AkkerbouwOpinie

Helder verhaal vertellen

De discussie rond chemische gewasbescherming wordt heftiger dan hij tot op heden was.

Aan de vooravond van groeiseizoen 2014 kunnen we twee belangrijke zaken vaststellen. De eerste is dat genoeg gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar zijn voor de akkerbouw om ziekten en plagen te lijf te gaan. Dat geldt ook voor kleinere teelten. De optelsom van inspanningen van alle betrokkenen heeft kennelijk als resultaat dat de al jarenlang voorspelde onaanvaardbare verschraling van het middelenpakket tot op heden is uitgebleven. Het is goed om vast te stellen dat het glas niet half leeg, maar half vol is. Misschien wel méér dan halfvol.

De tweede vaststelling is dat zich maatschappelijke weerstand manifesteert tegen chemische gewasbescherming. Maar van een andere orde dan tot nog toe: emotioneler, en daarmee heftiger.

Het is ook niet niets wat de burger op zijn bordje krijgt in relatie tot chemische gewasbescherming: neonicotinoïden en bijensterfte, gedoe rond grondontsmettingsmiddelen en de spuitintensieve lelieteelt, humane geneesmiddelen die door veelvuldig gebruik van azolen onwerkzaam zouden worden, hormoonverstoring door bestrijdingsmiddelen.

Actiegroepen dienen misstanden op in hapklare, goed verteerbare brokken. Dat gaat wel eens ten koste van de nuance, die juist bij een zo complexe materie als gewasbescherming zo belangrijk is om verder te komen. Niet alleen aan de borreltafel, ook in de Tweede Kamer leidt dat tot emotionele debatten, waarbij het geen eenlingen meer zijn die roepen dat al die bestrijdingsmiddelen maar moeten worden afgeschaft. De discussie wordt heftiger.

De vraag is wat je daarmee moet als akkerbouwer. Het antwoord is dat je ook als boer een helder verhaal kunt vertellen. Een verhaal dat door je omgeving begrepen wordt, en beklijft. En verder geen fouten maken. Als je tegen paardenbloemen spuit en in een naastliggend burgertuintje hangen een week lang de blaadjes van de bessenstruiken slap, dan heb je als boer iets fout gedaan.



Beheer
WP Admin