milieudoelen in zicht

27 apr 2007Achtergrond

In de maatschap?

Premium

In de agrarische sector is een maatschap of vennootschap onder firma (VOF) tussen partners (vaak, maar niet altijd zijn dat echtgenoten) een heel veel gebruikte rechtsvorm. De reden daarvoor is van fiscale aard. Wie maat of firmant is, is in fiscale zin ondernemer, en daar zitten nogal wat fiscale voordelen aan vast. Denk aan de ondernemersaftrek, de oudedagsreserve en vanaf 1 januari 2007 de MKB-winstvrijstelling.Het gaat hierbij in de meeste gevallen om groot geld. Het is dan ook niet vreemd dat als iemand het ouderlijk bedrijf heeft overgenomen, en de partner werkt mee in het bedrijf, men deze partner zo snel mogelijk wil laten toetreden tot de maatschap. En op zich hoeft dat ook geen probleem te zijn.Toetreding is echter wel een probleem als bij de bedrijfsovername gebruik is gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet. Op grond van deze wet mag een onderneming zonder dat als gevolg hiervan recht van schenking of recht van successie moet worden betaald voor een zachte prijs aan de opvolger worden overgedragen (de welbekende voortzettingswaarde), op voorwaarde dat deze opvolger de onderneming na overname nog gedurende een periode van vijf jaren voortzet. En daar zit het probleem. Want wie zijn partner laat toetreden zet de onderneming niet (helemaal) voor eigen rekening voort. Dat is ook het geval als – zoals dat bijna altijd het geval is – bij toetreding de zittende maat de aanwezige stille reserves voorbehoudt, en de toetreding niet tot een belastingaanslag leidt. Ook in dat geval wordt er niet voortgezet, met als gevolg dat er alsnog een stevige aanslag schenkingsrecht op de mat zal vallen. Meestal voor een bedrag dat het einde van de onderneming betekent. Als gevolg hiervan moest de meewerkende partner eerst vijf jaar in de wachtkamer gezet worden. Pas daarna – terwijl alle ondernemersfaciliteiten aan de neus van de partner in die periode voorbij gingen – kon toetreding plaatsvinden.Het vervelende was dat de regeling ‘overkill’ bevatte. Met andere woorden; de maatregel ging verder dan noodzakelijk was. Want dat het overgenomen deel van de onderneming niet binnen vijf jaar na de overname overgedragen kan worden valt nog te begrijpen. Wat echter niet te begrijpen valt is dat ook het gedeelte van de onderneming waarvan men al eigenaar was door de overname van een ander gedeelte ‘besmet’ raakte. Dat is raar, zeker omdat deze problematiek niet aan de orde is als de onderneming in de vorm van een BV wordt gedreven.Voorbeeld:Vader, moeder en zoon hebben een melkveebedrijf. Het bedrijf wordt in de vorm van een maatschap gedreven. Ieder is voor een derde eigenaar. Zoon neemt het gedeelte van zijn ouders (2/3 dus) over. Zoon kan nu gedurende vijf jaar niet het maatschapsaandeel dat hij al had (1/3) overdragen aan zijn echtgenote. Dit is het directe gevolg van de overname. Indien het bedrijf de vorm van een BV zou hebben gehad, dan had vader de aandelen 1 tot en met 10 gehad, moeder 11 tot en met 20 en zoon 21 tot en met 30. Zoon had de aandelen 1 tot en met 20 overgenomen, en had daarna de aandelen 21 tot en met 30 (zijn eigen ‘oude’ aandelen) kunne overdragen aan zijn vrouw. Er is dus sprake van een raar verschil tussen maatschap en BV. De heer Zalm heeft de Tweede Kamer toegezegd dit verschil te zullen wegnemen. Ook in de maatschap of firma zal de overnemende partij (veelal junior) het aandeel dat hij of zij al had mogen overdragen aan de partner. Voor het overgenomen gedeelte blijft echter een vervreemdingsverbod van vijf jaren staan. Wanneer de regeling veranderd zal worden is nog niet bekend, maar het hoeft niet lang te duren. Loop vooral niet op de wijziging vooruit, en wacht tot alles in kannen en kruiken is! Wie toch haast heeft met zijn of haar partner te laten toetreden moet maar de tot nu toe bekende sluiproute hanteren. Vóór de overname van het bedrijf door de zoon van ouders laat men de echtgenote respectievelijk de schoondochter toetreden tot de maatschap. Die bestaat dan even uit vier personen. Pas daarna treden de ouders uit en dragen het bedrijf over aan zoon. Omdat schoondochter dan al in de maatschap zit hoeft zoon niets meer over te dragen aan zijn vrouw. Deze wat omslachtige weg is dus binnenkort niet meer nodig. Maar loop vooral niet voor de muziek uit. Want de fiscale gevolgen daarvan zijn echt rampzalig.S.F.J.J. Schenk (Directeur Fiscale Zaken Gibo Accountants en Adviseurs)

30 nov 2006Achtergrond

Eén voedselveiligheidscertificaat voldoende voor alle gewassen

Premium

Akkerbouwers hebben vanaf dit teeltseizoen genoeg aan één voedselveiligheidscertificaat. Hierin staan alle eisen voor suikerbieten, granen, zaden, peulvruchten, consumptie- en zetmeelaardappelen en industriegroenten. Ook is het zo ingericht dat het voldoet aan de eisen die de General Food Law sinds dit jaar aan de primaire sector stelt.Veel akkerbouwers maken nu gebruik van verschillende certificaten. Door het integreren van alle eisen in het Voedselveiligheidscertificaat Akkerbouw (VVAK) wordt overlap voorkomen en zijn telers in sommige gevallen goedkoper uit. De controlekosten zijn volgens het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA) vergelijkbaar met of lager dan het totaalbedrag van dezelfde certificaten vorig jaar.Afnemers eisen vaak een certificaat om er zeker van te zijn dat ze zo veilig mogelijke producten kopen. Het eisenpakket voor het VVAK is gebaseerd op een HACCP-analyse van teelt, oogst, transport en bewaring. Voor elke stap in het proces zijn de risico’s vastgesteld en is aangeven hoe die tot een minimum beperkt kunnen worden. Aan de eisen is inhoudelijk niks veranderd. Wel zijn de voorwaarden van de General Food Law op het gebied van traceerbaarheid en meldingsplicht bij onveilige situaties er aan toegevoegd.Aanmelden kan bij een van de controlerende instanties die zijn genoemd op de website van het HPA. Een teler die voor het eerst een voedselveiligheidscertificaat aanvraagt of een nieuwe gewas opgeeft, moet dit minimaal een maand voor het verwachte oogstmoment doen. Daarbij geldt 1 juni als de uiterste datum.Een teler die zich heeft aangemeld, wordt ook de daaropvolgende jaren benaderd voor controles. Zonder tegenbericht wordt de registratie automatisch verlengd. Akkerbouwers kunnen voor aanvang van het teeltseizoen het contract beëindigen.De gekozen controlerende instantie neemt contact op met de teler voor een bedrijfsbezoek. Akkerbouwers zijn verplicht hier aan mee te werken. Als een afspraak tot drie keer toe wordt afgezegd, volgt automatisch een afkeuring.Meer informatie HPA handboek VVAK

22 mrt 2005Achtergrond