De moeizame weg naar betere bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken
Oneerlijke handelspraktijken horen niet voor te komen. Daar is iedereen het over eens. Maar hoe is dat te regelen? Brussel worstelt ermee.

Een Europese wet tegen oneerlijke handelspraktijken werkt nog niet goed. Foto: Mark Pasveer
Eind november vorig jaar kregen aardappeltelers een brief in de brievenbus. Afzender: fritesproducent Farm Frites. Daarin schrijft de afnemer dat de kortingen voor de aardappelen die niet helemaal aan de maat zijn fors omhoog gaan, met ingang van december. De telers hadden vijf dagen om te beslissen of ze akkoord gingen. Deden ze dat niet? Dan liepen ze het risico dat hun hele oogst werd afgekeurd.
Het is precies de situatie die Europese wetgeving al in 2019 aan banden wilde leggen. De zogeheten UTP-richtlijn verbiedt afnemers om contracten eenzijdig te wijzigen, bestellingen op het laatste moment te annuleren of facturen te laat te betalen. Nederland zette die richtlijn in 2021 om in nationale wetgeving, met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) als toezichthouder. In de Farm Frites-zaak greep ACM in: telers kregen meer tijd om te beslissen. De bedrijven die al getekend hadden, kregen de mogelijkheid om hun keuze te herzien.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









