Kosten belemmeren kraamopfokhok

Foto: Hans Prinsen

Foto: Hans Prinsen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De 5 tot 10 jaar geleden voorspelde opmars van het kraamopfokhok zet vanwege de kosten niet door.Met de toename van het aantal biggen per zeug krijgen vermeerderaars te maken met de vraag: hoe met de extra biggen om te gaan? Daarvoor zijn verschillende scenario’s.Biggen na spenen in hetzelfde hok, het kraamopfokhok, heeft gezondheids- en welzijnsvoordelen en bespaart ook arbeid - foto: Hans Prinsen.Een zeugenhouder kan er voor kiezen om het aantal zeugen te verminderen tot aan het niveau waarbij de maximale bezetting van de biggenafdelingen benut wordt. Het is een route die in de praktijk maar weinig bewandeld wordt.Een andere optie is het verkopen van speenbiggen of lichtere biggen. Deze oplossing komt uit een berekening van Wageningen UR en DLV Advies in opdracht van de stuurgroep Bigvitaliteit als minst gunstige oplossing naar voren.Voor individuele bedrijven kan het verkopen van speenbiggen wel degelijk gunstig uitpakkenHet negatieve effect – vanwege een lagere biggenprijs op het bedrijfseconomische resultaat – kan enkele duizenden euro’s bedragen. Toch adviseert Jan Pijnenburg, adviseur intensief bij DLV Advies, zeugenhouders altijd deze optie naast het uitbreiden van de stalruimte door te rekenen.Voor individuele bedrijven kan het verkopen van speenbiggen wel degelijk gunstig uitpakken. Maar het gros van de zeugenhouders gaat toch voor het uitbreiden van de stalruimte.Dat kan grofweg op drie manieren; meer biggenafdelingen, plateau’s in de biggenhokken of overstappen op kraamopfokhokken (KOH) waarbij de biggen na spenen in de kraamhokken blijven liggen.Voor- en nadelen van KOHVoordelen:Beperking speendip waardoor biggen sneller aan het aflevergewicht komenMogelijkheid van toomsgewijs of per twee tomen opleggen bij vleesvarkenshouder en zo maximaal te profiteren van het gezondheidsvoordeelGoed te combineren met 4- of 5-wekensysteemMinder arbeid: één keer schoonmaken, tegen twee keer bij traditioneel met biggenafdelingNadelen:KOH is duurder vanwege groter oppervlakGemiddeld KOH heeft een oppervlak van 6,5 m2, bij 0,4 m2 per big biedt KOH plaats tot maximaal 16 biggenToomsgewijze afzet of twee tomen bij elkaar is er in de vleesvarkenshouderij vrijwel niet en dus komt de meerwaarde niet tot uiting in de biggenprijsWelzijns- en gezondheidstechnisch heeft KOH daarmee een groot voordeel ten opzichte van de gespeende biggenstal. Toch wordt minder vaak voor KOH gekozen dan voor traditionele huisvesting. Van de opmars waar 5 tot 10 jaar geleden over gesproken werd, is in ieder geval nu geen sprake meer.Voor big het besteKOH heeft het grote voordeel van het beperken van de speendip. Doordat de biggen in de kraamafdeling blijven, maken ze een stressmoment minder door. Daarbij komt ook dat de biggen het hok goed kennen en weten waar de eet- en drinkpunten zijn.Daarnaast betekent het mengen van tomen dat biggen in aanraking gaan komen met kiemen die andere tomen veelal van hun moeder hebben meegekregen. Bij een systeem met KOH wordt dit voorkomen.“Iedereen ziet de voordelen van KOH. Die zie je ook al bij bedrijven die biggen op 4 weken spenen en ze na het spenen nog een week in het kraamhok laten. Wat het je als zeugenhouders opbrengt, daar is lastig een bedrag aan te hangen”, vat varkensdierenarts Daniel Struik van De Oosthof Dierenartsen het samen.Als je je vleesvarkensstal zo inricht dat je één of twee tomen bij elkaar kunt houden, kun je meerdere euro’s per varken verdienenHet verminderen van de speenstress betekent dat de biggen tot een week eerder op het gewenste aflevergewicht kunnen komen. Struik is er van overtuigd dat voor gesloten bedrijven zeker geld over te houden is.“Als je je vleesvarkensstal zo inricht dat je één of twee tomen bij elkaar kunt houden, kun je meerdere euro’s per varken verdienen door het gezondheidsvoordeel en minder stress bij opleg.”Bijkomend voordeel aan KOH is er voor de varkenshouder zelf. Doordat er een verplaatsingshandeling minder is – en alleen de kraamafdeling schoongemaakt hoeft te worden -, levert het systeem tijdsbesparing op.Het opklappen van de hekken vraagt in verhouding weinig tijd. De hokken worden wel vuiler door langer gebruik, maar dat nadeel is volgens Jan Pijnenburg te beperken: “Met goed inweken is dat extra vuil ook zo weg. Dat hoeft geen probleem te zijn.”Een plateau boven de hokken, zoals hier bij vleesvarkens, is ook toe te passen in traditionele biggenafdelingen en levert vrij eenvoudig en goedkoper extra ruimte op - foto: Henk Riswick.Stalinrichters zien vooral voor bedrijven die het van eigen arbeid moeten hebben, aangevuld met één tot twee medewerkers, arbeidsvoordelen. Voor bedrijven met meer personeel is de factor arbeid minder knellend.Kosten zitten dwarsOndanks de voordelen wordt KOH beperkt toegepast. Grootste struikelblok is de grotere benodigde ruimte en de daaraan hangende kosten. “Bij een gewoon kraamhok heb je ongeveer 4,7 m2 per zeug nodig, voor een kraamopfokhok zeker 6,5 m2.”“Met KOH zit je met 14 biggen op 0,46 m2 per big, bij meer biggen per toom wordt de oppervlakte-eis van 0,4 m2 per big beperkend”, stelt Wim Janssen, adviseur varkenshouderij bij Agra-Matic.De meerkosten zitten vooral in de ruwbouw, op hokinrichting verschillen traditioneel en KOH niet zoveel van elkaarDe grotere oppervlakte per zeug maakt de bouw van KOH duurder. De meerkosten zitten voornamelijk in de ruwbouw. Op hokinrichting verschillen traditioneel en KOH niet zoveel van elkaar.Janssen: “€ 350 per m2 is op dit moment heel normaal. Dan rekent een bedrijf voor bijvoorbeeld 1.000 zeugen met KOH lastiger. Dan moet je technisch een stuk beter draaien om die meerkosten goed te maken. En de ervaring is dat banken niet scheutig zijn met die extra financiering.”Vaker plateausUitbreiding van het aantal biggenplaatsen blijkt in de praktijk de meest voor de hand liggende oplossing om meer biggen te huisvesten. Dit is in de stallenbouw en vergunningaanvragen te merken. Al is het verlengen van een stal of bouwen van een compleet nieuwe stal niet zo eenvoudig meer te realiseren.Er hangt een lang traject van vergunningaanvragen en de daarbij behorende kosten aan vast. Vaak is het ook nog de vraag of een dergelijke uitbreiding nog binnen het bouwblok mogelijk is. Een bouwblokuitbreiding is voor veel bedrijven veelal onmogelijk en een kostbare aangelegenheid.Het grootste voordeel is dat plateaus snel en relatief goed te realiseren zijnOm toch voldoende oppervlakte voor biggen te hebben en zo te kunnen voldoen of blijven voldoen aan bijvoorbeeld het Beter Leven-keurmerk kiezen zeugenhouders ervoor om plateaus te plaatsen in bestaande afdelingen.Het grootste voordeel is dat plateaus snel en relatief goed te realiseren zijn. “Een plateau kost zo’n € 75 per biggenplaats, terwijl een complete stal al vlot € 250 per biggenplaats kost”, rekent Pijnenburg voor.Ondanks de lagere kosten kleven er ook nadelen aan plateaus. Het schoonmaken van de biggenstal kost meer arbeid en de controle van de biggen kan meer moeite kosten omdat het overzicht over de hokken wat belemmerd wordt. Dit weegt niet op tegen het snel en goedkoop uitbreiden van biggenplaatsen.Verplichting van het vrijloopkraamhok is een kwestie van tijd. Reden voor zeugenhouders er nu al op voor te sorteren door extra ruimte in de kraamstal te creëren - foto: Ruud Ploeg.Voorsorteren op vrijloopBij nieuwbouw of renovatie worden nog weinig plannen uitgevoerd met vrijloopkraamhokken. De combinatie met opfok van gespeende biggen is volgens stalinrichters nog zeldzamer. Vrijloopkraamhokken vragen meer ruimte en zijn qua inrichting ook duurder dan bestaande systemen.

