Samenwerking tussen veehouder en akkerbouwer vraagt afstemming

Grondruil tussen veehouders en akkerbouwers kan ten koste gaan van de kwaliteit van de grond. Goede afstemming helpt problemen voorkomen.

Bij scheuren van grasland komt veel stikstof vrij die moeilijker te benutten is. Na de bouwlandperiode is een gewas te telen met een hoge stikstofbehoefte, zoals aardappelen, voederbieten of mais. De stikstofbemesting is aan te passen aan de te verwachten nalevering. - Foto: Koos van der Spek

Bij scheuren van grasland komt veel stikstof vrij die moeilijker te benutten is. Na de bouwlandperiode is een gewas te telen met een hoge stikstofbehoefte, zoals aardappelen, voederbieten of mais. De stikstofbemesting is aan te passen aan de te verwachten nalevering. - Foto: Koos van der Spek


Samenwerken tussen veehouders en akkerbouwers staat al jaren in de belangstelling. In de basis levert het voor beide partijen voordeel op. De akkerbouwer kan op ‘maagdelijke’ grond aardappelen verbouwen en de veehouder kan zijn grasland vernieuwen, krachtvoervervangers laten telen en/of drijfmest afzetten. De afloop van derogatie, eisen uit het nieuwe GLB en de behoefte om eigen eiwit te telen, bieden de komende jaren nog meer voordelen voor beide partijen.Toch is samenwerking in de praktijk zeker geen vanzelfsprekendheid. Ap van der Bas, adviseur Mest & Mineralen bij DLV Advies, ziet onder andere regionale verschillen. “In sommige gebieden zit samenwerken er al van oudsher in, bijvoorbeeld in gebieden in Drenthe. In andere gebieden komt het bijna niet voor, ook omdat er weinig akkerbouwers in de buurt zitten.” De adviesorganisatie is betrokken bij het project Samen werken, samen sterker, waarin melkveehouders zich richten op integrale duurzame oplossingen. Praktisch dichtbij elkaar zitten, is een belangrijke voorwaarde voor succes.Samenwerken betekent ook over de tegenstrijdige belangen heenstappen; de akkerbouwer wil bijvoorbeeld zo lang mogelijk van het teeltseizoen gebruikmaken, terwijl de veehouderij zo vroeg mogelijk nieuw gras wil inzaaien. Ook zijn niet alle percelen even goed geschikt voor akkerbouwmatige teelten. Dat kan de puzzel wel wat complexer maken maar er zijn bijna altijd goede mogelijkheden, is de ervaring van Van der Bas.Belangrijk voor succes is dat beide partijen de voordelen zien en bereid zijn een langdurige, duurzame samenwerking aan te gaan. Dat wil volgens Van der Bas niet zeggen dat partijen zich direct voor jaren vastleggen. “Je kunt laagdrempelig beginnen met grondruil met mestplaatsing en vanuit daar uitbouwen.”

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.


Han Riel
9 dec 2022

Brand als de overheid het gebruik van kunstmest aan banden legt, zal op korte termijn onze zandgrond weer net zo vruchbaar zijn als in de tijd van voor onze grootvaders (begin 1900), de tijd dat de kunstmest opkwam. Onze progressieve rakkers van Links en Rechts denken dat zij de waareid in pacht hebben en planten kunnen laten groeien zonder voeding anders dan de mest van de koeien en varkens die moeten leven van dat land (import mag niet meer > milieu belastend). We zullen zien wanneer de wal het schip keert.

Armer
4 okt 2022

Akkerbouwers op armere zandgronden pieren hun grond heel erg uit. Er zit bijna geen organische stof meer in. Ze willen graag gronden ruilen met de veehouder. Die veehouder krijgt voor enkele jaren die uitgepierde grond van de akkerbouwer zodat de akkerbouwer drie jaar achtereen rooivruchten kan zaaien. In die drie jaar kan de veehouder de grond van de akkerbouwer weer vullen met npk, micro elementen en org stof. Vaak beginnen ze te ruilen bij 1 ha op 1 ha totdat de veehouder gaat zeuren over de ongelijkheid. Daarna wordt het 2 tegen 1 zodat de veehouder nog meer grond van de akkerbouwer kan verrijken. Als veeboeren gaan rekenen gaat de grondruil over.