Foto: Misset BoerenlevenAchtergrond

1965: razendsnelle ontwikkelingen in zeugenhouderij

In 1965 bracht een zeug 14,7 biggen per jaar groot. Daarna ging het snel, 15 jaar later was het al 18,7.

Toen halverwege de jaren zestig deze foto werd genomen, was de varkenshouderij juist bezig met een enorme groei. Van bijzaak werd dit dier hoofdzaak nadat boeren zich gingen specialiseren. Aanvankelijk zaten de varkens in houten hokken op stro maar al snel was duidelijk dat dit te arbeidsintensief was om stevig te kunnen groeien. Andere huisvesting maakte die groei wel mogelijk.

1965: 11 biggen lopen er bij deze zeug die in een vrij schrale conditie in de kraamstal staat. De werpbox is eenvoudig, zonder valbeugels. In de jaren hierna zouden voeding, huisvesting en klimaat verder verbeteren met een enorme productiestijging tot gevolg. - Foto: Misset

1965: 11 biggen lopen er bij deze zeug die in een vrij schrale conditie in de kraamstal staat. De werpbox is eenvoudig, zonder valbeugels. In de jaren hierna zouden voeding, huisvesting en klimaat verder verbeteren met een enorme productiestijging tot gevolg. – Foto: Misset

Impact van roostervloer

De impact van de roostervloer in deze was enorm, het scheelde vele manuren aan uitmesten. Eerst waren er de volledig roostervloeren, zowel bij de vleesvarkens als bij drachtige zeugen en kraamzeugen. Die hielden de dieren weliswaar schoon maar er zaten ook nadelen aan. Soms bleef een zeug met enkele spenen tussen de spijlen haken, het laat zich raden hoe dat afliep als ze opstond. Ook kleine biggen zakten soms met een pootje tussen de spijlen en waren daarna niet of nauwelijks meer te bevrijden.

Een ander belangrijk nadeel van een volledig roostervloer in de kraamstal was dat de biggen lastiger warm te houden waren. Mede door druk vanuit de maatschappij verdween dit type vloer dan ook. Eerst uit kraamstallen, later uit de andere afdelingen. Halfrooster kwam opzetten, en verbeterde kraamkooien met valbeugels. De ontwikkelingen stonden bepaald niet stil.

Productie en aantal dieren per bedrijf

Verbeterde huisvesting, automatisering, fokkerij en uitgekiende voeding, stuwden de productie en het aantal dieren per bedrijf vervolgens op tot ongekende hoogten. En dat zonder enorm veel extra arbeid per plaats.

Dit artikel is te lezen in Boerderij 20 van dinsdag 11 februari en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen

In de rubriek Zo ging het toen gaan we terug in de tijd. Boerderij bestaat al meer dan 100 jaar en aan de hand van foto's uit het archief kijken we naar de agrarische sector in de vorige eeuw. Benieuwd naar meer historie? Check het dossier Zo ging het toen.