Toch houden zeugenhouders bij hun plannen wel degelijk rekening met de mogelijkheid van vrijloopkraamhokken, ook al bouwen ze traditioneel. Deze voorsortering heeft alles met toekomstige regelgeving te maken.

Nu al rekenen met vrijloop
Varkensdierenarts Struik: “Je kunt op je vingers natellen dat er ooit een verplichting komt. Dan moet je zo min mogelijk hoeven veranderen om aan die eis te voldoen.” Vandaar dat stallenbouwers met plannen met name in Brabant al rekenen met vrijloop.

Brabantse zeugenbedrijven vragen vergunningen aan waarbij de zeugenhouders de extra benodigde ruimte al wel mee rekenen. Dit kan door bijvoorbeeld vier controlepaden in een afdeling op te nemen waarbij de buitenste twee paden op den duur probleemloos bij de kraamhokken getrokken kunnen worden.

De ruwbouw gaat een jaar of 30 mee en de verwachting is dat in de toekomst het bouwen van nieuwe stallen er niet makkelijker op wordt.Grootste struikelblok voor KOH's zijn de bouwkosten. Bij een bedrijf met 1.000 zeugen vraagt de variant met KOH's (bovenste tekening) al gauw een derde meer stalruimte dan de traditionele opstelling van kraamstal met gespeende biggenstal (onderste tekening). De kosten zitten vooral in de ruwbouw.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.