Vaker natuurlijk afkalven dikbilras vraagt meer inzet

De vleesveesector wilde in 2030 tot een verviervoudiging van het aantal natuurlijke geboorten komen bij Belgisch Witblauw en Verbeterd Roodbont. Deze ambitie is in 2014 uitgesproken in haar Plan van Aanpak (PvA)  Naar meer natuurlijke geboorten .

De vleesveesector wilde in 2030 tot een verviervoudiging van het aantal natuurlijke geboorten komen bij Belgisch Witblauw en Verbeterd Roodbont. Deze ambitie is in 2014 uitgesproken in haar Plan van Aanpak (PvA) Naar meer natuurlijke geboorten .


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Er is nog meer inspanning nodig voor meer natuurlijke geboortes bij dikbilrassen. Het project Bewust Natuurlijk Luxe krijgt daarom een vervolg.In 2014 werd bij dikbilrassen 85 tot 90% van de koeien met keizersnede verlost. De ambitie is om in 2030 voor Belgisch Witblauw 60% natuurlijke afkalvingen te bereiken; bij Verbeterd Roodbont 50% natuurlijke geboorten in 2035. De sector heeft een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en is in 2015 gestart met het project Bewust Natuurlijk Luxe (BNL) op initiatief van stamboeken, LTO en KNMvD. Doelstelling wordt niet gehaaldOp verzoek van het ministerie is een evaluatie uitgevoerd van de voortgang van het PvA. Hieruit blijkt dat bij een ongewijzigd fokprogramma het verwachte percentage natuurlijke geboorten bij beide rassen 40% is in 2035. Het blijft daarmee achter bij de doelstellingen. Om de doelen te halen, ligt de focus in een vervolg op het BNL-project op verkorten van het generatie-interval, schatten van fokwaarden van jonge KI-stieren en nog meer draagvlak. Een fok- en/of houdverbod van de 2 rassen is wettelijk niet mogelijk Ruimere bekkenmatenDe kans om natuurlijk af te kalven neemt toe bij het fokken op ruimere inwendige bekkenmaten. Met name bekkenhoogte is hierin belangrijk. Bijna twee derde van de fokkers laat inwendige bekkenmaten van dieren meten. In 2018 ging het om 50% van Belgisch Witblauwkoeien en 85% van Verbeterd Roodbontkoeien. “Dat is positief, want op basis van verzamelde gegevens zijn fokwaarden geschat die bruikbaar zijn voor de hele populatie”, zegt Jan ten Napel van Wageningen Livestock Research, die als onderzoeker betrokken was bij de evaluatie. “Er is een duidelijk positieve tendens richting natuurlijke geboorten berekend van 40% voor beide rassen in 2035. Daarmee haalt de sector de oorspronkelijk doelstelling van 50 tot 60% natuurlijke geboorten nog niet”, concludeert Ten Napel. Lees verder onder de fotoDe vleesveesector wilde in 2030 tot een verviervoudiging van het aantal natuurlijke geboorten komen bij Belgisch Witblauw en Verbeterd Roodbont. Deze ambitie is in 2014 uitgesproken in haar Plan van Aanpak (PvA) ‘Naar meer natuurlijke geboorten’. - Foto: Peter RoekGrote inzet van ongunstige stieren“Belangrijkste reden is het ontbreken van fokwaarden voor jonge stieren, waardoor de intensiteit van genetische selectie achterblijft. Nog een reden is de nog relatief grote inzet van de 25% meest ongunstige stieren voor vererving van bekkenmaten.” Er zijn nog slechts 3 generaties tot 2035 en dat beperkt ook de verandering van inwendige bekkenmaten en de kans op natuurlijke geboortes in die periode. Verbetering selectie mogelijkVerkorting van het generatie-interval en het schatten van fokwaarden van jonge KI-stieren is cruciaal om 50 tot 60% natuurlijke geboorten in 2035 te bereiken. Tot 2018 waren fokwaarden van stieren pas beschikbaar als ze al een jaar of 3 gebruikt zijn. “Deze veelgebruikte stieren hebben geen enkele fokwaarde voor inwendige bekkenhoogte. Pas op 5-jarige leeftijd zijn er voldoende gegevens van nakomelingen over bekkenhoogtes bekend. Er is een groter aanbod van stieren met goede fokwaarden nodig. Dat is mogelijk met het schatten van fokwaardes van jonge stieren, zodat fokkers eerder kunnen kiezen voor stieren met ruimere bekkenmaten. Dat