Grote verschillen in tussenkalftijd buiten Europa

Foto: Roel Dijkstra Fotografie - Joep van der Pal
Van de belangrijkste melk-exporterende landen hebben Australië en Nieuw-Zeeland met 365 dagen de kortste tussenkalftijd.Argentinië ziet de hoogste gemiddelde tussenkalftijd van 470 dagen. Nederlandse melkveehouders realiseren een tussenkalftijd van 410 dagen. Dat blijkt uit een vergelijking van het kengetal door IFCN (International Farm Comparison Network).De meeste Europese landen zitten net als Nederland rond of iets boven de 400 dagen nodig tussen twee kalvingen. Alleen Denemarken zit met 380 dagen duidelijk lager. IFCN geeft geen waardeoordeelHet IFCN geeft daarmee geen waardeoordeel. Het niveau van de tussenkalftijd heeft ook te maken met de gemiddelde melkproductie en het vervangingspercentage. Voor zowel Nieuw-Zeeland als Argentinië geldt dat het melkproductieniveau (circa 5.000 kilo melk per koe) en het vervangingspercentage (gemiddeld 26 à 27%) min of meer gelijk zijn. In intensievere landen als Nederland en de Verenigde Staten ligt het melkproductieniveau een stuk hoger, maar is ook de tussenkalftijd hoger dan in bijvoorbeeld Nieuw-Zeeland.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









