Bewezen meerwaarde van een studieclub

Foto: Ruud Ploeg
Het is waardevol om cijfers te vergelijken en van elkaar te leren. Drie melkveehouders vertellen over de bewezen meerwaarde van hun studieclub.Wie verder kijkt dan zijn eigen bedrijf, verbreedt zijn horizon. Door deel te nemen aan een studieclub kunnen agrarische ondernemers hun kennis vergroten en hun bedrijfsvoering optimaliseren. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door bedrijfseconomische cijfers met elkaar te vergelijken en van elkaars sterke en minder sterke punten te leren. Dat kan helpen bij het maken van belangrijke keuzes op je eigen bedrijf en het voorkomt bedrijfsblindheid.Bij een ander over de schutting kijkenVaak is het een combinatie van redenen die melkveehouders ertoe beweegt deel te nemen aan een studieclub. Dat zegt Rick Hoksbergen van Alfa Accountants en Adviseurs. “Een boer vindt het leuk om bij een ander over de schutting te kijken. Daarnaast geeft het een mooie stimulans om actief met je eigen cijfers aan de slag te gaan. Wanneer je een concreet doel voor ogen hebt, is het bovendien goed om een bepaalde groepsdruk te ervaren. Dat houdt je scherp.”Hoksbergen merkt dat melkveehouders het interessant en leerzaam vinden om bij goed
presterende collega-boeren op excursie te gaan. “Veel boeren staan ervoor open om van elkaar te leren. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling van de sector.”De drie melkveehouders:Ben ten Have (49) in Olst (Overijssel) ☛Ten Have heeft 115 melk- en kalfkoeien en 65 stuks jongvee op 56 hectare. Gemiddeld 9.750 afgeleverde liters per koe, met 4,40 % vet en 3,45 % eiwit. De koeien worden gemolken door twee melkrobots.☚ Mts. Herman (53) en Jehannes (23) Miedema (niet op de foto) in Wyns (Friesland)De Miedema's houden 130 melk- en kalfkoeien met bijbehorend jongvee op 70 hectare. Rjg is 8.500 liter, met 4,40 % vet en 3,60 % eiwit. Zoon Jehannes volgt de hogere landbouwschool in Dronten.Hette Hettinga (28) in Doniaga (Friesland☛Melkveebedrijf De Meerhoeve heeft 100 melk- en kalfkoeien op 50 hectare. Hette runt het bedrijf met zijn broer Paulus. Ze werken er beide nog naast. Het rjg is 7.900 liter, met 4,13 % vet en 3, 61 % eiwit.‘Afscheid van voerleverancier na cijfervergelijking’Ben ten Have vindt het stimulerend om cijfers te vergelijken. Het maakt hem scherper en kan mooie voordelen bieden.Melkveehouder Ben ten Have voert zijn melkveestapel. Na cijfervergelijking binnen zijn studieclub nam hij afscheid van zijn voerleverancier. - Foto's: Ruud PloegBen ten Have en drie collega-melkveehouders zijn verenigd in een regionale studieclub van Alfa Accountants. Na ieder kwartaal vergelijken ze elkaars cijfers. “Tot onderaan de streep”, aldus Ten Have die daarvoor geen drempel over hoefde. “Van cijfers vergelijken word ik scherper. Het stimuleert me. Door goed te kijken naar de onderdelen waarop anderen het beter doen, kan ik voordeel behalen”, aldus de melkveehouder die ruim drie jaar deelneemt aan de studieclub.Dat heeft hem geen windeieren gelegd. Nadat hij inzage kreeg in de cijfers van zijn collega’s, besloot Ten Have afscheid te nemen van zijn voerleverancier. Als het ging om krachtvoerinkoop betaalde hij beduidend meer dan gemiddeld. “Ik dacht dat ik behoorlijk scherp aankocht. Dat viel toch tegen”, vertelt de melkveehouder die nu gebruikmaakt van de diensten van een onafhankelijke voeradviseur. “Mijn kostprijs is daardoor met 1 cent per liter melk gedaald.”‘De prijzen die momenteel worden genoemd zijn voor mij niet rond te rekenen’De collega-melkveehouders in zijn studiegroep hebben bedrijven van vergelijkbare omvang. “We boeren bij elkaar in de buurt, binnen een straal van 30 kilometer. Maar je kunt onze bedrijven natuurlijk niet één op één met elkaar vergelijken.”De bijeenkomsten van de studieclub worden telkens op een van de melkveebedrijven georganiseerd. Een actueel thema als fosfaatrechten blijft uiteraard niet onbesproken. “De prijzen die momenteel worden genoemd zijn voor mij niet rond te rekenen. Ik heb al gesneden in de jongveeopfok en richt me nu vooral op het optimaliseren van mijn bedrijfsvoering. Het verbeteren van de diergezondheid is een belangrijk aandachtspunt. Op dat vlak is zeker nog winst te behalen.”