Het boren van een waterput tijdens de droogte in 2018. Grondwater onttrekken uit zandgrond zal over enkele jaren niet overal meer vanzelfsprekend zijn, aldus Jan Jaap de Graeff, voorzitter van de Rli. – Foto: Bert Jansen AlgemeenNieuws

Waterschap kan en gaat niet alles meer oplossen voor de boer

Boeren moeten af van het idee dat Nederland ‘maakbaar’ is. Het klimaat verandert en waterschappen kunnen straks niet altijd en overal meer garanties geven. De waterkalender moet hier houvast bij geven, adviseert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli).

Er moet een waterkalender komen waarin waterschappen en Rijkswaterstaat duidelijk aangeven tot wanneer ze wateraanvoer of -veiligheid in een gebied kunnen garanderen en vanaf wanneer dit onzeker wordt. Dat adviseert de Rli aan de regering in het advies ‘Ruimtelijke ordening in een veranderend klimaat’ dat woensdag 12 juni uitkomt. Zo weten boeren en andere ondernemers beter waar ze aan toe zijn, want in een veranderend klimaat ‘kan niet alles overal en voor altijd meer’.

Waterkalender is een optelsom van waar je als ondernemer mee te maken krijgt

Een waterkalender moet een realistisch beeld geven van de klimaatuitdagingen van waterschappen. In deze kalender worden alle uitdagingen van waterbeheerders in een overzichtelijk document systematisch en aan de hand van een voortschrijdende prognose samengevat. “De waterkalender is een optelsom van waar je als ondernemer mee te maken krijgt”, zegt Jan Jaap de Graeff, voorzitter van de Rli. “Er wordt helder aangegeven tot wanneer zaken als wateraanvoer, bestrijding van verzilting of waterveiligheid gegarandeerd zijn, maar ook vanaf wanneer ze onzeker worden. Boeren kunnen hier vervolgens rekening mee houden en op acteren.”

Grondwater onttrekken uit zandgrond is geen vanzelfsprekendheid meer

Vertrouwde garanties zijn eindig

Sommige waterschappen zijn hier nu al mee bezig. De Rli noemt waterschap De Dommel als voorbeeld. In dat Brabantse waterschap worden wateronttrekkingen op hoge zandkoppen heroverwogen en wordt het beleid vanaf 2030 zelfs strakker. “Daar wordt al tegen boeren gezegd dat grondwater uit zandgrond onttrekken over zes jaar geen vanzelfsprekendheid meer is”, aldus De Graeff. “De vertrouwde garanties, en dat kun je ook doortrekken naar compensatiezekerheid van klimaatschades, zijn dus eindig, maar het waterschap geeft boeren wel de tijd zodat ze zich hierop kunnen voorbereiden en helpt ze daar ook bij.” De onzekerheid dat niet alles overal meer kan, past volgens de Rli bij de nieuwe realiteit van klimaatverandering. “Het is een optelsom. De gedachte was altijd dat Nederland maakbaar was, maar de laatste jaren bewijzen dat dit steeds minder goed lukt. Die oude gedachte is er echter nog steeds en daar moeten we vanaf.” In dat kader plaatst De Graeff ook kanttekeningen bij het hoofdlijnenakkoord van formerende partijen PVV, VVD, NSC en BBB. “Daar staat dat hoogwaardige landbouwgebieden altijd beschermd moeten worden, maar daarbij moet wel de vraag gesteld worden of dat altijd en overal kan. Daar moet je niet voor weglopen.”

Waterbelang eerder en breder toetsen

De Rli adviseert ook om het waterbelang bij nieuwbouwplannen veel breder te gaan toetsen. “Dit belang wordt in de praktijk nu vooral gemeentelijk via het omgevingsplan gewogen, maar dit moet je al in een veel eerder stadium doen”, stelt Jan Jaap de Graeff. “Dan moet je denken aan een landelijke en provinciale watertoets die ook de waterkwantiteit en -kwaliteit in het betreffende gebied meeneemt. Op alle politieke niveaus dus.” Centraal staan dan de vragen: is het op de lange termijn vol te houden en zijn de maatschappelijke kosten waartegen dit gebeurt acceptabel? Voor boeren kan dit betekenen dat het lastiger wordt om een vergunning aan te vragen voor een nieuwe stal of bedrijfslocatie, maar De Graeff ziet daar ook een rol voor standsorganisaties. “Zij moeten hier scherp op zijn en boeren goed informeren.”

Overgangsgebieden langjarig aanwijzen

Ook adviseert de Rli om gebieden die in de toekomst nodig zijn voor bijvoorbeeld dijkversterking of waterberging een veel langdurigere tussenbestemming te geven, tot wel 50 jaar. Dat is volgens de Rli verstandig omdat de druk op grond toch al zo groot is. Zo neem je toch klimaatmaatregelen, terwijl je niet meteen grote grondclaims doet. De Graeff: “Die gebieden met tijdelijk gebruik zijn in ons advies dan meestal niet geschikt voor reguliere woningbouw, maar er liggen juist wel kansen voor boeren. Zij kunnen hun bedrijfsgebouwen – als het tijdelijk ruimtegebruik lang genoeg is – afschrijven en daar dan dus prima boeren. Zeker met veldkavels.” Het idee van tijdelijk ruimtegebruik is overigens niet nieuw. Nieuw is wel het advies om dat voor een lange periode te doen. “We adviseren bijvoorbeeld een langjarige tussenbestemming op locaties door het hele land nabij dijken die op de lange termijn vermoedelijk moeten worden versterkt.”

Reacties

  1. Nee niet alles, maar wel alles wat kan graag, gezien het feit dat veel boeren € 12.000, zoals wij, of meer per jaar aan waterschapslasten neertellen. In de zogenaamde verdrogingsreeks komt landbouwbelang pas aan het einde en gaat natuurbelang voor, en hoe kan het dat de peperdure aangelegde waterbergingen niet gebruikt mogen worden omdat er waardevolle natuur is is ontstaan? Doe meteen iets aan de overstorten die volop lozen met die stortbuien en niet gecontroleerd worden. Kijk ook naar de ongezuiverde lozingen die nog volop aanwezig zijn in het landelijk gebied (woningen, woonboten, hotels) en naar de lozingen van de eigen zuiveringen, te hoog dus. Ook belangrijk: het belastinggeld is alleen voor de taken en niet voor dure hobby’s als natuurbeheer. Is het echt nodig om 10 ecologen in dienst te hebben die komen opdraven voor elk klein klusje en een duur rapport schrijven over iets wat iedereen zo kan zien?

  2. Geen woord van Jan Jaap de Graeff over de riooloverstorten die met de huidige heftige neerslag periodes keer op keer op de schone landbouwsloten lozen. Waarom eigenlijk niet?

Beheer
WP Admin