Begin uitrijtermijn mest op maisland naar 15 maart

Foto: Henk Riswick
De uitrijtermijn voor drijfmest en zuiveringsslib op maisland op zand en löss wordt vervroegd naar 15 maart in plaats van 1 april. Dat schrijft landbouwminister Carola Schouten in antwoord op vragen van de Tweede Kamer.In het kader van het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn worden de bemestingsregels per 2021 aangescherpt. Voor maisteelt op zand- en lössgrond zou het uitrijden van drijfmest alleen nog toegestaan worden van 1 april tot 15 september, om te voorkomen dat de mest onder te natte omstandigheden op een ongunstig moment wordt uitgereden. Veel kritiek vanuit sectorVanuit de sector kwam veel kritiek op deze forse wijziging van de uitrijperiode, die nu van 15 februari tot 15 september loopt. Om tegemoet te komen aan de zorgen dat er onvoldoende capaciteit bij loonwerkers is om op het juiste moment te bemesten in een nat voorjaar, wordt de voorgestelde begindatum van de uitrijtermijn nu vervroegd van 1 april naar 15 maart. De aanpassing van deze datum geldt voor twee jaar. Daarna zal in het kader van het 7e actieprogramma nitraatrichtlijn en de verandering van het mestbeleid opnieuw naar de datum worden gekeken.Alternatieve maatregelHet verkorten van de uitrijtermijn was al een alternatieve maatregel voor het invoeren van verplichte rijenbemesting in mais om de uitspoeling van nutriënten te voorkomen. Vanwege twijfels over de effectiviteit van deze rijenbemesting heeft het ministerie de rijenbemesting vervangen door het aanscherpen van de uitrijtermijn. Wanneer de mest te lang voorafgaand aan de inzaai wordt uitgereden, is de kans op uitspoeling of afspoeling van mineralen groot. Kostenverhogend“De maatregel is voor boeren met voldoende opslagcapaciteit goed uitvoerbaar en het geeft invulling aan een goede landbouwpraktijk voor het efficiënter benutten van meststoffen”, aldus Schouten. De minister erkent dat de maatregel kostenverhogend werkt. “Een kostenverhoging zou echter ook het geval zijn geweest wanneer de oorspronkelijke maatregel uit het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn, namelijk de verplichting tot rijenbemesting in maïs, was doorgezet”, schrijft de minister. Uitzondering voor suikermais en bio-maisDeze maatregel geldt voor alle vormen van maïs als hoofdteelt, ook als er op datzelfde perceel ook andere gewassen worden geteeld. Suikermaïs onder folie en biologische maisteelt worden uitgezonderd van de regel. “In de biologische productiemethode worden de nutriënten opgenomen door de groenbemester, waardoor uitspoeling van nutriënten wordt voorkomen. Door vertering komen de meststoffen vrij voor het gewas mais. Bij de teelt van suikermaïs onder folie is het groeiseizoen vervroegd, waardoor de periode tussen bemesting en ontwikkeling van het gewas beperkt wordt”, geeft Schouten als argumentatie voor de uitzonderingspositie.In de biologische productiemethode worden de nutriënten opgenomen door de groenbemester, waardoor uitspoeling van nutriënten wordt voorkomenLandbouwminister Carola SchoutenGrasBedrijven die eerst nog een snede gras van een perceel willen oogsten voordat er mais wordt gezaaid, mogen het perceel in het vroege voorjaar bemesten. “Het is dan namelijk nog grasland en geen bouwland’, aldus het ministerie. Voor biologische bedrijven blijft het mogelijk hun groenbemester in het vroege voorjaar te bemesten.Telers van mais op zand- en lössgronden zijn vanaf volgend jaar verplicht om dit uiterlijk 15 februari te melden bij RVO, zodat de NVWA doelgericht kan controleren. Het uitrijden van drijfmest op bouwland op zand en löss is namelijk bij andere teelten dan mais wel toegestaan vanaf 16 februari.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









