height:550px RundveeAchtergrond

Inkomen uit zoogkoe blijft moeizaam

Zoogkoeienhouders realiseren al jaren een negatief inkomen, blijkt uit een Belgisch onderzoek. In Nederland is? de situatie niet veel anders.

Dat de verdiensten in de zoogkoeienhouderij onder druk staan, is geen verrassing. In Nederland ontbreken cijfers om hierin duidelijk inzicht te krijgen, in België zijn wel gegevens beschikbaar. Zo laat de Vlaamse overheid veelvuldig de economie van landbouwsectoren analyseren.

Belgisch witblauwe dieren

Deze zomer heeft de Vlaamse overheid de resultaten van een rentabiliteit- en kostprijsanalyse in de zoogkoeienhouderij gepubliceerd. De gegevens zijn afkomstig van 56 tot 74 bedrijven over de periode 2009-’13. De bedrijven hebben voor minimaal 90 procent Belgisch Witblauwe dieren en mesten zelf de kalveren af.

Slechte resultaten

Uit het Belgische onderzoek blijkt dat de economische resultaten over deze periode slecht zijn. In geen enkel jaar is een positief arbeidsinkomen (saldo minus vaste kosten) gehaald. De opbrengsten zijn weliswaar gemiddeld gestegen, maar dat geldt ook voor de kosten. In 2013 brachten zoogkoeien € 3,14 per kilo op, stieren van 22 maanden € 3,45 per kilo. De opbrengsten stegen van € 1.710 in 2009 naar € 2.056 in 2013, een stijging van 20 procent. Echter, de kosten zijn tussen 2009 en 2013 met 27 procent toegenomen. Door hogere voerkosten gingen de variabele kosten met 37 procent omhoog. Voerkosten maken bijna de helft uit van de totale kosten. De vaste kosten stegen met 14 procent.

Negatief

In 2013 was het brutosaldo € 553 per zoogkoe. Het arbeidsinkomen was min € 441. Dat is exclusief de vergoeding voor arbeid. Als die erbij wordt gerekend, daalt het bedrijfsresultaat naar min € 1.182 per koe. Alle vijf jaren zijn arbeidsinkomen en bedrijfsresultaat negatief. Als de bedrijfstoeslagen worden meegenomen, is er alleen in 2009 en 2010 een positief arbeidsinkomen. De cashflow (feitelijke ontvangsten minus uitgaven) is alle jaren wel positief.

Verschillen tussen bedrijven

Tussen de 50 procent zwakste en 50 procent sterkste bedrijven zit op basis van het brutosaldo een saldo-verschil van € 603 per koe. Dit komt door een verschil in technische resultaten. De betere bedrijven hebben een hogere vruchtbaarheid, een lagere sterfte, een betere groei en hogere verkoopprijzen per kilo. Verschillen tussen bedrijven zijn nog net zo groot als tien jaar geleden. Gemiddeld zijn de technische resultaten de afgelopen jaren niet verbeterd. Goedele Vrints, medewerker van het Departement Landbouw en Visserij, verwacht dat de betere bedrijven wel beter draaien.

Verband economische prestaties en bedrijf

De onderzoekers zochten ook naar verbanden tussen economische prestaties en bedrijfskenmerken. Hier blijken sterfte, krachtvoergift, verkoopprijs en tussenkalftijd verschil te maken in de hoogte van de saldo’s (zie tabel). Opvallend is dat het aantal zoogkoeien op een bedrijf geen rol speelt in het brutosaldo. “Dat zagen we wel bij het melkvee”, weet Vrints. “Het type ondernemer is waarschijnlijk belangrijker dan het type bedrijf.” Dat bedrijven met een lager krachtvoergebruik een hoger saldo behalen had Vrints niet verwacht. “In het verleden hebben we dat verband nooit gevonden. Maar blijkbaar hebben deze bedrijven een beter voermanagement met optimale inzet van bijproducten en ruwvoeders.”