➤ Terug naar het begin‘Kennis vergroten en bewuster keuzes maken’Herman en Jehannes Miedema zijn lid van de European Dairy Farmers. De Friezen vinden het leerzaam om cijfers te vergelijken en te leren van (internationale) collega-melkveehouders.Miedema kijkt uit over zijn veestapel. De stal heeft een open karakter. De melkveehouder wil altijd mogelijkheden behouden voor uitbreiding. - Foto's: Mark PasveerDe European Dairy Farmers (EDF) is een internationale studieclub met een Nederlandse afdeling. Zo’n vijftien jaar geleden sloot Herman Miedema zich aan bij EDF. Hij en zijn collega-deelnemers wisselen alle bedrijfseconomische cijfers met elkaar uit. “Dat is een voorwaarde voor deelname. Dat was voor mij geen probleem.”De vijftig Nederlandse EDF-leden komen tweemaal per jaar samen, in januari en september. De bijeenkomsten duren van lunch tot lunch en nemen dus 24 uur in beslag. “We komen samen op een melkveebedrijf en gaan vervolgens naar een zalencentrum. Naast het vergelijken van cijfers en het bespreken van belangrijke thema’s, is er ook ruimte voor het sociale aspect, ’s avonds aan de bar.”‘Als het gaat om cultuur, het vermarkten van onze producten en de opbouw van de kostprijs zijn er grote verschillen zichtbaar’De 300 internationale EDF-leden komen eenmaal per jaar samen, in de maand juni. “Dit is een driedaagse bijeenkomst”, vertelt Miedema. Een aantal toeleverende bedrijven in de agrobussines is als sponsor betrokken bij de EDF en bezoekt ook de bijeenkomsten.Deelname aan de EDF heeft Miedema veel gebracht. De Fries vindt het buitengewoon interessant en leerzaam om te zien en horen hoe er in andere (internationale) regio’s over de sector wordt gedacht. “Als het gaat om cultuur, het vermarkten van onze producten en de opbouw van de kostprijs zijn er grote verschillen zichtbaar. Daar heb ik veel van geleerd.”‘Het open karakter van de stal is zeker door de internationale oriëntatie beïnvloed’Miedema stelt dat hij mede dankzij EDF betere en bewustere beslissingen kan maken, bijvoorbeeld over het organiseren van zijn bedrijf. “Je leert veel van andermans sterke én minder sterke punten. Bij de opbouw van het bedrijf zijn efficiënt kunnen werken, lage exploitatiekosten en altijd mogelijkheden behouden voor uitbreiding voor ons essentieel. Het open karakter van de stal is zeker door de internationale oriëntatie beïnvloed.”➤ Terug naar het begin‘Studiegroep helpt ons met efficiëntieslag’Met zijn deelname aan het project Vruchtbare Kringloop Noord Nederland (VKNN) wil Hette Hettinga mineralen efficiënter benutten.Het toevoegmiddel Agrimestmix heeft volgens Hettinga invloed op de KringloopWijzer. "Drijfmest opwaarderen en de aankoop van stikstof en eiwit verminderen." - Foto's: Anne van der Woude“Het is een leuke groep boeren, met veel jonge jongens. Het is erg interessant om naar elkaars verhalen te luisteren. We streven allemaal hetzelfde doel na. Dat motiveert.” Hette Hettinga is enthousiast over zijn deelname aan het project VKNN. Na een openingsbijeenkomst is hij ondergebracht in een regionale studieclub, met negen melkveehouders. “We komen meerdere keren per jaar samen. Het is ons doel stikstof en fosfaat optimaal te benutten en de voerefficiëntie te verbeteren. Doordat we op vergelijkbare gronden boeren, kunnen we onze cijfers van de KringloopWijzer goed met elkaar vergelijken.”Samen met zijn broer Paulus is Hette Hettinga in 2015 begonnen met melken op een boerderij in Doniaga. De Hettinga’s vinden het belangrijk om een goed evenwicht te vinden in de mineralenstroom op hun bedrijf. De handvatten die binnen de studieclub worden aangereikt helpen hen daarbij.‘Bij het vergelijken van de cijfers van de KringloopWijzer hopen we te bevestigen dat we op de goede weg zitten’De broers zijn fanatieke weiders. Dit jaar zijn ze begonnen met modern omweiden. 25 hectare grasland is opgedeeld in 42 kleine stukken. De dieren gaan iedere dag naar een ander perceel, waar ze gras van 20 centimeter krijgen voorgeschoteld. “Dit beweidingssysteem sluit aan op het project en past bij ons bedrijf. De grasopname is uitstekend. De koeien vreten het gras erg graag.”De jongveeopfok is uitbesteed. Al het ruwvoer is bedoeld voor de melkveestapel. Daarbij kiezen de broers voor een simpel rantsoen, met een minimale input van bijproducten. Ze maken twee grote lasagnekuilen, zodat ze een constant rantsoen kunnen voeren. De deklaag van aardappelvezels is bedoeld voor een goede conservering. Dat is meteen het enige bijproduct. Hettinga: “We hebben het gevoel dat we op de goede weg zitten met onze efficiëntieslag. Bij het vergelijken van de cijfers van de KringloopWijzer hopen we dat binnenkort bevestigd te zien.”➤ Terug naar het beginDit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









