André Hoogendijk: werk aan de winkel in de akkerbouw

André Hoogendijk - Foto: Fred Libochant

André Hoogendijk - Foto: Fred Libochant


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

André Hoogendijk is de nieuwe directeur van de Brancheorganisatie Akkerbouw. Hij wil de coördinerende functie van de vereniging verder uitbouwen. “De akkerbouw loopt wel eens achter de feiten aan.”Op de ochtend van het interview krijgt de nieuwe directeur van de Brancheorganisatie Akkerbouw een plan van aanpak tegen stengelaaltjes onder ogen. Aaltjes kunnen grote schade veroorzaken in onder andere uien, aardappelen en bieten. De eerste vraag van André Hoogendijk was of al contact is gezocht met de bollensector, want die worstelt al meer dan een eeuw met die schadelijke aaltjes. Hoogendijk weet dat, want in zijn vorige functie was hij adjunct-directeur van de KAVB, de branchevereniging van de bollensector. Sectoren kunnen veel van elkaar leren, is zijn overtuiging.Hoogendijk zal dit meerdere keren herhalen tijdens het gesprek. Het is een van de speerpunten van de nieuwe directeur, die per 1 september is aangetreden als opvolger van Matthé Elema. Hij wil de coördinerende functie van de BO Akkerbouw verder uitbouwen. “Ik ben hier niet om op de winkel te passen. Er is werk aan de winkel.”André Hoogendijk is de nieuwe directeur van de Brancheorganisatie Akkerbouw. Hij volgde per 1 september 2019 Matthé Elema op. Daarvoor was Hoogendijk adjunct-directeur bij de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), de branchevereniging van de bloembollensector. - Foto: Fred LibochantKent u de akkerbouw?“Niet van huis uit, maar via de bollenvereniging KAVB kwam ik wel in aanraking met de sector. Veel bollen worden geteeld door akkerbouwers.”Wat is een verschil tussen de bollensector en de akkerbouw?“Een groot verschil is dat akkerbouwers vooral grondstoffen leveren aan grote verwerkers. De bollentelers moeten veel meer hun eigen afzet regelen. Je ziet dan ook dat bollentelers veel van het erf komen en op bezoek gaan bij hun afnemers en ze kijken veel naar andere sectoren om ideeën op te doen. Mijn indruk is dat de akkerbouw dat wat meer mag doen: kijk bij je afnemers en werk samen met andere sectoren.”Waar denkt u dan aan?“Ik denk dat de akkerbouw vooral veel kan samenwerken met de andere open teelten, zoals bloembollen en vollegrondsgroenten. Ik kreeg vanochtend het plan van aanpak tegen stengelaaltjes onder ogen. De akkerbouw wil daarmee aan de slag. De bollenteelt heeft al meer dan een eeuw met die aaltjes te maken. Het onder water zetten van grond wordt in de akkerbouw getest om aaltjes te bestrijden. De bollensector doet dat al meer dan dertig jaar. In de akkerbouw wordt minerale olie toegepast om virusoverdracht via luizen te voorkomen. De bollensector heeft daar veel onderzoek naar gedaan. Verzilting is een probleem dat alle open teelten raakt. Ook wat betreft aardappelmoeheid (AM) zie ik raakvlakken. Bloembollen voor de export mogen alleen worden geteeld op AM-vrij land. De BO Akkerbouw heeft een plan van aanpak tegen AM. Dat is ook in het belang van de bollensector. Ik denk bijvoorbeeld ook aan het uitwisselen van gegevens over grondonderzoek. Stel dat een bollenteler land heeft onderzocht op stengelaaltjes of AM en bij een positieve uitslag daar geen bollen gaat telen. Het is handig dat die informatie terechtkomt bij een akkerbouwer die daar aardappelen of uien wil telen. Dat soort informatie moeten keuringsdiensten NAK voor de akkerbouw en BKD voor de bollensector met elkaar delen. We moeten meer samen optrekken en kennis delen. Ik denk daarbij ook aan het buitenland. De Universiteit Gent doet bijvoorbeeld onderzoek naar bio-stimulanten voor planten. Die kennis kan de Nederlandse akkerbouw helpen, want het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat onder druk.”Met één stem spreken is effectiever dan wanneer belangenbehartigers dat apart doenWaarom zei u ja tegen deze functie?“Wat mij aanspreekt in de brancheorganisatie is dat deze de hele keten vertegenwoordigt. In de sollicitatiegesprekken werd mij duidelijk dat het bestuur van de BO de ambitie heeft om de sector te versterken. Dat vind ik belangrijk. Want er komt veel op de sector af wat betreft duurzaamheid, bodem, klimaat, natuur, milieu en gewasbescherming. De BO Akkerbouw speelt daar een centrale rol in.”Is de BO een belangenbehartiger?