Johan Weerkamp is al meer dan 40 jaar werkzaam in de agrarische sector, de laatste 20 jaar als mediator en inmiddels ook als psychsociaal therapeut. - Foto's: Koos Groenewold BoerenlevenInterview

Mediator: ‘Niemand weet hoe het écht met boeren gaat’

Over de mentale gezondheid van boeren is te weinig bekend. Johan Weerkamp pleit voor onderzoek.

Hij merkt het regelmatig, boeren praten soepel over het bedrijf maar niet over zichzelf en hun mentale gezondheid. Maar is deze vaststelling representatief voor de hele sector? “Ik weet het niet en niemand weet het”, zegt Johan Weerkamp, die al jarenlang als mediator, en inmiddels ook als psychosociaal therapeut, op boerenbedrijven komt. “Daarom pleit ik voor een groot en gedegen onderzoek naar de mentale gezondheid van boeren en boerinnen.”

Carola Schouten, nu demissionair minister, heeft in 2018 onderzoek toegezegd toch?

“Dat was een reactie op berichten dat boeren relatief vaak zelfmoord zouden plegen. Dat onderzoek is niet verder doorgezet, maar toen is ook gezegd: het moet bij boeren bekend worden dat er wel degelijk deskundige hulp beschikbaar is. Zelf plaats ik daar toch wel wat kanttekeningen bij. Het boerenberoep kent namelijk een aantal specifieke kenmerken en die zijn bij de hulpverlening niet zo goed in beeld. Daardoor is er geen klik en slaan adviezen niet aan. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een hulpverlener aanraadt om het maar eens een paar weken rustig aan te doen, terwijl een boer denkt: ja maar hoe dan? Er is vee dat verzorgd moet worden, er moet gemaaid, gekuild, gezaaid en gepoot. Dat kun je niet even een paar weken uitstellen. De GGZ is sowieso al een doolhof, het kan erg lang duren voor je aan de beurt bent en als het dan eindelijk zover is, tref je iemand die er niets van snapt. Dat gaat een boer niet helpen, die haakt af. Daarom ben ik bezig mijn gedachten over het bijzondere karakter van het boerenbedrijf op te schrijven, hopelijk hebben beleidsmakers en hulpverleners er iets aan.”

Lees verder onder de foto.

'Het kan voorkomen dat een hulpverlener aanraadt om het maar eens een paar weken rustig aan te doen terwijl een boer denkt: ja maar hoe dan?'
'Het kan voorkomen dat een hulpverlener aanraadt om het maar eens een paar weken rustig aan te doen terwijl een boer denkt: ja maar hoe dan?'

U heeft het over specifieke kenmerken, wat zijn die zoal?

“Een heel belangrijke is de dominante aanwezigheid van het bedrijf. Familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt schreef het voorwoord van het boek dat ik samen met een collega maakte over communicatie in boerengezinnen. ‘Eerst de koeien, dan de kinderen’, schreef ze en zo is het inderdaad. Het bedrijf neemt vaak een heel belangrijke plaats in. Het gaat er veel over aan de keukentafel en bij de meeste familieleden is er een grote behoefte om het door te geven aan de volgende generatie. Soms zeggen ouders: ach nee, het is tegenwoordig zo moeilijk allemaal, het is maar beter als hij of zij het bedrijf niet overneemt. Misschien hebben ze gelijk, maar onder de luchtige houding proef ik toch ook de teleurstelling. Kortom, alle ogen zijn gericht op het bedrijf en als je dat als hulpverlener niet begrijpt, kun je iemand met problemen niet goed helpen.”

Bij bedrijfsovername speelt gunfactor een rol, maar hoe vrijwillig is dat gunnen?

Wat voor problemen?

“Er kan van alles spelen, maar laat ik als voorbeeld bedrijfsopvolging eruit lichten. Dit is een complex proces. Een van de aspecten die het zo moeilijk maakt, is dat het niet mogelijk is om alle kinderen financieel gelijk te behandelen. De opvolger krijgt nou eenmaal een groter bedrag mee, omdat hij of zij het bedrijf anders niet over kan nemen. De andere kinderen accepteren dat meestal, zij willen ook graag dat het bedrijf in de familie blijft. Hier speelt de gunfactor een rol, ze gunnen de opvolger het bedrijf. Maar je kunt je afvragen hoe vrijwillig dat gunnen is. Vaak voelen de andere kinderen aan dat het niet de bedoeling is om er iets over te zeggen. Het is echt een taboe-onderwerp, maar als iemand zich er niet goed bij voelt en als dat vervolgens niet besproken wordt, kan het gaan wringen en dat kan weer onderlinge spanningen of zelfs ruzies geven.”

