Niks doen kost melkveehouders een vermogen

Foto: Jan Willem van Vliet

Foto: Jan Willem van Vliet


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De uitvoering van het melkreductieplan gaat beginnen. Gevolgen heeft het overal; de impact is wisselend. Melkveehouders bepalen hun strategie.Nu de definitieve invulling van het melkreductieplan bekend is, kunnen melkveehouders hun strategie bepalen. Voor het reductieplan moet elke veehouder dit jaar terug naar het aantal GVE’s (grootvee-eenheden) op 2 juli 2015. Dat gebeurt in vijf perioden van twee maanden. Veehouders die het doel niet halen, betalen per maand € 240 per boventallige GVE. Niet-grondgebonden bedrijven worden 4% gekort op hun GVE-referentie.Veehouders hebben verschillende opties: van helemaal niks doen tot in maart direct aan de GVE-referentie voldoen of geleidelijk afbouwen naar het benodigde aantal dieren. Krimpen van GVE’s kan door koeien te ruimen, maar ook door jongvee af te stoten. De beste route hangt onder meer af van de overschrijding, de bedrijfsomstandigheden en de plannen voor 2018 en daarna. Niet-grondgebonden bedrijven moeten vanwege de korting bij dezelfde uitgangspunten wat extra’s doen.Webinar fosfaatreductieWat betekent het fosfaatreductieplan voor u als boer? U krijgt informatie en praktijkvoorbeelden tijdens het gratis webinar fosfaatreductieplan op 27 februariOpties voor melkveehouders berekendIn de berekeningen is een aantal opties die melkveehouders hebben naast elkaar gezet. De berekeningen zijn vanzelfsprekend slechts een indicatie zonder rekening te houden met bedrijfsspecifieke omstandigheden. Er zijn met DLV Advies drie situaties doorgerekend: niets doen, alle jongvee weg of koeien opruimen tot het referentieniveau. Dat is gedaan voor een bedrijf dat niet is gegroeid en een bedrijf dat de afgelopen twee jaar 30% meer koeien heeft staan dan in juli 2015.Bekijk de tabel Harde groeier beste uit met verkopen van het jongvee, waarin de situatie is berekend voor een niet-gebonden bedrijf. In de tabel Impact grondgebonden bedrijf voelbaar maar minder groot is de situatie berekend voor een bedrijf dat aan de voorwaarden van grondgebondenheid voldoet: als forfaitaire hoeveelheid fosfaat van mestcodes 100, 101 en 102 kleiner is dan de totale fosfaatruimte van de eigen grond. Categorie 100-dieren produceren, ongeacht hun melkproductie, voor deze regeling 41,3 kilo fosfaat.Lees over de ervaringen van melkveehouder Michiel Scherders door met de muis over de iconen te bewegen (tekst gaat verder na foto)Gerekend is met een melkprijs van € 0,35 per kilo melk. De toegerekende kosten van de laatste koeien op een intensief bedrijf zijn € 0,30 per kilo; op een extensief bedrijf € 0,20 per kilo. Het voordeel van geen jongveeopfok is € 0,50, zijnde het verschil tussen kosten voor uitbesteden minus de variabele kosten van jongveeopfok. De volgende prijzen per dier zijn gehanteerd: verkoop jongvee (0 tot 2 jaar) voor export gemiddeld € 600, verkoop koeien € 600, aankoop jongvee (0 tot 2 jaar) € 700, aankoop melkkoe € 1.000.Bij jongvee wegdoen zijn er twee keuzes:uitbesteden bij een opfokkereen deel van het jongvee verkopen en daar in 2018 weer jongvee voor terugkopenBij de optie koeien ruimen is uitgegaan van het ondereind wegdoen, waarvoor in 2018 weer melkgevende vaarzen en koeien worden teruggekocht. Er is geen rekening gehouden met een mogelijk positief effect op melkproductie of het algemeen kostenniveau door een verbeteringsslag binnen de veestapel.De berekening van de heffing, solidariteitsheffing en bonus is gedaan vanuit de situatie dat bedrijven zo snel mogelijk aan de verplichte reductie voldoen. Realiseert een bedrijf de reductie later in het jaar, dan zal het nadeel van te veel GVE’s toenemen. De berekening laat dus de meest gunstige situatie zien.Meer of minder melkVoor de verschillende situaties is ook gekeken naar het gevolg op de marge door het leveren van meer of minder kilo’s melk. Hier is gerekend dat een intensief bedrijf voor de laatste koeien op het bedrijf gemiddeld € 0,30 per kilo melk aan toegerekende kosten moet rekenen, inclusief mestafzet. Op een extensief bedrijf is dat € 0,20 per kilo melk. Deze gegevens zijn gebaseerd op gemiddelden vanuit boekhoudrapporten van het afgelopen