Samen met de veehouders wil Cono invulling geven aan de ambitie om klimaatneutraal kaas te produceren. - Foto: ANP RundveeInterview

Cono wil straks alleen ‘klimaatpositieve’ kaas

Cono Kaasmakers wil met een nieuwe inzet het initiatief terugpakken in zowel klimaat als bodem: klimaatpositieve kaas. De zuivelonderneming wil CO2 terugbrengen naar de bodem.

Cono Kaasmakers heeft een nieuwe stip aan de horizon gezet. Het wil in 2030 volledig klimaatpositief zijn met alle Cono-kaas. Dit gaat nog een stap verder dan klimaatneutraal en komt erop neer dat we daar bovenop meer CO2 vastleggen, zowel in de kaasmakerij, de logistieke keten als op de boerderij, lichten directeur Wim Betten en duurzaamheidsmanager Grietsje Hoekstra toe.

Jullie zetten weer een ambitieuze stap. Waarom doet Cono dit?

Betten: “Eigenlijk is het heel simpel. Wij proberen een bedreiging om te zetten in een kans. Er is kritiek op de melkveehouderij vanuit de klimaatdiscussie en dan zitten we ook nog met het vraagstuk van bodemdaling. Wij proberen daar een geloofwaardig antwoord op te formuleren en te laten zien dat we ook echt iets kunnen veranderen.”

Klimaatpositief worden vraagt wel weer een extra inspanning van de veehouders.

Betten: “Daar zijn we ons van bewust. Onze leden gaan zich hiervoor inzetten en wijzelf ook, maar we proberen daar ook extra opbrengsten tegenover te stellen. Hoe we de leden precies gaan belonen, is een fase in de latere uitwerking, maar we proberen met onze stap het imago van de sector en ook de waarde van de Cono-producten naar een hoger plan te tillen. Uit onderzoek dat we hebben laten doen, is ook gebleken dat consumenten ook echt bereid zijn om meer te betalen voor een klimaatpositief product.”

Lees verder onder de foto.

Duurzaamheidsmanager Grietsje Hoekstra en Wim Betten, algemeen direteur Cono. - Foto's: Mo Juriaan Barends en Piet Blaauw
Duurzaamheidsmanager Grietsje Hoekstra en Wim Betten, algemeen directeur Cono. - Foto's: Mo Juriaan Barends en Piet Blaauw

Gaat het misschien moeizamer met de kaasafzet van Cono?

Betten: “Nee, dat helemaal niet. Met de afzet van onze Beemsterkaas gaat het zelfs uitstekend. Vorig jaar is zelfs 7% meer Beemsterkaas bij de consument in de koelkast beland dan in het jaar ervoor. Wij willen echter niet afwachten totdat het eerst slechter gaat. Wij moeten en willen blijven ontwikkelen en verantwoordelijkheid nemen in een maatschappelijke vraagstuk.”

Wat gaan jullie precies doen om klimaatpositief te worden?

Hoekstra: “We hebben het nog niet concreet ingevuld en dat doen we met opzet zo. Samen met onze veehouders willen we invulling geven aan deze ambitie. Er is gekozen voor een richting en we hebben een stip op de horizon gezet. Ook hebben we wel een aantal ideeën over opties, maar we willen eerst verder in gesprek met onze boeren. Als het gaat om CO2-vastlegging zijn zij degenen die daar grotendeels voor moeten zorgen. Zij weten het meest van de bodem en zij zijn degenen die moeten bepalen hoe ze het beste resultaat kunnen bereiken. Uit de bijeenkomsten met hen moet een aantal concrete pilots naar voren komen. Aan de hand daarvan gaan we verder.”

We noemen zowel de successen als de tegenvallers

Betten: “Het is ook een zoektocht hoe het precies moet. We zullen stappen vooruit gaan zetten, maar we zullen ook onze neus wel eens stoten. We noemen zowel de successen als de tegenvallers. Daar zullen we ook open over zijn. Dat moet. Overigens kunnen we ook leren van onze kennispartners. Als Cono zijn we lid van het Change-netwerk, waarin allerlei soorten bedrijven zitten die zich bezighouden met het klimaatvraagstuk. Bijvoorbeeld Volvo. Het blijft echter een zoektocht. Het kan zijn dat we in de aanloopfase onze emissie soms nog met certificaten moeten afkopen, hoewel liever niet. Het gaat erom dat we uiteindelijk op de meest effectieve en werkbare manier ons doel bereiken.”

Hoekstra: “We hebben ook al een aantal zaken die houvast bieden. Ons Caring Dairy-programma biedt handvaten. Daarin hebben we al 18 indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan we verder kunnen werken. Er komt geen nieuwe systematiek.”

Hoe reageren de leden? Zijn ze enthousiast?

Betten: “Afgelopen week zijn onze leden geïnformeerd en binnenkort gaan we hierover in gesprek met elkaar. Boeren maken zich zorgen om dezelfde dingen als wij. We zouden ook wel heel dom zijn om deze stap nu niet te zetten. Nu is het moment om iets te doen. Het is, zoals aangegeven, ook een marktkans. Het is bovendien interessant om te kijken wat er allemaal mogelijk is qua CO2-vastlegging.”

De richting is gekozen, een keuze is gemaakt. Er is zelfs een einddatum vastgesteld. Wanneer komt de informatie op de kazen?

Betten: “Zo snel mogelijk. We beginnen daarbij met de communicatie over de projecten die we opstarten.”

Andere zuivelbedrijven denken misschien: daar heb je Cono weer die als eerste zo’n stap zet…

Betten: “We hopen dat ze volgen.” Hoekstra vult aan met een lach: “Niet al te snel natuurlijk.”

Meer informatie over de prijzen van zuivel vind je in Boerderij Marktprijzen.

Reacties

  1. Stel dat we het klimaat zouden kunnen beinvloeden, zouden we dan streven naar een koeler (droger) klimaat met lagere gewasopbrengsten door lager CO2? Zitten we te springen om vorstschade in de boomgaarden en andere planten? Koude periodes waren in het verleden periodes van voedsel tekorten met daaruit als gevolg honger en ziekte! Warme periodes zoals de middeleeuwse warme periode van 950 tot 1250 was voor de mensheid een enorm welvarende tijd. Er waren weinig misoogsten en weinig ondervoeding waardoor ziektes veel meer moeite hadden om een poot aan de grond te krijgen. Er was eten en er was geld om cathedralen en vele andere monumentale gebouwen te bouwen. De bomengrens lag 100 km verder naar het noorden dan nu en de druiven groeiden tot in het zuiden van Noorwegen aan toe. Er was toendertijd helemaal niemand die over een dergelijke gunstige situatie zou durven klagen! Tegenwoordig heb je van allehande wetenschappers die ons proberen wijs te maken dat de wereld vergaat als het warmer wordt terwijl een ieder die terug kijkt in de geschiedenis weet dat de de mensheid gewoon veel minder hinder ondervindt van de warme periodes dan van de koude.