Equivalente mestmaatregelen wringen

Laatst bijgewerkt:
Foto: Ronald Hissink

Foto: Ronald Hissink


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De akkerbouw is blij met de equivalente mestmaatregelen. Maar de voorwaarden knellen wel een beetje.De akkerbouw heeft er jarenlang vurig voor gepleit: de equivalente mestmaatregelen, waarmee boeren extra mineralen mogen aanvoeren als ze bovengemiddelde hectareopbrengsten halen. Sinds donderdag 6 april zijn ze er. Maar wat de overheid heeft bedacht, geeft niet alleen vreugde bij de akkerbouw. Er zit een aantal haken en ogen aan de regeling.Bodemgezondheid in de knelHet vurige pleidooi van de akkerbouw voor de equivalente maatregelen kwam voort uit bezorgdheid. De voortdurende aanscherping van de bemestingsnormen beperkt de aanvoer van organische stof en mineralen. De bodemgezondheid komt steeds meer in de knel. Daarom pleiten LTO-Akkerbouw en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) al jaren voor equivalente maatregelen. Als een boer hoge gewasopbrengsten haalt, moet hij meer mineralen kunnen aanvoeren.Donderdag publiceerde de demissionaire staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam de maatregelen. Er mag meer stikstof en fosfaat op het land bij aantoonbaar hoge opbrengsten voor gewassen als bieten, aardappelen, granen en mais. Ook is een hogere stikstofgift toegestaan bij rijenbemesting in mais.3 equivalente maatregelen en hun voorwaardenBoeren mogen vanaf dit jaar extra mineralen aanvoeren als ze bovengemiddelde hectareopbrengsten halen, de equivalente mestmaatregelen. Equivalent wil zeggen: gelijkwaardig of corresponderend. Het milieu mag niet extra worden belast. Daarom moet de boer met afleveringsbewijzen aantonen die hogere opbrengsten te halen en gelden andere voorwaarden.

Dit zijn de equivalente maatregelen: Er geldt een extra fosfaatgebruiksnorm bij bovengemiddelde opbrengsten bij mais, suikerbieten, consumptieaardappelen, pootaardappelen en zaaiuien. Dit telt alleen als het perceel in de laagste fosfaatklasse valt.Er is een extra stikstofgebruiksnorm bij bovengemiddelde opbrengsten bij 16 akkerbouw- en groentegewassen.Extra stikstof mag worden aangevoerd in mais op zand- en lössgrond als gps-gestuurde rijenbemesting wordt toegepast. Gps is niet nodig wanneer meteen bij het zaaien de mest wordt toegediend.Foto: Mark PasveerBeperkingen aan combineren maatregelen
De overheid stelt beperkingen aan het combineren van maatregelen. Een bedrijf kan voor stikstof gebruik maken van óf de equivalente maatregel stikstofgebruiksnorm óf van de equivalente maatregel rijenbemesting in mais (dus niet beide). Er kan wel tegelijkertijd gebruik worden gemaakt van de equivalente maatregel voor een extra fosfaatbemesting en de hogere stikstofnorm.

Hogeregewasopbrengstenaantonen
Alleen akkerbouwers op kleigrond kunnen ook gebruik maken van de frites-biet-graanregeling, die is vastgelegd in het huidige Vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2014 t/m 2017). Akkerbouwers die aantoonbaar drie jaar achter elkaar bepaalde opbrengsten hebben gehaald bij fritesaardappelen, suikerbieten, tarwe of gerst mogen extra stikstof aanvoeren. Akkerbouwers op de klei kunnen voor stikstof gebruikmaken van óf de frites-biet-graanregeling óf de equivalente maatregel stikstofgebruiksnorm óf de equivalente maatregel rijenbemesting in mais (als ze mais telen).

