Ctgb: meer bewijs nodig voor intrekken PFAS-middelen
Nederland kan niet op basis van de Deense onderzoeken naar het gebruik van PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen de toelating van middelen intrekken. De Deense onderzoeken kunnen wel worden aangedragen als onderdeel van de bewijslast. Om een herbeoordeling van een stof te kunnen doen, is namelijk nieuwe data nodig.

De toelating van gewasbeschermingsmiddelen kan niet zomaar worden ingetrokken of aangepast. Dat vraagt een zorgvuldige herbeoordeling, die alleen gedaan kan worden als er nieuwe data beschikbaar is. Foto ter illustratie. Foto: Jan Willem Schouten
Dat zegt Nicole van Straaten, manager gewasbeschermingsmiddelen bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), in de Tweede Kamer. Tweede Kamerlid Laura Bromet (GroenLinks-PvdA) vindt dat het erg lang duurt voordat Nederland gewasbeschermingsmiddelen met PFAS van de markt haalt, terwijl in Denemarken bewijs is dat de middelen schade veroorzaken en deze middelen daar wel van de markt zijn gehaald.
“In Denemarken is het besluit ook niet in een paar weken genomen”, zegt Van Straaten. In Denemarken is ongeveer anderhalf jaar onderzoek gedaan en zijn de effecten van middelen onderzocht, wat ertoe heeft geleid dat zo’n 26 middelen van de markt zijn gehaald. In Nederland heeft het Ctgb een vergelijkbaar proces gestart. Daarbij wordt gekeken naar zowel toegelaten middelen als middelen waarvoor nu aanvragen voor toelating lopen. Bij die middelen moet worden bekeken of ze leiden tot een overschrijding van de TFA-norm van 0,1 in het grondwater. TFA is een korteketens-PFAS, die ontstaat als afbraakproduct van andere PFAS-stoffen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









