Minder broedvogels en dagvlinders in agrarisch gebied

De stand van de wilde dieren in agrarisch gebied ging sinds 1990 gemiddeld genomen achteruit. Van de 47 soorten vogels, zoogdieren en dagvlinders die worden gemonitord zijn er 29 soorten achteruitgegaan, 10 soorten gingen vooruit. Dat meldt het Compendium voor de Leefomgeving. Het aantal waarnemingen nam sinds 1990 met zo’n 45% af.

wilde dieren in agrarisch gebied

Grutto’s, een van de soorten boerenlandvogels die minder worden waargenomen. Foto: Mark Pasveer


Vooral bij broedvogels en dagvlinders is sprake van een achteruitgang. Van de 27 soorten boerenlandvogels die het CLO beoordeelt, zijn 21 soorten achteruitgegaan. Bekende voorbeelden zijn de grutto, kievit en scholekster. Tegelijkertijd zijn er andere soorten, zoals de putter en roodborsttapuit, die juist vaker worden gezien dan 35 jaar geleden.

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

“In plaats van de grote diversiteit aan boerenlandvogels zijn er tegenwoordig vooral grote groepen ganzen die het vogelbeeld in het agrarisch gebied bepalen. De aantallen van in Nederland overwinterende ganzen zijn de afgelopen decennia sterk toegenomen; daarnaast zijn van enkele soorten grote broedende populaties ontstaan”, aldus CLO. Ganzen worden echter niet als boerenlandvogel gekenmerkt, omdat ze ook op ander terrein veel voorkomen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.