Koeien in zand zijn vaak brandschoon. Vuilere koeien hebben een hogere kans op klinische mastitis. - Foto: Marten Sandburg RundveeNieuws

Let bij warmer weer op mastitisverwekkers

GD waarschuwt alert te zijn op mastitisverwekkers die bij warm weer meer druk uitoefenen op de uiergezondheid.

Met de hogere omgevingstemperatuur in het voorjaar en de zomer, stijgt ook de kans dat de uiers van koeien geïnfecteerd raken met omgevingsgebonden mastitisverwekkers. Dat kent twee oorzaken. Ten eerste vermeerderen deze kiemen – vaak bacteriën – zich makkelijker en vlotter onder warme, vochtige omstandigheden. Zo loopt de infectiedruk vanuit de omgeving op. Als tweede is er een kans op lagere weerstand van de koeien. Bij hogere temperaturen zijn er dus niet alleen meer mastitisverwekkende kiemen, maar kunnen deze ook nog eens makkelijker toeslaan.

Verklein de kans op klinische mastitis

GD benoemt de drie bekendste omgevingsgebonden mastitisverwekkers: E.coli, klebsiella en Streptococcus uberis. Deze bacteriën komen voor in bijvoorbeeld mest, strooisel en grond. Daarmee komt de koe met haar uier in contact. Uierinfecties, veroorzaakt door deze bacteriën, ontstaan dan ook in belangrijke mate vanuit de ligplaats van de koe. In de stal zijn dat meestal de ligboxen of de afkalfstal. In de weide gaat het om natte, vuile plekken. Verder kunnen looppaden, vuile onderpoten en klauwen evenals vuile melkstellen een rol spelen in de infectiedruk of daadwerkelijke infectie van de uier.

De reinheid van de koe, vooral van de uier en de achterhand, is een signaal voor de infectiedruk op het bedrijf. Vuilere koeien hebben een hogere kans op klinische mastitis. Ook is er een effect op het tankcelgetal. GD meldt dat op bedrijven met een tankcelgetal boven 250.000 cellen per milliliter vijf keer meer vieze koeien lopen dan op bedrijven met een celgetal onder de 150.000 cellen per milliliter. Schone koeien zijn dus een voorwaarde voor een goede uiergezondheid.

Beheer
WP Admin