Theatermaakster Titia Bouwmeester sprak uitgebreid met boerengezinnen. De gesprekken zijn opgenomen in de nieuwste theatervoorstelling die op een boerenerf plaatsvindt. - Foto: Marcel Mölle BoerenlevenAchtergrond

Spotlight op boerenfamilies

Een theaterstuk op locatie geeft weer waar boeren anno nu mee worstelen. “De kennis en kunde die je als boer nodig hebt, is veranderd.”

Een familiebedrijf runnen in de landbouw is anno 2022 laveren tussen hoop en vrees. De familie Appelman is een van de agrarische gezinnen die model staan voor een toneelvoorstelling over hoe het nog mogelijk is om een gezond bedrijf door te geven aan de volgende generatie.

Ontmoeting tussen boer en burger

Locatietheater Grondproeven 2 zet het boerengezin in de schijnwerpers. Letterlijk. Een vader, een moeder, een dochter en een zoon, gespeeld door acteurs, spreken teksten uit van echte Noord-Hollandse tuinders- en boerengezinnen. De voorstelling is tijdens Karavaan Festival te zien op een akkerbouwbedrijf in Noord-Holland en creëert daarmee letterlijk een ontmoeting tussen boer en burger. Theatermaakster Titia Bouwmeester heeft er uren, dagen, weken en langer in zitten; gesprekken met de generaties op huidige akkerbouwbedrijven in de West-Friese vollegrond. Een van die gezinnen is dat van de familie Appelman in de Schermer.

Cursussen en projecten

De dagen dat broccoliteler Peter Appelman uit Stompetoren nog in de schoolbankjes zat, zijn dan ook al bijna een halve eeuw geleden. Hoewel, hij is op latere leeftijd via allerlei cursussen en projecten alsnog gaan leren hoe hij die grond, waarop zijn broccoli en bloemkool moeten groeien, toch van de ondergang kon redden.

“De wal heeft bij mij het schip gekeerd, een jaar of 10, 15 geleden. We hadden hier op het land steeds vaker waterschade, oogsten werd steeds moeilijker, ik kon het land niet meer op. Op percelen tot 50% afslibbaar ben ik de grond gaan verbeteren en uiteindelijk gaan ecoploegen, zonder hoofdbewerking, alleen eggen en het is nu schitterende grond. We hebben hier een officieel nitraatmeetpunt van het RIVM en dat meet weinig tot 0 uitspoeling.”

De theatervoorstelling vindt plaats op het bedrijf van tuindersfamilie Appelman. Hun ervaringen zijn ook opgenomen in het stuk. - Foto: Lex Salverda
De theatervoorstelling vindt plaats op het bedrijf van tuindersfamilie Appelman. Hun ervaringen zijn ook opgenomen in het stuk. - Foto: Lex Salverda

Levende grond

Springlevende grond voor de volgende generatie, dat is wat vader Appelman wil doorgeven. Want hij verkeert in de gezegende omstandigheid dat zijn zoon Dave het bedrijf aan het overnemen is. Hoewel, gezegend? Dat is niet per definitie hoe de vaders en moeders, die een leven lang een agrarisch bedrijf hebben gerund, er tegenaan kijken. Dat merkte theatermaakster Titia Bouwmeester de afgelopen maanden en jaren in gesprekken die ze voerde met boeren en tuinders.
“Ze vertellen me hoe hun bedrijf groter is geworden en hoe de kennis en kunde die je daar als boer voor nodig hebt is veranderd”, schetst Bouwmeester. “Natuurlijk willen ze dat levenswerk wel doorgeven. Maar ik hoor ze ook twijfelen: ‘Wil ik wel dat ze eraan beginnen?’, ‘Wij stapten nog op een boemeltje, maar zij springen op een TGV met problemen voor de wielen die wij hebben gecreëerd.’ Dat soort uitspraken.”

Kijken en proeven

Het zijn uitspraken die ook letterlijk terecht kunnen komen in de theatertekst, die vanaf 26 mei 10 dagen lang elke avond op locatie in de Schermer weerklinkt. De schuur van akkerbouwbedrijf Gootjes wordt dan omgebouwd tot theaterzaal annex restaurant. Want het publiek kijkt en luistert niet alleen naar een voorstelling, het proeft ook gerechten gemaakt met de producten van de lokale telers over wie het allemaal gaat.

Titia neemt de tijd om de akkerbouwers goed te leren kennen

Broccoliteler Peter Appelman

Broccoliteler Appelman staat bekend als iemand die geen blad voor de mond neemt, maar honderduit praat over wat er op zijn pad komt. Ideaal dus als basis voor een levendige toneeltekst. En levensecht. Appelman: “Ik heb ook wel eens een voorstelling op locatie op een groentebedrijf gezien, waarin het werd voorgesteld alsof de boeren in het net van de chemische industrie gevangen zitten. Alsof wij slachtoffers zijn en zielig. Die regisseur had zich ook wel ingelezen, maar die had er zijn eigen verhaal van gemaakt in zijn eigen woorden en met zijn eigen conclusies. Titia neemt de tijd om de akkerbouwers goed te leren kennen. Dat geeft een heel herkenbaar resultaat. Dat merkte ik al in Grondproeven deel 1 vorig jaar. Ik hoorde daar echt mezelf in terug.”

