Bezorgdheid over aanscherping geurbeleid
Het geurbeleid gaat op de schop. Nieuwe regels kunnen grote impact hebben, niet alleen voor nieuwe locaties, maar ook voor bestaande bedrijven. Veehouderijorganisaties zijn bezorgd: veehouders hebben weinig mogelijkheden om de uitstoot van geur te reduceren. Door steeds meer burgerbewoning op het platteland wordt het bovendien niet makkelijker.

Geurproblematiek is niet nieuw in de veehouderij. Het in 2002 gebouwde leghennenbedrijf voor 300.000 kippen in Groesbeek stond jaren leeg omdat de Raad van State de vergunning vernietigde vanwege geurnomen. De locatie is inmiddels in gebruik als kinderwagenmuseum. Archieffoto: Hans Prinsen
Hoewel de focus nu ligt op stikstof, wordt gevreesd dat het geurbeleid op termijn heel veel invloed zal hebben op het ontwikkelingsperspectief van de veehouderij, met name voor de varkens- en pluimveehouderij. Aanscherping van de regelgeving zal ook voor veel bestaande bedrijven betekenen dat ze maatregelen moeten nemen.
Geuroverlast is geen eenvoudig probleem. In het huidige beleid wordt bepaald hoeveel geur een bedrijf uitstoot, uitgedrukt in odeur-units per kuub lucht en welk effect dit heeft op de omgeving. Geurnormen (zie tabel) gelden alleen voor bedrijven met varkens, kippen, kalveren en geiten. De normen worden getoetst als de vergunning aangepast wordt, voor bestaande bedrijven gelden de normen niet. Voor bedrijven die teveel geur uitstoten, geldt de 50%-regeling: ze mogen nog wel uitbreiden, mits ze daarbij de overbelasting van de geurnorm minimaal halveren. Zo blijft de overbelasting wel, maar wordt deze wel kleiner.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Vee saneren en gewoon voedsel in Oekraïne en zuid Amerika halen.