1952: Manden vlechten op de deel

Foto: Misset
Op de foto uit 1952 zit een boer op de deel manden te vlechten. Daarvoor werden vroeger vaak wilgentenen gebruikt van eigen grond.Het was geen snoeisel van knotwilgen langs de slootkant, er waren speciale kweekvelden voor, de zogenaamde grienden. Elk jaar werden de jonge scheuten van de onderstam geknipt. Dat moest voor de start van het voorjaar anders zouden de twijgen weer uit gaan lopen. Na een poos in water geweekt te hebben, waren ze makkelijker te schillen. Van geschilde wilgentenen, de ‘witte’, werden sjiekere manden gemaakt, ongeschilde tenen werden vaak verwerkt tot aardappelmanden. Ze waren deels voor eigen gebruik maar ook voor de verkoop. - Foto: MissetEr werden manden in allerlei vormen van gemaakt. Sommige wilgentenen werden met schil en al gebruikt, soms werd het materiaal eerst gekookt. Te dikke takken werden gespleten, dat gaf weer een heel ander effect. Een mandenmaker had alle benodigde technieken in huis, veel oudere boeren beheersten de basisvaardigheden zelf. MultifunctioneelManden waren nodig voor van alles en nog wat. Ze werden gemaakt voor de verkoop om zo wat extra’s te verdienen, maar men had ze ook nodig voor eigen gebruik. Omdat het materiaal vrij snel verging, waren er regelmatig nieuwe nodig. Er werden aardappelen in gedaan, appels en eieren, ze dienden als wasmand, soms gingen er biggen of konijnen in voor transport naar de markt. Men vlocht ook wel fuiken om vis te vangen en zo waren er nog tal van andere toepassingen. Plastic emmers en bakken, waren er nog nauwelijks. Dit artikel is te lezen in Boerderij 21 van dinsdag 20 februari en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









