Melkrobot past niet overal

Foto: Henk Riswick
Automatisch melken is een succesvol concept. Toch zijn er ook veehouders die na verloop van tijd terugkeren naar de melkstal. De redenen zijn divers.Automatisch melken bestaat 25 jaar. De eerste jaren zijn de systemen wel commercieel verkocht, maar bevond robotmelken zich nog vooral in een verkennende fase en moest de toepassing in de praktijk nog verfijnd worden.Slechts een beperkt aantal merken bedient de markt. Boerderij sprak met (alfabetisch) DeLaval, Lely, Mewitec (Fullwood) en SAC. Zij ervaren dat er geen slecht werkende machines meer zijn, alleen wijken de concepten af met enkele boxen of een multiboxsysteem. Het gros van de robotmelkers is dik tevreden. Toch zijn er wel melkveebedrijven die na een poos robotmelken, ook met modernere versies, weer terugkeren naar de conventionele melktechniek.Ruim 3.850 bedrijven met robotUit cijfers van Stichting KOM (Kwaliteitszorg Onderhoud Melkinstallaties) in Dronten blijkt dat er nu ruim 3.850 bedrijven met een robot werken. De jaarlijkse toename ligt rond 220 bedrijven, het ene jaar iets meer dan het andere. De toename die KOM meldt, is een saldo. Het is het resultaat van de nieuwkomers met aftrek van de stoppers. Harde cijfers over het aantal stoppers met automatisch melken zijn er niet. De schattingen liggen op ruwweg twintig bedrijven per jaar.De echte opgang van automatisch melken start rond de millenniumwisseling. De grootste toename zit in de jaren 2006-2015. De curve lijkt nu af te vlakken.De stoppers hebben verschillende achtergronden en redenen om met de robot te staken. Een deel betreft bedrijfsbeëindiging. Dat zijn de robotmelkers, veelal zonder opvolger, die het zich de laatste tien jaar van hun boerenbestaan qua arbeid wat lichter hebben gemaakt.Beperking in groeistrategieDan zijn er groeiers die de melkrobot als beperking zien in hun groeistrategie. De perceptie is dat groei, bij eenboxsystemen die tot nu toe het meest geplaatst zijn, dan met stappen van 60 à 70 koeien moet, om de bezetting van de aanvullende robot optimaal te houden. Vaak betreft het hier oudere robots die minder stabiel zijn dan de nieuwste generatie. Ook zijn er opvolgers die de instabiliteit en groeistappen als te lastig ervaren, en die schakelen dan liever over op conventionele melktechniek. Dan is groei simpel op te vangen door een ronde extra melken.Overigens merken robotleveranciers daarbij op dat groeien met een robot zeker zo gemakkelijk is, want met een nieuwe conventionele melkstal bouw je gelijk op het einddoel en heb je dus zeker de eerste jaren enorm veel overcapaciteit, en dat kost ook geld. Melkveehouders die succesvol melken met een robot hebben ook altijd iets overcapaciteit, waardoor het melken rustig en zonder druk van te veel koeien verloopt.Automatisch melken is een succesvol concept gebleken. De meeste gebruikers, zoals van deze GEA MIone, zijn er dik tevreden over. - Foto: Henk RiswickRobot voldoet niet aan verwachtingenDan zijn er de bedrijven die niet uit de voeten kunnen met robotmelken, om welke reden ook. Ze ervaren dat de robot ze niet brengt wat ze ervan verwacht hadden; ze kunnen zich niet overgeven aan het systeem, ze vinden de kosten te hoog, de melkrobot werkt in hun optiek niet goed, ze krijgen problemen met celgetal en mastitis, en van daaruit volgt probleem op probleem. Dit valt of staat met het totaalplaatje van het bedrijf (zie kader onderaan dit artikel).Het is in elk geval voor de leveranciers de moeilijkste groep, omdat het concept robotmelken, in de breedste zin van het woord, daar niet slaagt en deze boeren dus een negatieve ervaring hebben met automatisch melken. Een aantal leveranciers probeert daarom vooraf in te schatten of