Eric van Zutphen (55) heeft in Zijtaart (N.-Br.) een bedrijf met 530 zeugen. - Foto's: Bert Jansen BoerenlevenAchtergrond

Varkenspest 1997: ‘In het dorp voelden we alleen maar steun’

Na het fokverbod en doodspuiten van biggen had Eric van Zutphen geen biggen meer op zijn bedrijf. Gelukkig bleef ruimen hem bespaard maar het biggen doodspuiten maakte diepe indruk. De nasleep met herstructurering voelde als een trap na.

Een telefoontje van de handelaar, de middag voor de beruchte datum schokte zeugenhouder Eric van Zutphen uit het Brabantse Zijtaart. Hij zat nog in maatschap met zijn ouders en varkenspest was altijd ver weg. “We hadden het hier nooit gehad, wel onze buren vijftien jaar eerder.” De geruchten van een varkenspestuitbraak in Boekel gonsden de hele middag en avond. Het maakte dat varkenshouders massaal hun varkens verplaatsten. Ook Van Zutphen bracht een paar honderd biggen naar zijn vaste afnemer. “We dachten: als het echt pest zou zijn, komen we misschien wel drie of vier weken dicht te zitten.” Hoe dramatisch het virus de maanden die volgden om zich heen zou slaan, was op die koude avond in februari nog helemaal niet voor te stellen.

Doodspuiten van biggen

Dat voorjaar zag de varkenshouder het allemaal voorbijkomen: vervoersverboden, een fokverbod, opkoopregelingen en voor hem als dieptepunt het doodspuiten van biggen. De naam ‘T61’ – het beruchte middel van de dierenartsen – laat hem nog steeds niet onberoerd. Samen werkten ze de klus wekelijks af; soldaten verzorgden de tellingen. “Ik herinner me dat we het in doodse stilte deden.” Verstand op nul, het moést gebeuren. “Ik kon er zelf redelijk mee overweg, maar ons pap kon niet in de stal komen.”

In de stallen was elk hoekje en voergang gevuld met biggen. Zeker niet ideaal maar tot grote problemen heeft het niet geleid. “Na zes of zeven weken konden we biggen leveren voor destructie.” Op een gegeven moment zijn er alleen nog zeugen op het bedrijf die worden gevoerd op onderhoudsniveau.

Hoe ingrijpend het ook was, als jong gezin konden hij en Jacqueline het goed handelen. “Onze oudste is in die periode geboren, dus we hadden genoeg afleiding.” En het werk ging toch door. Bijeenkomsten met collega’s waren er niet meer, maar in de vriendenkring werd vaak gesproken over de pest. “Je begrijpt elkaar heel goed.”

In de loop van 1998 mochten bedrijven herbevolken en insemineren. Opvallend snel herpakte de sector zich, ook bij Van Zutphen. Ondanks de dramatische prijzen die na het financieel redelijke pestjaar volgden, is snel een een nieuwe biggenstal gebouwd.

Lees verder onder de foto.

Ten tijde van de varkenspest had Eric van Zuthpen met zijn ouders een bedrijf met 250 zeugen aan de andere kant van het dorp.
Ten tijde van de varkenspest had Eric van Zuthpen met zijn ouders een bedrijf met 250 zeugen aan de andere kant van het dorp.

‘Voelde als een trap na’

Als gevolg van de varkenspest kreeg de sector met veel nieuwe wetten en regels te maken. “De herstructurering met inleveren van 25% varkensrechten voelde echt als een trap na.” Later volgden de Reconstructiewet – met oorspronkelijk de varkensvrije zones – en aanscherpingen rondom gezondheid, contactadressen en welzijn.

Hij kijkt nu wat genuanceerder; veel veranderingen waren toch wel gekomen. Ook de verplaatsing van het eigen bedrijf naar het landbouwbouwontwikkelingsgebied is waarschijnlijk te danken aan wetgeving na de varkenspestperiode. Of hij door zou gaan met de varkens is nooit een twijfel geweest.

Mocht vandaag varkenspest uitbreken, dan vreest Van Zuthpen veel meer negatieve aandacht vanuit de (sociale) media. Wat dat betreft was de nieuwsvoorziening rondom de pest in zijn herinnering nog best neutraal. “Natuurlijk waren er ook negatieve geluiden en iedereen schrikt van de beelden op televisie. Maar in het dorp hier voelden we alleen maar steun.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief varkensgezondheid en ontvang maandelijks gratis artikelen die normaal alleen te lezen zijn voor abonnees.
Beheer
WP Admin