Een scholier. Foto: Henk Riswick BoerenlevenOpinie

‘Schoolsluiting uiteindelijk geen ramp’

Het verdwijnen van de laatste school blijkt dorpen niet in een negatieve spiraal te brengen.

Boeren wonen nogal eens in gebieden met bevolkingskrimp. Het gaat om gebieden in het Oosten en Noorden, maar bijvoorbeeld ook om delen van Zeeland. Het zijn de gebieden waar de voorzieningen onder druk staan. Winkels, bibliotheken en scholen sluiten er, en ook bedrijven worden gesloten, of vertrekken naar betere locaties.

Publieke voorzieningen

Mijn vakgroep doet er veel onderzoek naar. Dezer dagen promoveert Hans Elshof op zo’n onderzoek. Een van de meest boeiende uitkomsten van zijn werk is dat burgers de overheid de schuld geven als er een publieke voorziening sluit, zoals een zwembad, dorpshuis of school, maar als er een winkel of ander bedrijf sluit, krijgt niemand de schuld, ook de ondernemer niet, dan zijn het marktontwikkelingen. En eigenlijk weten ze wel dat het ook een beetje hun eigen schuld is, dan hadden ze er maar vaker naartoe moeten gaan. Alsof dat bij publieke voorzieningen zoveel anders is; ze hadden gewoon vaker moeten zwemmen, een boek lenen of meer kinderen moeten krijgen.

Hans heeft vooral onderzoek gedaan naar schoolsluitingen. Als een lagere school definitief sluit, dan wordt dat vaak gezien als een ramp voor het dorp. En inderdaad, uit zijn onderzoek blijkt dat in de jaren van de sluiting en de eerste jaren erna er inderdaad wat gezinnen met kinderen uit het dorp verhuizen. Die verhuizen dan meestal niet over grote afstand, maar binnen 10 kilometer. Op regionaal niveau is er daarmee weinig aan de hand, maar op lokaal niveau dus wel. Hoewel, het blijkt dat de instroom van gezinnen met kinderen helemaal niet verandert. De nieuwkomers trekken zich er niets van aan dat er geen school (meer) is. Op wat langere termijn lijkt de aan- of afwezigheid van een school dus weinig invloed te hebben. Dat is eigenlijk goed nieuws voor degenen die achterblijven, zoals de boerenfamilies.

Gebouw met meerdere functies

Toch is er vaak veel opwinding over het verdwijnen van de laatste school. We weten inmiddels redelijk goed hoe dat komt. Het heeft, zoals boven blijkt, een beetje te maken met de onderwijsfunctie van de school. Maar een school, en overigens ook een winkel, een dorpshuis en een zwembad, heeft meer functies. Het heeft soms een economische functie, maar vaak bijvoorbeeld ook een ontmoetingsfunctie. Bij het ophalen van de kinderen kun je een praatje maken. En we weten dat ouderen in een dorp vaak hun boodschappen bij de plaatselijke winkel over alle dagen van de week verspreiden, om elke dag een loopje te hebben en mensen te ontmoeten. En voorzieningen zoals een school hebben vaak ook een soort icoonfunctie. Dorpelingen denken dat hun dorp minder belangrijk is als er geen school of zwembad meer is. De school als onderwijsinstituut lijkt er dus niet zoveel toe te doen, maar de ontmoetings- en icoonfunctie des te meer.