Als de ene boer flink uitbreidt, kan dat gevolgen hebben voor de bouwmogelijkheden van een ander. Foto: Ronald Hissink AlgemeenAchtergrond

Boeren hinderen boeren

Steeds vaker ?zijn het boeren die bezwaar indienen tegen de aanvraag van een vergunning van andere boeren. De sociale gevolgen kunnen groot zijn.

Het zijn lang niet altijd burgers en natuur­organisaties die bezwaar indienen tegen vergunningaanvragen van boeren. In toenemende mate zijn het ook boeren zelf. “Boeren worden steeds vaker elkaars concurrenten”, merkt agrarisch mediator Johan Weerkamp. “Dat komt omdat de landbouw meer dan ooit een verdelingsvraagstuk is geworden.”

Ook Helène Roele, mediator bij Flynth Accountants en gespecialiseerd in zakelijke conflicten, merkt dat boeren vaker bezwaar aantekenen tegen de plannen van andere boeren. “Maar het speelt niet overal, het is vaak lokaal.”

Dat zit hem onder meer in het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Daar is in geregeld dat er voor elk gebied maar een bepaalde ontwikkelingsruimte is. Als één boer bij wijze van spreken een stal met 500 koeien wil zetten, kan het zijn dat de andere boeren niets meer kunnen, omdat de ruimte ‘op’ is. Om dat te voorkomen, dienen ze bezwaar in.

Ook bij mestvergisters en windmolens zijn het soms boeren die bezwaar maken. Elmer Woudstra, adviseur bij Rombou, houdt zich bezig met vergunningaanvragen. “Ik heb het ook een paar keer meegemaakt. Hoe dichter boeren bij elkaar zaten, hoe meer ze leefden als kat en hond. Dan wilde de één bijvoorbeeld een stal bouwen die het uitzicht van de ander belemmerde.”

Weerkamp ziet dat het indienen van een bezwaar tegen andermans vergunning vaak tot scheve verhoudingen leidt. In essentie gaat het om een zakelijke procedure en niet om iets persoonlijks. “Maar een mens is nou eenmaal niet zonder emotie. Wat als je een opvolger hebt en je uitbreidingsruimte is al opgesnoept door een ander? Dan is het denkbaar dat je daar flink chagrijnig van wordt.”

Consequenties reiken ver

De consequenties kunnen bij escalatie veel verder reiken dan chagrijn alleen. Weerkamp: “De kinderen zitten bij elkaar op school, je treft elkaar bij het voetbalveld, in de kerk en in het plaatselijke LTO-bestuur. Soms is het echt niet gezellig meer.”

Hoezeer de verhoudingen op scherp kunnen komen te staan, bleek bij de aankondiging van een varkenscluster in het Overijsselse Markelo in 2006 (zie kader). Burgers én boeren verzetten zich tegen de komst van 20.000 varkens, maar sommigen waren juist voor. Melkveehouder Aarnt Jan Heilersig herinnert zich dat de verhoudingen ‘onderkoeld’ waren. Naar zijn idee zijn ze inmiddels weer hersteld, maar een varkenshouder die erbij betrokken was, heeft er nog altijd moeite mee. Hij wil er alleen anoniem iets over zeggen: “Het ligt gevoelig. Wat mij toen is aangedaan, vergeet en vergeef ik nooit.”

“Het is een taboe”, aldus Weerkamp. “Daardoor kan het aan de buitenkant lijken of er niks aan de hand is, terwijl er aan de binnenkant van alles broeit.” Zelf was hij betrokken bij een geschil dat door de partijen tot aan de Raad van State wordt uitgevochten. “Ze waren altijd goede buren, nu praten ze niet meer met elkaar.”

Boeren schakelen meestal geen hulp in bij een vergunningsconflict. “Ze denken dat er toch niets aan te doen is. Iemand die een vergunning aanvraagt, overtreedt immers niet de regels.”

Begrip voor belangen

Is er inderdaad niets wat je kunt doen? Weinig, denkt Weerkamp, maar een gesprek aangaan kan volgens hem nooit kwaad. Dat geldt voor zowel de bezwaarmaker als de vergunningaanvrager. Die laatste doet er goed aan vooraf een dialoog aan te gaan met de omgeving. “Dat is niet hetzelfde als een voorlichtingsbijeenkomst organiseren. Je moet belangstelling tonen voor de belangen van de ander. Alleen dan zal die interesse tonen voor jouw belang.” Wederzijds begrip voor elkaars belangen verhoogt de kans op een vreedzame oplossing. “Maar een dialoog aangaan is moeilijk. Boeren zijn van nature werkers en geen praters.”  Helène Roele adviseert daarom dergelijke gesprekken het liefst te doen in bijzijn van een onafhankelijke derde. “Want als het verschil in zakelijke belangen zó groot is, gaan emoties de overhand nemen en kom je er zelf niet meer uit.”

Boerenverzet
 in Markelo

Tien jaar geleden verzetten boeren zich voor het eerst op vrij grote schaal tegen de komst van andere boeren. In Markelo was door de provincie een varkenscluster gepland. Zes varkenshouders zouden samen in totaal 20.000 varkens houden. Dat viel bij een deel van het dorp verkeerd, ook bij enkele boeren. Melkveehouder Aarnt Jan Heilersig werd voorzitter van de Vereniging Varkenscluster Nee. De club leidt momenteel een slapend bestaan. “We vreesden dierziektes en extra verkeersbewegingen, maar ook een rem op ontwikkelingsmogelijkheden van andere boeren.” Uiteindelijk hadden de protesten effect, het varkenscluster kwam er niet. “Onze bezwaren waren niet gericht tegen personen. Tot op de dag van vandaag weten we niet om wie het ging, van drie mensen hebben we alleen vermoedens.”

Heilersig erkent dat het een lastige periode was. “Er zijn dingen gebeurd die je niet met een democratie kunt rijmen. Daar is later wel over gepraat en dat is goed geweest.”

Inmiddels is de situatie volgens hem weer normaal. “Maar destijds waren de verhoudingen in het dorp onderkoeld. Er waren namelijk ook voorstanders van het varkenscluster en die verweten ons dat we handelden uit eigenbelang omdat het vlak bij ons zou komen. Maar dat mag, je kunt van mening verschillen over zaken.”