Droogte houdt aan, verzilting dreigt, beregening beperkt
Na een korte periode met redelijk normaal zomers weer en enige neerslag, komt er nu een periode aan met hoge temperaturen en geen neerslag van betekenis. Het gevolg is dat de grondwaterstanden dalen, het neerslagtekort toeneemt, het waterpeil in de belangrijkste zoetwaterbuffers (IJsselmeer en Markermeer) daalt en de mogelijkheden om oppervlaktewater voor beregening te gebruiken worden beperkt.

In Noord-Nederland is de droogtesituatie het ernstigst. Foto: LCW
Door de afnemende afvoer van rivierwater dreigt verzilting. In kustprovincies wordt zoetwater strategisch en efficiënt ingezet om verzilting te voorkomen.
Dat is de situatie zoals die wordt geschetst in de laatste droogtemonitor van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW). In de LCW werken waterschappen, Rijkswaterstaat, het KNMI, de provincies, het ministerie van LVVN en Vewin samen.
In Noord-Nederland is de situatie zorgelijk, aldus de droogtemonitor. De provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland, Overijssel, delen van Gelderland en het noordelijk deel van Noord-Holland bevinden zich in een fase met dreigend watertekort.

De toenemende droogte schaadt de landbouw en de natuur. Verschillende gewassen lijden onder de droogte. De groei is beperkt. In de provincie Zeeland en in de hoger gelegen delen zijn de gevolgen van de droogte het grootst.
Hoewel het waterniveau in het IJsselmeer daalt, is er nog genoeg water om aan de watervraag te voldoen.
Het scheepvaartverkeer heeft op alle belangrijke vaarwegen last van de lage waterstanden. Om schade aan de kades te voorkomen is het scheepsverkeer op de Twentekanalen geheel stilgelegd. Uit de kanalen mag geen water gepompt worden om gewassen te beregenen.