Een belangrijk verschil is dat de frites-biet-graanregeling alleen geldt als drie jaar achter elkaar die hogere opbrengsten zijn gehaald. Bij de equivalente maatregelen geldt de gemiddelde opbrengst van de laatste drie jaren. Voor 2017 geldt 2016. Voor 2018 gelden 2016 en 2017. Vanaf 2019 gelden de drie voorgaande jaren. Aanmelden voor de regeling kan via RVO.nl vanaf 18 april tot 1 juni.Minder stikstof uit dierlijke drijfmestLTO en NAV zijn blij met de maatregelen. De vreugde wordt echter getemperd door de voorwaarden. Zo geldt voor de hogere stikstofnorm dat minder stikstof uit dierlijke drijfmest op het land mag. Nu is dat maximaal 170 kilo per hectare. Dat wordt maximaal 75 kilo stikstof op zuidelijk zand en löss en 100 kilo op overige grond.Dit betekent voor een akkerbouwer minder inkomsten uit mestaanvoer. Bovendien wordt minder organische stof aangevoerd, wat slecht is voor de bodemgezondheid. De mineralen die de boer op die manier niet op zijn land brengt, moet hij compenseren met kunstmest. Ook de extra stikstofruimte mag alleen worden aangevoerd als kunstmest. Dat kost geld.De extra stikstof mag bij de equivalente maatregel alleen worden gegeven als kunstmest. Jammer, vindt de akkerbouw. - Foto: Ronald HissinkDaarnaast geldt de lagere aanvoernorm voor drijfmest voor zijn hele bedrijf, niet alleen voor het areaal waarvoor de hogere gebruiksnorm geldt. De equivalente maatregelen voor fosfaat kennen dat nadeel niet. De norm voor de aanvoer van dierlijke mest blijft gelijk en de extra fosfaat mag worden toegediend als kunstmest, compost, champost, schuimaarde of vaste mest van graasdieren.Veel rekenwerk nodigHet voordeel van de equivalente maatregelen voor de gewasteler moet komen uit blijvend hogere gewasopbrengsten. Het vergt veel rekenwerk om zijn keuze financieel goed te kunnen onderbouwen. Voor de veehouderij kan dit betekenen dat minder dierlijke mest kan worden geplaatst. Dat hangt af van het aantal boeren dat gebruik gaat maken van de equivalente regeling. Van Dam schat dat 11.000 maistelers en 6.600 akkerbouwers dat gaan doen.Gezien de voorwaarden verwacht LTO-Akkerbouw dat dat aantal niet wordt gehaald, zegt voorzitter Jaap van Wenum. “Bij stikstof kunnen akkerbouwers minder mest aanvoeren, terwijl ze de bodemvruchtbaarheid op peil willen houden. Bij de frites-biet-graanregeling mogen boeren op klei wel extra stikstof aanvoeren, ook via bodemverbeteraars, zonder dat de standaardnorm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest wordt verlaagd. De kleiboeren zullen dus voor deze bestaande regeling blijven kiezen. Vooral akkerbouwers met lage fosfaattoestanden zullen meedoen aan de equivalente maatregelen.”Bepaling hogere gewasopbrengstVoor de bepaling van de hogere gewasopbrengsten geldt het gemiddelde van de drie voorgaande jaren. Van Wenum: “Boeren moeten kunnen kiezen uit twee van de laatste drie jaar. Door een extreem jaar als 2016 kun je drie jaar lang niet in aanmerking komt voor de equivalente maatregelen.”‘Door een extreem jaar kun je drie jaar lang niet in aanmerking komen’Van Wenum ziet ook positieve punten. “Het belangrijkste is dat de systematiek van equivalente maatregelen is erkend door Brussel en de Nederlandse overheid. Daar kunnen we op voortbouwen. Ik ga ervan uit dat de equivalente maatregelen ook worden opgenomen in het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2018 t/m 2021). Voor het nieuwe actieprogramma willen we extra stikstof kunnen toedienen met bodemverbeteraars. Die verhogen het organischestofgehalte, houden vocht vast, en de planten groeien er beter op. Dan spoelt ook minder stikstof uit.”Kringloopwijzer voor akkerbouw“Voor de jaren daarna hopen we dat de akkerbouw de kringloopwijzer kan gebruiken. Want akkerbouwers willen graag evenwichtsbemesting toepassen en de bodemvruchtbaarheid op peil houden. Ook zijn ze dan flexibeler en hebben ze niet de nadelen van deze equivalente regeling”, zegt Van Wenum. De kringloopwijzer voor de akkerbouw wordt ontwikkeld met geld van de Brancheorganisatie Akkerbouw.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.