Foto: Peter Roek AlgemeenNieuws

Provincie rekent op Kamer voor extra geld landelijk gebied

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) rekent op de steun van de Tweede Kamer om het eerste geld voor de provinciale plannen voor het landelijk gebied goed te keuren. Stikstofminister Christianne van der Wal kondigde dinsdag in een brief aan dat € 1,28 miljard wordt vrijgemaakt waarmee de provincies aan de slag kunnen.

“Het is fijn dat het kabinet onze plannen heeft overgenomen”, zegt een woordvoerder van het IPO. “Wij hadden ingezet op € 1,36 miljard. Het is nu iets minder, maar dat is goed onderbouwd.” De woordvoerder noemt het goed dat het provinciale beleid hiermee wordt ondersteund.

Verlenging opkoopregeling positief

Het IPO vindt ook de verlenging van de vrijwillige opkoopregeling voor piekbelasters positief. “Wij willen dat alle maatregelen tegelijkertijd beschikbaar zijn, zodat boeren kunnen kiezen wat voor hen het beste werkt.” Voor deze regeling is € 1,45 miljard beschikbaar als de Tweede Kamer en Eerste Kamer voor stemmen.

Ook de provincie Utrecht reageert positief. “Om stappen te kunnen zetten in de gebiedsprocessen is er echt geld nodig”, zegt gedeputeerde Mirjam Sterk (transitie landelijk gebied). Verder is de gedeputeerde erover te spreken dat bij de gebiedsgerichte aanpak perspectief voor de landbouw nu nadrukkelijk als vierde doel wordt genoemd naast natuur-, water- en klimaatdoelen.

Een aantal maatregelen die de provincie Utrecht wil uitvoeren is positief beoordeeld. Sterk: “Dat is voor ons een stimulans. We willen bijvoorbeeld snel aan de slag met de groen-blauwe dooradering.” Dat zijn groenverbindingen zoals bloemrijke bermen en waterverbindingen (bijvoorbeeld sloten met een natuurlijke oever) die verschillende natuurgebieden met elkaar verbinden.

‘Je kunt zonder geld niets doen’

De Zeeuwse gedeputeerde Wilfried Nielen (Natuur) laat weten dat de provincie hopelijk snel aan de slag kan met geld dat vrijkomt. “Zonder poen kun je niets doen. Wij zijn nu bezig om de onderbouwing van de koplopersmaatregelen te verbeteren en die gaan we voor 1 april indienen.” Een maatregel wordt als koploper aangemerkt als in 2024 en 2025 met de uitvoering kan worden begonnen.

Iedere provincie moest vorig jaar een Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) indienen. Daar is € 24,3 miljard voor gereserveerd, maar alle plannen samen opgeteld bleken bijna € 60 miljard. De provincies vroegen alvast wat geld om de meest dringende plannen te kunnen uitvoeren.

De Overijsselse landbouwgedeputeerde Maurits von Martels is blij dat het demissionaire kabinet eindelijk geld vrij maakt om aan de slag te kunnen met de aanpak van het landelijk gebied. “Er lijkt beweging in te komen, dat is positief”, zegt Von Martels, die zich de afgelopen maanden regelmatig beklaagde over het trage proces. “Het Rijk ziet dat de provincies ondersteuning nodig hebben voor alle doelen die op ons afkomen.”

‘Toch schaarse middelen als je kijkt naar de opgaven’

De provincies vroegen vorig jaar alvast wat geld om aan de slag te kunnen met maatregelen voor de korte termijn. Volgens de minister ging het om € 2,7 miljard voor in totaal 285 maatregelen. Kennisinstituten beoordeelden die op onder meer haalbaarheid en het effect ervan. Na selectie bleven er zo’n 120 maatregelen over die, na wat verbeterpunten, in aanmerking komen voor een rijksbijdrage. Daar wil het kabinet € 1,28 miljard voor vrijmaken.

“Dat lijkt een behoorlijk bedrag, maar het gaat relatief gezien nog steeds om schaarse middelen als je kijkt naar de opgaven die er zijn. En dus moeten we gerichte keuzes maken”, aldus Von Martels (BBB). “We gaan in Overijssel onze zogeheten koploperprojecten nog wat aanscherpen en ze dan voor 1 april weer indienen. Dit moet als vliegwiel dienen om het enthousiasme in de gebieden weer aan te zwengelen, want er is nu veel scepsis. We willen van start gaan. Het lijkt erop dat we dit nu eindelijk in een aantal gebieden kunnen doen.”

Lees meer over het stikstofbeleid

Beheer
WP Admin