jaar. Gehanteerde prijzen voor vee staan onder de tabel. Daarbij de kanttekening dat de impact van de regeling op veeprijzen nog onzeker is. Alle posten die positief of negatief effect hebben op de marge ten opzichte van de referentie (geen heffing betalen) zijn opgeteld, wat het saldo economisch effect geeft.Lees over de ervaringen van melkveehouder René Franzen door met de muis over de iconen te bewegen (tekst gaat verder na foto) Ook in 2018 zullen de gevolgen van de regeling nog voelbaar zijn. In deze berekening wordt ervan uit gegaan dat een bedrijf zo snel mogelijk weer op het productieniveau van voor de korting zit. In de praktijk zal dat niet altijd haalbaar zijn. Ook is geen rekening gehouden met kosten voor aankoop van fosfaatrechten. Het gaat hier immers om een onderlinge vergelijking van situaties en alternatieven.Jongvee wegUit de tabel Harde groeier blijkt dat bedrijven die sinds juli 2015 niet zijn gegroeid onder de gekozen uitgangspunten dit jaar het beste af zijn met wegdoen van jongvee. Bedrijven die niets doen halen wel wat meer melkgeld op, maar betalen dat dubbel en dwars terug via de heffing.De optie verkoop van jongvee in plaats van een opfokbedrijf inschakelen is veruit de meest interessante keuze. Het economisch effect in 2017 is voor een bedrijf met 100 koeien dan € 7.327. Dat betekent wel dat het bedrijf in 2018 jongvee moet aankopen. Hier is geteld op basis van een vervanging van 30%. Nog steeds resteert onder de streep het grootste economisch effect van € 3.827 ten opzichte van de referentie. De optie van koeien wegdoen en jongvee laten staan tikt hard door in de opbrengst van melk. Bovendien moeten in 2018 weer duurdere koeien worden aangekocht zodat sprake is van een ongunstige ontwikkeling van omzet en aanwas.Lees over de ervaringen van melkveehouder Frank Toonen door met de muis over de iconen te bewegen (tekst gaat verder na foto) Op het bedrijf dat 30% is gegroeid zijn de bedragen van een andere orde maar de onderbouwing van de keuzes blijft hetzelfde. Ook hier is voor 2017 veruit de beste optie om jongvee af te stoten. Het heeft een economisch effect van € 44.940 in 2017. Als in 2018 weer jongvee aangekocht moet worden, is het € 22.190. Ook is hier de optie om koeien weg te doen niet interessant en vooral de gederfde melkopbrengsten slaan een gat in het saldo. Doormelken kost veruit het meeste geld, namelijk € 88.030.Een opmerking is dat bedrijven die besluiten geen of minder dieren te ruimen in 2018 meestal weer sneller op volle productie zijn. Afhankelijk van de melkprijs kan dat het economische nadeel ten opzichte van wegdoen van jongvee verkleinen.Twee voordelenIn de tabel Impact grondgebonden staat het saldo economisch effect berekend voor het grondgebonden bedrijf. Bedrijven die niet zijn gegroeid hebben geen korting op de GVE-referentie en daar heeft de regelgeving geen gevolgen. De harde groeier heeft in de calculatie twee voordelen ten opzichte van het intensieve bedrijf: er is geen korting en het bedrijf heeft een hogere marge voor de extra koeien die op het bedrijf staan. Dat komt omdat het voor die koeien meestal geen voer hoeft aan te kopen of mest af te voeren.Ook in deze situatie is economisch effect berekend ten opzichte van de referentiewaarde. Onder de streep heeft het bedrijf dat jongvee wegdoet het meeste voordeel, zowel in 2017 als ook doorgeteld in 2018. Doormelken is ook hier de slechtste optie, ondanks dat extra melk boven de referentiehoeveelheid in die situatie relatief veel geld opbrengt.Lees over de ervaringen van melkveehouder Jan Klaasen door met de muis over de iconen te bewegen (tekst gaat verder na foto) Volgens Janneke Straver, adviseur rundvee bij DLV Advies, laat de berekening zien dat melkveehouders echt wel wat te kiezen hebben. “Dat betekent dat ze goed naar hun eigen situatie en plannen na 2017 moeten kijken en aan het rekenen kunnen.” Het is belangrijk niet alleen te kijken naar een heffing, maar naar de totale economische impact. Straver benadrukt dat de beste strategie zeer bedrijfsafhankelijk blijft.Zij verwacht bijvoorbeeld dat het deel dat vanaf 2018 weer volop gaat groeien een combinatie gaat maken tussen heffing betalen en dieren wegdoen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.