Meer aandacht voor kalf met proef vanaf maart

Foto: Henk Riswick
In maart start het kalvervolgsysteem. Door terugkoppeling van gegevens uit de kalverhouderij moeten melkveehouders de kalveropfok kunnen verbeteren.Het niet afnemen van (te) lichte kalveren en de euthanasie van kalveren op verzamelplaatsen, verhitte in het afgelopen jaar flink de gemoederen. Melkveehouders vinden het geen stijl dat te lichte of zwakkere kalveren langer niet op een leeftijd van 14 dagen worden afgenomen. Een of twee weken langer ervoor zorgen vinden veel veehouders een extra last, zeker als de prijs die ze vervolgens voor het kalf krijgen aan de lage kant is. Kritisch op kwaliteitKalverintegraties stellen dat ze geen afnameverplichting hebben. Met het groeiende aanbod van kalveren is hun selectie strenger geworden. Het aandeel Nederlandse kalveren in de kalverhouderij groeit evenredig met het aantal geboortes mee, maar kalverhouders zijn kritisch over de kwaliteit van Nederlandse kalveren. Die laat soms nog te wensen over ten opzichte van bijvoorbeeld Duitse kalveren, ook al zijn die kalveren net zo oud bij binnenkomst in de kalverstal.Reden voor LTO Nederland, Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), Stichting Branche organisatie Kalverhouderij (SBK) en Vee&Logistiek Nederland (VLN) om het plan ‘Vitaal, gezond en duurzaam kalf’ te lanceren. Binnen dit plan moeten kalveren vanaf de dracht van de koe tot aan de slacht beter worden verzorgd. Een betere start op het melkveebedrijf draagt bij aan een lagere uitval in de vleeskalverhouderij. Eerste ervaring met terugkoppeling is er alBelangrijke pijler onder ‘Vitaal kalf’ is de terugkoppeling van gegevens uit de kalverhouderij naar de melkveehouder. In 2014 en 2015 namen 100 melkveehouders deel aan het 4 Better V-project van Alpuro Breeding en VanDrie Group. Van deze veehouders werd bijgehouden welke stierkalveren er op kalverbedrijven van VanDrie Group terecht kwamen en hoe deze kalveren presteerden.
De melkveehouders ontvingen een bonus voor een lage uitval onder de stierkalveren. Viel er minder dan 3% van de geleverde kalveren binnen 60 dagen uit dan kreeg de melkveehouder een bonus van € 10 per kalf. Voor sommige deelnemers liep die bonus aan het eind van het jaar op tot € 1.200. Kalverhouder Folkert Jellesma (rechts ) koppelt al lange tijd gegevens aan zijn leverende melkveehouders terug. Met die gegevens kan de volledige opfok geoptimaliseerd worden. - Foto: Anne van der WoudeDe grens van 60 dagen werd gesteld omdat in die periode de biestgift en de eerste 14 dagen op het melkveebedrijf nog van invloed is op ziekte en uitval. In 2014 lag de uitval onder de stierkalveren op 2,51%, in 2015 was dat terug gelopen naar 1,9%. Die daling was mede het gevolg door de begeleiding van de melkveehouders om het biestmanagement te verbeteren. De deelnemende veehouders gebruikten de terug gekoppelde gegevens om de puntjes op de i te zetten in hun kalveropfok. Dit zorgde er ook voor dat de uitval onder de vaarskalveren ook aangescherpt kon worden.
Vorig jaar werd de mogelijkheid om uitvalgegevens te ontvangen door VanDrie Group opengesteld voor alle melkveehouders.Ook in de melkveehouderij zelf past een lagere uitval van kalveren in het verhaal van duurzamere veehouderij. “We hebben tot nu toe veel aandacht gehad voor verduurzaming van de melkproductie. Maar daarbij zijn we het kalf een beetje uit het oog verloren. Als de kwaliteit van een kalf onvoldoende is voor de volgende fase in de kalverhouderij, dan kun je je ook afvragen of dat ook geldt voor de aan te houden fokkalveren”, stelt LTO-vakgroepvoorzitter Kees Romijn. Meer aandacht voor het kalf al tijdens de dracht en in de eerste weken levert melkveehouders ook voordelen op. Naast mastitis is jongvee de tweede post in het antibioticagebruik. Feit is dat het percentage dood geboren kalveren en kalveren die binnen een maand na geboorte overlijden de afgelopen drie jaar licht is opgelopen. Uit cijfers van RVO.nl blijkt dat in 2014 van de 1,57 miljoen geboren kalveren 8,5% als doodgeboren werd gemeld, in 2016 was dat 8,7% van 1,73 miljoen geboren kalveren. De uitval in de eerste maand steeg van 5,2% in 2014 naar 5,8%. Volgens Romijn is deze stijging niet direct toe te schrijven aan de groei van melkveebedrijven: “Feit is wel dat bij groei meer vee te managen is, waardoor de aandacht per kalf achteruit kan lopen.”Lees