versnelt genetische selectie in de gewenste richting”, legt Ten Napel uit. Fokwaardes schattenFokwaardes voor jonge stieren zijn te schatten volgens 3 methoden. Op basis van verwachtingswaarde (de gemiddelde fokwaarde van vader en moeder of moedersvader) en op basis van gecorreleerde fokwaarde. “Hierbij maak je gebruik van genetische correlaties tussen inwendige bekkenhoogte en andere kenmerken, zoals de hoogtemaat van een dier.” Als laatste is een genomische fokwaarde bruikbaar. Hierbij wordt gewerkt met een referentiepopulatie, waarin genomische informatie is gekoppeld aan eigen prestaties en prestaties van nakomelingen wat betreft bekkenmaten en natuurlijke geboorten. Juiste stierkeuze stimulerenDe afgelopen 5 jaar is het draagvlak voor meer natuurlijke geboorten onder fokkers van luxe vleesvee versterkt. Het toegenomen draagvlak heeft zich echter nog beperkt vertaald in het aanhouden van koeien met ruimere bekkenmaten en de inzet van stieren met een gunstige fokwaarde.Het kiezen voor een klein, kort en breed type als ideaaltype is in de fokkerij van dikbilrassen strijdig met het streven naar natuurlijke geboorten. Binnen de stamboeken is het belangrijk om het gebruik van stieren die bekkenruimte vernauwen te ontmoedigen. Voor gewenste keuzes door fokkers is het belangrijk dat er meer feitelijke informatie komt over andere relevante kenmerken (zoals bevleesdheid) van de meest gunstige en ongunstige stieren qua bekkenmaten. Lees verder onder de fotoAls het fokken op ruimere bekkenmaten na 2035 doorloopt, komen dikbilrassen uit op een percentage noodzakelijke keizersneden die vergelijkbaar is met andere vleesrassen. - Foto: Ronald HissinkDemogroepen“Zelf zien dat het mogelijk is om koeien met ruimere bekkenmaten te fokken met behoud van luxe, is daarin heel belangrijk”, stelt Ten Napel. Beide stamboeken hebben daarom sinds 2016 op keuringsdagen demogroepen ingesteld voor luxe koeien met ruime maten en/of natuurlijk afgekalfd. Daar waren regelmatig topdieren bij en dat blijkt de beste promotie voor een ander fokbeleid.Omslag naar doenIn de volgende fase van het BNL-project is de omslag van bewustwording naar ‘doen’ belangrijk. Daarvoor zijn gerichte keuzes in fokbeleid en meer kennisoverdracht nodig en het aanhaken van dierenartsen bij het proces. “Fokkers moeten terugkoppeling krijgen over hun genetische selectie: de gemiddelde fokwaarde van de stieren die ze hebben gebruikt en het percentage inseminaties van ongunstige stieren”, zegt Ten Napel.Volgens Saskia Scheer, projectleider BNL van Projecten LTO Noord, is het gericht niet verder fokken met koeien met zeer ongunstige bekkenmaten een keuze die fokkers moeten leren maken. “Daarnaast helpt kennis over voeding in het laatste stadium van de dracht. Als je vervetting voorkomt, bevorder je natuurlijke geboorten”, zegt Scheer. “Net als het gesprek aangaan met je dierenarts over natuurlijke geboorten.”Verbod op dikbil niet mogelijkDe Kamer wilde weten of een verbod op dikbil vleesrassen mogelijk was als er onvoldoende voortgang zou zijn bij initiatieven om natuurlijke geboortes bij de 2 rassen mogelijk te maken. Op grond van richtlijn 87/328/EEG blijkt een fok- en/of houdverbod van dubbelgespierde rassen wettelijk niet mogelijk.
Volgens de richtlijn moeten lidstaten erop toezien dat toelating van raszuivere fokrunderen tot voortplanting niet wordt verboden, beperkt of belemmerd. Fokrunderen van de rassen Verbeterd Roodbont en Belgisch Witblauw zijn raszuiver en vallen binnen de werkingssfeer van de Europese richtlijn. Om deze reden heeft minister Schouten aangegeven het project BNL met een financiële bijdrage voort te zetten. Het fokken met dieren met een zeer grote waarschijnlijkheid van een diergeneeskundige noodzaak voor een keizersnede is niet expliciet verboden, maar wordt op basis van de Wet Dieren beschouwd als ongewenst.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.