Acteurs van locatietheater Karavaan in actie op het bedrijf van Appelman. - Foto: De Karavaan
Acteurs van locatietheater Karavaan in actie op het bedrijf van Appelman. - Foto: De Karavaan

Bewolkt beeld

Wat er van zijn zorg en hoop over het familiebedrijf in Grondproeven 2 terecht gaan komen, dat is nog even afwachten. Een deels wel wat bewolkt beeld, want er is nu eenmaal veel te doen over stikstof, CO2, inflatie, klimaat en hoe de land- en tuinbouw van de toekomst daar op zullen moeten worden aangepast.
“We horen genoeg verhalen van collega-telers waar het allemaal niet zo gladjes verloopt. Er is tegenwoordig ook zo veel meer te vererven dan een generatie geleden. Dat geeft her en der hoog oplopende ruzies en conflicten binnen families, tussen ouders en tussen kinderen.”

Grond als een bedrijfsmiddel

Hoe dat bij de familie Appelman zal gaan, dat is nog een proces in volle gang. “Ik kan natuurlijk naar mijn grond kijken als mijn pensioen en zo mijn grond laten taxeren. Of zie ik de grond als een bedrijfsmiddel, als een machine die je goed moet onderhouden zodat het goed functioneert voor de teelt en het bedrijf?”

Dat laatste is wat Appelman nu als insteek heeft gekozen. Zijn keuze was dan wel dat hij weer serieus naar zijn grond is gaan kijken. Met collega-teler John Huiberts als bodemcoach in een project van de provincie Noord-Holland, met een onderzoeker van het Louis Bolk Instituut die de afgelopen 10 jaar geregeld is komen ‘meespitten’ en met ook recentelijk weer een nieuw ‘spitgroepie’ van gelijkgestemde telers.

Biologisch is niet de enige weg naar duurzamer werken

Niet biologisch

“Niet dat ik nu ook biologisch word. Heb ik wel naar gekeken hoor, ik heb 20 jaar geleden al omschakelcursussen gedaan. Maar biologisch is niet de enige weg naar duurzamer werken. Op mijn eigen grond investeer ik jaarlijks veel in bodemverbetering met compost en groenbemesters. En op de grond die ik huur ben ik daar ook het gesprek over aangegaan. Een van die verhuurders is een belegger. Die kun je ook best uitleggen hoe je grond zijn kwaliteit en dus zijn waarde kunt laten behouden.”
Dat verhaal klinkt toch net wat anders dan de roep, die ook bij telers en belangenbehartigers vandaan komt, over de middelenkast die voller moet om de oogst niet aan ziekten en plagen te verliezen.

“Tja, we worden als telers per kilo betaald. Dus de verleiding om de gewassen zo snel mogelijk te laten groeien zonder naar de inhoud te kijken, is levensgroot. Dat dat misschien ook anders zou kunnen, met een weerbaarder gewas in een gezonde grond, dat laten we hier wel zien. Maar de politici en de wetenschappers die nog sneller willen en precies volgens hun plan en visie, is dat nog wel van deze tijd? Mansholt had ook een visie en die werd uitgevoerd. Dat zouden we nu bijna een dictatuur vinden.”

Eredivisiewerk

Hoe dat dan in de 21ste eeuw wel moet en hoe zijn zoon daar het familiebedrijf overeind en gezond in kan houden? “Ik weet wel dat wie het zonder de boeren denkt te kunnen doen van een koude kermis thuiskomt. Professor Erisman en Tjeerd de Groot van D66 komen hier de grond niet omspitten.”

De hypocrisie van de burger die groen wil zijn en de consument die goedkoop wil kopen, daar is Appelman ook nog niet helemaal uit. “Mijn zoon zal het op zijn eigen manier gaan doen, maar sowieso zal hij kostenefficiënt moeten werken. Supermarkten beleveren, dat is eredivisiewerk. Hoe hij daar met plezier in zal kunnen blijven ondernemen, ik hoop dat hij daar de ruimte voor krijgt van de maatschappij én financieel van afnemer en bank.”

Bottleneck

Die laatste partij is in het geval van de Appelmannen zeker niet de grootste bottleneck. Het bedrijf heeft wel een bankfinanciering, maar zeker niet tot de rand. Voor de investeringen die de komende jaren nodig zijn gaan ze proberen ruimte te maken. Ook al kost een nieuwe bedrijfshal al snel een paar ton en huisvesting voor internationale medewerkers ook. “Die staan op het verlanglijstje. En dan komt mijn dochter ook met háár plannen voor het voedselbos en de theetuin aankloppen.”

Hij lacht er bij, vaderlijk.

Beheer
WP Admin