Weinig toegepast vroeg scannen vermindert verliesdagen

Foto: Henk Riswick
De meeste zeugenhouders voeren drachtcontrole uit door middel van scannen. Daarbij besteedt 60% van de bedrijven het scannen uit. Dit blijkt uit een enquête van Boerderij.Drachtbepaling bij zeugen door middel van scannen wordt op de meeste bedrijven rond de 21 dagen na inseminatie uitgevoerd. Uit de enquête blijkt dat ruim 44% van de zeugenhouders de zeugen op 21 dagen scant. Krap 20% van de zeugenhouders kiest ervoor de zeugen op een eerder tijdstip tussen de 16 en 18 dagen al te scannen. De overige zeugenhouders scannen zelfs later dan 21 dagen. Vroeg scannen vraagt meer vaardighedenHet scannen op 16 dagen vraagt meer vaardigheden en tijd van de scanner en goede apparatuur. Op 21 dagen zijn er vruchtblaasjes zichtbaar, maar bij scannen op 16 dagen is de dracht alleen te herkennen aan veranderingen aan het baarmoederweefsel, waardoor het risico op fouten groter is. Toch behalen de scanners die zich gespecialiseerd hebben op vroeg scannen, een betrouwbaarheid die ruim boven de 90% ligt. Terugdringen van het aantal verliesdagenGrootste voordeel van vroeg scannen is het terugdringen van het aantal verliesdagen. Een terugkomende zeug wordt over het algemeen tussen de 18e en 22e dag na inseminatie weer berig en geïnsemineerd. Bij drachtcontrole op 21 dagen of later wordt deze eerste berigheid niet altijd opgemerkt. Het missen van de eerste berigheid na insemineren betekent in principe drie weken wachten. De zeugenhouders in de enquête schatten de kosten per verliesdag op € 5 of hoger, wat betekent dat één cyclus minimaal € 100 per zeug kost. Lees aanstaande dinsdag meer in Boerderij
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