veehouders geschikt zijn voor robotmelken, want de veehouder moet zijn koeien wel durven loslaten, maar van screening is geen sprake.Stoppen kost geldWie eenmaal met robotmelken is gestart, stopt er niet zomaar mee. Soms zijn stallen speciaal gebouwd met robotmelken als uitgangspunt. Terug naar de melkstal kan dan niet zonder nieuwbouw. In elk geval moet er dan een melkstal komen, meestal ook een wachtruimte.Maar ook als de ‘oude melkstal’ weer in gerenoveerde vorm gebruikt wordt, gaat er altijd nog veel geld met zo’n omschakeling gemoeid. Er is weliswaar veel vraag naar tweedehands robots, waardoor deze nog geld opbrengen, maar het dekt nooit de investering. Ook zijn er stalaanpassingen nodig voor de routing.Boeren maken voorafgaand aan de investering al een weloverwogen keuze of ze liever in de melkstal werken, of overstappen naar automatisering. - Foto: Peter RoekOplossing zoekenVolgens de leveranciers is het in elk geval zaak met elkaar in gesprek te blijven. Soms is dat lastig, maar het moet wel om samen tot een goede oplossing te komen. Want de klant is niet de enige met een negatieve ervaring, al voelt hij dat wel zo. De leveranciers zitten er ook niet op te wachten dat hun product of zelfs merk negatieve associaties oproept bij de klant.Nagenoeg alle leveranciers van melkrobots hebben ook conventionele melktechniek in huis. Als de gesprekken met de klanten over het mislukken van het concept automatisch melken goed verlopen, kunnen zij met conventionele melktechniek oplossingen bieden. Sommige robotleveranciers geven echter aan dat het een enkele keer voorkomt dat de klanten helemaal klaar zijn met de bestaande leverancier en kiezen voor een ander merk. Veelal willen deze klanten niet naar buiten treden met hun verhaal. Sommigen omdat ze zich niet negatief willen uitlaten, sommigen omdat ze geen juridisch gedoe willen met hun ex-robotleverancier. Volgens de leveranciers staat er niets in de contracten over negatieve publiciteit. Ze weten niet waar dat gerucht vandaan komt, maar de meeste boeren durven het toch niet aan.Succes van robotmelken is een kloppend totaalplaatje
Of automatisch melken werkt, hangt af van het totaalplaatje. Hierin passen management, voeding, huisvesting en vertrouwen van de veehouder in het melksysteem. Ontevreden robotmelkers gooien problemen die de kop opsteken vaak al snel op het functioneren van de robot. Dat is immers de verandering die heeft plaatsgehad. Het kan echter goed zijn dat het management al suboptimaal was, maar dat dit zich bij conventioneel melken niet uitte. Koeien met rantsoenen die relatief weinig structuur bevatten en veel zetmeel worden vaak lui. In een systeem waarbij de veehouder de koeien twee keer per dag haalt voor het melken is dat niet zo erg. Dat geldt ook bij subklinische pensverzuring of een niet-optimale klauwgezondheid. Die vallen in een conventioneel systeem niet direct op.De werking van het concept automatisch melken hangt echter wel direct samen met de activiteit van de koeien en de actuele diergezondheidsstatus. De leveranciers geven aan dat juist de melkrobot, met alle sensoren, direct signaleert als er iets mis is. De begeleiding rond voeding en management, zeker in het begin, is daarom cruciaal voor de omschakeling naar automatisch melken.Ook is het belangrijk dat de veehouder zich durft over te geven aan het systeem. Hij moet er tegen kunnen dat er soms koeien zijn die langer dan 12 uur of zelfs 14 uur niet gemolken zijn. Als er vanaf het begin te veel koeien gehaald worden, wennen de dieren daaraan en kom je er nooit meer af. Uiteindelijk komen de koeien wel, ze hebben tijd nodig om een eigen ritme te ontwikkelen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









