Gélinda met de pup op het erf. De varkens vond ze vroeger zielig maar nu niet meer. 'Ik ga met plezier de stal in.' - Foto's: Ronald Hissink BoerenlevenAchtergrond

Boerin Gélinda: ‘Soms moeten de varkens maar wachten’

Gélinda wist niets van varkens toen ze op de boerderij kwam wonen. Toch is het dankzij haar dat er nu staat wat er staat want haar man kan het niet alleen.

Gélinda ziet zichzelf eigenlijk helemaal niet als een geschikte kandidaat voor de rubriek Boerin. “Het bedrijf is namelijk van Gert en als hij weg zou vallen, kan ik het absoluut niet zelfstandig runnen.”

Maar toch, zonder haar zou het bedrijf niet zijn wat het nu is. Twaalf jaar geleden stonden zij en haar man namelijk voor de keus: stoppen met de 500 gangbare vleesvarkens die er toen waren, of doorgaan? Het werd doorgaan, maar dan wel op een andere manier. Dat werd wat nu het wroetvarkenconcept is. “Doorgaan betekende ook uitbreiden. Daar stond ik helemaal achter. Was dat niet zo geweest, dan had Gert het bedrijf zo niet kunnen doen, want hoewel hij de hoofdboer is, kan hij het toch niet helemaal alleen. Ik ben er voor de hand- en spandiensten. Als hij weg is op de vrachtwagen, zet ik de voermachine aan, ik help met varkens inladen, dat soort dingen.”

‘Niet van boerenkomaf’

Nooit had ze kunnen denken dat ze nog eens tussen de varkens actief zou zijn. “Ik ben niet van boerenkomaf, ik wist er helemaal niks van. Die varkens vond ik in het begin ook zó zielig! Ze zaten daar maar in die donkere hokken en als ze werden afgeleverd en de klep van de vrachtwagen opliepen, vond ik dat heel naar. Ik begrijp dan ook goed dat er mensen zijn die een negatief beeld hebben van de varkenshouderij. Dat komt door onwetendheid.”

Ik ben niet van boerenkomaf, die varkens vond ik in het begin ook zó zielig

Zelf is ze de onwetendheid voorbij, ze weet hoe het reilt en zeilt in de stallen en waarom dingen gaan zoals ze gaan. Zielig vindt ze de varkens allang niet meer. “Er wordt echt heel goed voor ze gezorgd.” Daar draagt Gélinda met plezier aan bij. “In de stal bezig zijn, is geen straf, ik vind het juist leuk en er is niets waar ik een hekel aan heb om te doen.”

Nou ja, er is één aspect van de varkenshouderij dat volgens haar nooit went en dat is de geur. “Ons woonhuis staat dicht bij de stallen. Normaal ruik je daar niks van, maar als het mistig is, of windstil, dan wel. Dan loop ik soms nog wel te foeteren omdat je de varkens ook in huis een beetje kunt ruiken.”

Caissière

Op de dagen dat ze buiten de deur werkt, als caissière in een supermarkt, gaat ze dan ook niet de stallen in, om geurtjes in haar kleding te voorkomen. “Ik denk dat dat lukt, ik krijg tenminste nooit reacties. En mocht ik wel naar varkens ruiken, dan hoop ik dat mensen dat eerlijk zullen zeggen, dan kan ik er wat aan doen.”

Haar baan had ze al nog voor ze op het bedrijf kwam. Die opzeggen was nooit een optie, geen denken aan. “Het geeft me zoveel meer dan alleen inkomen. Met veel collega’s werk ik al jarenlang samen, we groeiden met elkaar mee, met relaties, bruiloften, kinderen krijgen, noem maar op. Mijn werk brengt me ontspanning en sociale contacten. Je spreekt allerlei verschillende mensen en je hoort wat er speelt in het dorp. Want dat is wel een beetje een nadeel van een boerderij: je krijgt weinig mee omdat je zo achteraf woont. De meiden klagen er ook weleens over, zij moeten altijd ver fietsen als ze ergens heen willen, hun klasgenoten niet.”

Sinds kort is er een pup in huis. Een handenbindertje waar iedereen wel heel blij van wordt.
Sinds kort is er een pup in huis. Een handenbindertje waar iedereen wel heel blij van wordt.

Ruimte en vrijheid

Toch zou Gélinda voor geen goud weg willen van de boerderij. De ruimte, de vrijheid, ze wil het niet meer missen. “En het is hier heel rustig. Gert en ik zijn beiden niet zulke massa-liefhebbers, als we op vakantie gaan, zoeken we ook altijd een rustige camping op. En we gaan ook niet de barricaden op om te protesteren tegen de wet- en regelgeving. Niet dat we die nou zo geweldig vinden, maar het is ook een beetje wat het is. We moeten het er maar mee doen.”

Die acceptatie geeft rust, net als de vastgestelde varkensprijzen uit het wroetsysteem. “Elk halfjaar worden ze aangepast aan de marktsituatie en vervolgens weet je voor een halfjaar waar je aan toe bent. Dat is heel prettig. Vroeger dachten we in tijden van slechte prijzen weleens: hoe krijgen we alles rond? Dat hebben we nu niet meer.”

‘Soms heel druk, maar geen stress’

En hoe houdt ze alle ballen van bedrijf, baan en gezin in de lucht? “Ach, het is soms wel heel druk maar ik ervaar het toch meestal niet als stress. Als er iets is dat af moet, dan zijn we gewoon wat later klaar, geen probleem. En als het zo uitkomt, kunnen de varkens ook wel een keer een halfuur wachten.”