“De brancheorganisatie is een coördinator en een platform waar de hele akkerbouwketen bij elkaar komt. In de discussie over het klimaatakkoord hebben de leden er echter voor gekozen daar met één stem te spreken via BO-voorzitter Dirk de Lugt. De wensen van de akkerbouw zijn voor bijna 90% verwerkt in het Klimaatakkoord. Deze aanpak is een succes. Als het gaat om bijvoorbeeld gewasbescherming, dan ligt de belangenbehartiging bij LTO, NAV en NAJK. Ook over andere punten stappen organisaties en bedrijven zelf naar de politiek. Maar de BO Akkerbouw kan dat coördineren. De BO heeft bijvoorbeeld het Actieplan Plantgezondheid opgesteld, waarin de sector doelen benoemt voor onder andere gewasbescherming en bodemgezondheid.”Ik zie vaak een kloof tussen beleid en praktische uitvoerbaarheidIk constateer dat de belangenbehartiging voor de gewasbescherming niet effectief is. De middelen sneuvelen bij de vleet, zoals neonicotinoïden, chloor-IPC en diquat (Reglone). Is de belangenbehartiging effectief?“Daar heb ik geen waardeoordeel over. Maar met één stem spreken is effectiever dan wanneer bedrijven en belangenbehartigers dat apart doen. Daar zie ik een coördinerende taak voor de BO Akkerbouw. Ik constateer dat de akkerbouw wel eens achter de feiten aanloopt. Bij de neonicotinoïden dacht de akkerbouw dat het wel goed zou komen. De bollensector was in 2014 al bezig met alternatieven. De akkerbouw heeft weinig geanticipeerd op het verbod van chloor-IPC en diquat. Of de toelating van glyfosaat wordt verlengd na 2022 is onzeker. Dan loop je achter de feiten aan. Daar is een gecoördineerde belangenbehartiging voor nodig. Dat kan binnen de BO Akkerbouw afgestemd worden. Met een goede coördinatie heb je meer kans op succes.”In uw functie bij de KAVB heeft u wel eens gesproken van ‘Haagse hobby’s’. Den Haag denkt vaak in gemakkelijke oplossingen. Zie u dat ook in de akkerbouw?“Ik zie vaak een kloof tussen beleid en praktische uitvoerbaarheid. Kijk naar Veldleeuwerik, een toonbeeld van duurzame samenwerking in de akkerbouw. De overheid is er groot fan van, maar in de praktijk lukt het niet om dat voort te zetten. Op de onlangs gehouden Bodemtop werd lovend gesproken over strokenteelt. In de visie op de kringlooplandbouw wordt strokenteelt gepresenteerd als een kant-en-klare oplossing. Het is ook een interessante ontwikkeling, maar er moet nog veel gebeuren om het toepasbaar te maken in de praktijk. Ik zie het bij precisielandbouw ook. Iedereen is er voor, maar in de praktijk komt het te weinig van de grond. Zonder verdienmodel en zonder goede kennisverspreiding zijn vernieuwingen lastig door te voeren. Een akkerbouwer wil weten wat hij moet doen en of hij zijn investering terug kan verdienen.”Van de oudste naar de jongste landbouworganisatieDe Brancheorganisatie Akkerbouw bestaat sinds 1 januari 2015 en is de jongste landbouworganisatie. De BO is opgericht na de opheffing van het Productschap Akkerbouw. De akkerbouw wilde een platform behouden waar de hele keten in zit. De leden zijn: Agrifirm, Avebe, Het Comité van Graanhandelaren, Cosun, CZAV, Van Iperen, LTO Nederland, Nederlandse Akkerbouw Vakbond, NAJK, Nederlandse Aardappel Organisatie, Plantum en Vavi.
Directeur André Hoogendijk was tot 1 september adjunct-directeur bij KAVB, de vereniging van de bollensector. Dat is de oudste landbouworganisatie, opgericht in 1860.Wat is een grote uitdaging voor u?“Het bereiken van de akkerbouwer. De BO Akkerbouw is een nieuwe vereniging met twaalf leden. Akkerbouwers zijn niet zelf direct lid. Toch wil de BO juist dicht bij de akkerbouwer staan. Ik wil goed contact met de praktijk houden door regelmatig het veld in te gaan. Ik constateer dat de BO een groot draagvlak heeft onder akkerbouwers. De verplichte bijdrage aan het Programma Onderzoek en Innovatie is voor meer dan 95% betaald zonder dat we daar achteraan hoefden. In de laatste 5% moeten we meer energie steken om die betaald te krijgen. Als het nodig is, gaat de deurwaarder er heen en in het uiterste geval gaan we naar de rechter. Dat zijn echter uitzonderingen, die ons niet mogen afleiden van de mooie resultaten. De akkerbouwers investeren nu € 3 miljoen per jaar in gezamenlijk onderzoek. Daar worden subsidies en financiering vanuit andere partijen aan toegevoegd. Het gevolg is dat voor € 16 miljoen aan onderzoek wordt uitgevoerd voor de akkerbouwers. Voor elke ingebrachte euro van een akkerbouwer wordt dus meer dan € 5 besteed aan onderzoek. Aan ons de taak om die kennis weer te delen met de akkerbouwers. Zij moeten duidelijk zien wat ze terug krijgen voor de verplichte bijdrage.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.