Zo’n proces wordt toch begeleid door adviseurs?

“Maar die hebben vooral oog voor de opvolger, want dat wordt hun nieuwe klant. Daar moeten ze zaken mee doen, ze hebben geen belang bij de andere kinderen. Terwijl een goede adviseur daar ook tijd in steekt, want uiteindelijk is een goede verstandhouding in het belang van iedereen, ook van het bedrijf en dus ook van de adviseur.”

Waarom is praten over dit soort zaken toch zo moeilijk?

“Dat moet je leren en daar komt het niet altijd van. Kinderen op boerenbedrijven groeien vaak heel vrij op. Ze zijn sterk, krijgen de ruimte en hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Maar aandacht voor hun binnenwereld, voor de ontwikkeling van hun mentaliserend vermogen, die is er veel minder.”

Doet de jongere generatie dit beter dan de oudere?

“Ja en nee. De jongeren zien wel meer het belang van een goede communicatie, maar als je niet goed geleerd hebt hoe je moet reflecteren op je binnenwereld, dan verandert er uiteindelijk nog niet zo veel.”

Is dit alles uiteindelijk niet gewoon de way of life van het boerenbedrijf?

“Wat is die way of life precies? Ik vraag me dat regelmatig af, het is een diffuus begrip. Yuval Harari schrijft in zijn boek Sapiens dat je de oorsprong ervan misschien wel 10.000 jaar geleden moet zoeken. Toen veranderden mensen van jagers-verzamelaars in boeren op een vaste plek. Grond werd een heel belangrijke factor. De drijfveer om het bedrijf op een bepaalde plek te willen behouden, is dus al heel oud, dat verander je niet zomaar.”

Dierenwelzijn wordt wel onderzocht, maar hoe het met de boer zelf gaat, niet.

Dit is dus allemaal achtergrondkennis waarmee hulpverleners boeren beter kunnen begrijpen en helpen.

“Ja, maar daarnaast vind ik dat er onderzoek moet komen naar de mentale gesteldheid van boeren. Eigenlijk is het gek, alles aan bedrijven wordt onderzocht, celgetal, liters melk, fosfaatgehaltes, voederconversie, dierenwelzijn, noem maar op, maar niet hoe het met de boer zelf gaat.”

Waarom eigenlijk niet?

“Stel dat de uitkomst is dat er in de agrarische sector sprake is van relatief veel psychisch leed of van onevenredig veel zelfmoorden? Dat beeld past totaal niet bij het plaatje van een innovatieve, exporterende, succesvolle sector en dat kunnen we er niet bij hebben, want de sector ligt toch al zo onder een vergrootglas. Ik hoop dat het er nog van gaat komen, maar misschien willen we het wel niet weten.”

'Een van de aspecten die bedrijfsovername zo moeilijk maakt, is dat het niet mogelijk is om alle kinderen financieel gelijk te behandelen.'
'Een van de aspecten die bedrijfsovername zo moeilijk maakt, is dat het niet mogelijk is om alle kinderen financieel gelijk te behandelen.'

Denk je aan zelfmoord? Heb je nu hulp nodig? Chat of bel 113 of gratis 0800-0113. Meer informatie op 113.nl.

Reacties

  1. Het verhaal is duidelijk. Helaas gaat het meer over “gevolgen opvolging”, dan over de geestelijke problemen waar zittende boeren mee te kampen hebben. Uit ervaring weet ik twee dingen 1) Stoppen wordt door de omgeving als verraad aan de groep gezien met alle gevolgen van dien, 2) het probleem is niet alleen Nederlands het komt op de hele wereld voor in boeren kring. vb India vele zelfdodingen onder boeren per maand. Boeren die met een Burn Out te kampen hebben, zijn doorgaans niet gered met een GGZ gesprek of enkele weken op afstand staan. Het probleem zit doorgaans niet in de man of het gezin, maar wordt door de buitenwereld gevoed. Veroorzaakt door Sociale controle (stoppen not done), Vernedering van de boer door de stedelingen, die zich steeds meer bemoeien met het boerenerf en gesteund door fanatieke wereldverbeteraars. Betweters die niet de dialoog aangaan met de boer, maar de boeren(praktijk) veroordelen.

Beheer
WP Admin