ook: Kalversterfte onder de loepVan dracht tot slachtBinnen het plan van aanpak is het kalvervolgsysteem geïntroduceerd. Dit systeem volgt alle kalveren van dracht tot slacht. Informatie van de melkveehouder en de kalverhouder worden met elkaar uitgewisseld. De pilot van het volgsysteem start op 1 maart, waarna het systeem vanaf juli landelijk van start moet gaan. De terugkoppeling van gegevens uit de kalverhouderij is geen verkeerde ontwikkeling. Beide partijen moeten werken aan zaken als minder antibioticagebruik en uitval. “Als melkveehouder moet je meer gaan denken aan wat is ideaal voor zowel fokkalf als vleeskalf. Een fokkalf zie je dagelijks terug, dat stiertje is na 14 dagen buiten beeld. Maar ook dat dier geeft veel informatie over bijvoorbeeld de droogstand en de biestverstrekking. Gezamenlijk belang bij gezond kalfBeide partijen hebben een belang bij een gezond kalf. De melkveehouder wil uiteindelijk een gezonde vaars die een hoge levensproductie kan behalen, de kalverhouder een gezond, goed groeiend kalf. Door gegevens uit te wisselen kunnen melkveehouder en kalverhouder elkaar versterken”, meent Gijs Eikelenboom, commercieel directeur bij Denkavit. Door meer samenwerking blijft er voor beide partijen geld over. De kalverhouder is minder geld kwijt aan ziekte en verdient meer door beter groeiende kalveren. De melkveehouder krijgt meer rendement uit het opfokken van af te voeren kalveren, de kalvermesterij begint al bij de geboorte van een kalf.BiestverstrekkingArjan van Mourik, voorzitter sectorcommissie Kalverhandel binnen VLN, verwacht dat de kalverhouderij als eerste de biestverstrekking onder de loep neemt. Kalveren krijgen nog te vaak te weinig of verkeerde kwaliteit biest. Daarbij speelt ook het droogstandrantsoen van de koe een rol. Ook Eikelenboom zinspeelt op de biestvoorziening: “Als we op basis van resultaten merken dat de biestgift onvoldoende is willen we samen met collecterende handelaren advies geven. Het is echter niet de bedoeling dat we standaard gaan bloed tappen bij kalveren om de immunoglobuline-niveau te controleren.”Meeste verandering voor handelaarVoor de juiste data-uitwisseling moet de keten sluitend gemaakt worden met het I&R-systeem. Veehandelaren worden verplicht oormerken, leeftijd, haarkleur en geslacht met de geboortebewijzen te controleren en het gewicht in te schatten. Door ervaring kunnen handelaren zien of een kalf aan de gewichtseis van 36 kilo voldoet. Deze gegevens worden op de verzamelplaatsen nog eens gecontroleerd. Vrijwel elke verzamelplaats beschikt over een weegschaal, degenen die dat niet hebben moeten er een aanschaffen. Niet alleen op verzamelplaatsen maar al op het melkveebedrijf worden de gegevens van kalveren vanaf maart gecontroleerd. - Foto: Henk RiswickWat Van Mourik betreft moet het papieren geboortebewijs verdwijnen: “Daar gaan toch nog dingen mee fout. Door geboortebewijzen digitaal te versturen en de kalveren met een reader te scannen zijn meer formulieren dan kalveren in een stal uit te sluiten.” Niet alle handelaren zijn even blij met deze ontwikkeling. Vooral de oudere handelaren die één maal per week zo’n 10 tot 20 kalveren weg brengen zijn bang hun handeltje te verliezen als ze niet mee gaan in de digitalisering. Voor deze handelaren wordt aan een oplossing gewerkt. Druk van melkveehouder op handelaarGroot voordeel in de handel ligt volgens Van Mourik in het feit dat inzichtelijk wordt welke handelaren structureel te lichte, magere of zieke kalveren mee nemen die uiteindelijk geëuthanaseerd worden. “Door handelaren hierop aan te spreken hopen we eindelijk het uitspelen door veehouders een halt toe te roepen. Nu nemen handelaren onder druk toch die kalveren mee. Dat moeten zowel handelaar als melkveehouder niet meer willen, dat kun je met het vergrootglas waaronder we nu liggen niet meer maken.” De handelaren zijn binnen het plan van aanpak de enige partij die hier rechtstreeks kosten voor moeten maken. Voor het scannen van een oormerk zijn PDA’s voor handen maar het scannen is ook mogelijk met een gratis verkrijgbare app op een smartphone. Denkavit wacht niet afKalvermelkproducent Denkavit lanceerde begin dit jaar Veal the difference, een project waarmee het bedrijf naar een hechtere samenwerking tussen melkvee-, vleeskalverhouderij en de collecterende veehandel wil.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









