‘Cono en RFC, overeenkomsten en verschillen’

Foto: Jan Willem van Vliet

Foto: Jan Willem van Vliet


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

FrieslandCampina (RFC) heeft een CEO, Cono een directeur. Beide hebben tot doel een goede melkprijs te betalen aan de leden.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.


Bol
21 mei 2021

De minder renderende producten moeten ook worden gemaakt en verkocht.Als iedereen alleen maar de krenten uit de pap haalt is halvering van de (melk)veestapel spoedig in zicht.

Olde Rechterschot
17 mei 2021

Feiten verdaaien liegen en harken is bij FC algemeen toegestaan in het bestuur en de ledenraad, daardoor is er weinig vertrouwen en daardoor geen eenheid.

Bennie Stevelink
17 mei 2021

Er zijn bij Cono ook al leden geweest die rechtszaken hebben gevoerd tegen hun eigen coöperatie omdat ze niet aan de duurzaamheidseisen wilden voldoen. Zo “enthousiast” zijn alle leden dus niet. Het belangrijkste is echter dat je met de formule en cultuur van Cono maximaal 300 miljoen liter kunt verwaarden. Voor het verwaarden van 10 miljard liter is een heel andere organisatie en cultuur nodig. In het verhaal van Vergaderboer worden dus appels met peren vergeleken.

Armer
17 mei 2021

Het is goed als een vertrekkende manager opgevolgd wordt door iemand uit eigen huize. Een directeur die binnengekomen is als stagiair of kleine rechterhand van een manager. Door hard te werken opgeklommen in de organisatie. Hierdoor veel binding met het bedrijf en bedrijfscultuur. Bij rfc komen de managers van shell , unilever of mc kinsey. Die wijsneuzen zien hun baantje bij rfc als springplank naar weer iets anders. Het liefst binnen vijf jaar. Nemen veel risico’s om bonussen binnen te harken en laten zich uitkopen als het fout dreigt te gaan.