RundveeAchtergrond

Boerin Monique blijft zich bewijzen

Na het overlijden van haar man zette Monique Nijland het melkveebedrijf alleen voort. Ze redt het prima, maar ervaart dat collegaboeren haar niet altijd voor vol aanzien.

Al jong wist ze dat ze boerin wilde worden, ook al hadden haar ouders geen boerderij. Bij een vriendin hadden ze echter melkvee. Haar vriendin molk regelmatig en al snel stond Monique bij haar in de melkput. Dat ze na de middelbare school naar de mas wilde, was dan ook volstrekt helder. Zo makkelijk ging het echter niet. “Als meisje werd ik eerst gescreend, moest op gesprek komen en uitleggen wat ik kon en wat ik met de opleiding wilde. Vervolgens moest ik zes weken stage lopen. De jongens hoefden dat allemaal niet. Monique ging er niet tegenin. “Ik dacht dat het zo hoorde. En los daarvan, ik wilde ontzettend graag.”

Bewijzen

Uiteindelijk werd ze toegelaten, maar ook tijdens haar studie, moest ze zich keer op keer bewijzen. Stageboeren krabden zich achter de oren als er een meisje op het erf stond. Dat scenario herhaalde zich toen ze haar diploma op zak had en werk vond, onder meer bij de bedrijfsverzorging. “Steeds keken boeren vreemd op. Ze zeiden: een meisje? Nou, laten we het maar eens proberen dan.” Uiteindelijk kwam het altijd goed en nooit is ze ergens geweigerd vanwege haar vrouw-zijn. “Maar ik moest me wel altijd eerst bewijzen.”

Herbert

Toen ze werk vond bij een loonbedrijf, leerde ze boerenzoon Herbert kennen. Het klikte en om een lang verhaal kort te maken: ze trouwden en gingen op zijn ouderlijk bedrijf wonen. Daar kon Monique haar hart ophalen aan het boerenwerk. Maar ook toen merkte ze weer hoe mannen tegen haar aankeken. “Het gebeurde regelmatig dat een verkoper aan de deur kwam en mij vroeg of de baas er ook was.” Ze haalde haar schouders erover op, wilde het ook niet enorm groot maken. “Voor Herbert was ik wel zijn gelijke.”


Verhuizing

Stadsuitbreiding maakte dat ze moesten verplaatsen. Het werd de huidige plek. Ze zaten vol groeiplannen, het liep echter allemaal anders. Vlak na de verhuizing kreeg Herbert een epileptische aanval. Die werd veroorzaakt door een hersentumor. Wat volgde was een traject van chemokuren en bestraling. Terwijl Herbert in het ziekenhuis lag, bestierde Monique de boerderij en hield tegelijk het gezin draaiende.

Opnieuw ziek

De behandelingen sloegen aan en vier jaar lang bleef Herbert vrij van klachten. Toen kwam de tumor terug. Weer volgden chemokuren en bestralingen. Helaas hielpen ze niet. Toen duidelijk werd dat genezing niet meer mogelijk was, kwam hij naar huis waar Monique de verzorging op zich nam.

Herbert overleed op 5 september 2009 en vanaf toen stond Monique er alleen voor. “Niet helemaal alleen natuurlijk, er was veel hulp. Vooral uit de 
noaberschop. Ik deed en doe nooit vergeefs een beroep op mijn buren. De eindverantwoordelijkheid ligt wel bij mij.” Het bedrijf opgeven, daarvan was geen moment sprake.

“Van mijn man hoefde ik het niet voort te zetten, maar ik wilde het zelf. Het was niet alleen zíjn passie, ook de mijne.”

Hulp bleek nodig

Het begin was zwaar. “Ik moest keuzes maken: wat kon ik zelf en waarvoor moest ik hulp inschakelen?” Ze kwam erop uit dat ze zelf de ochtenden bleef melken. Voor de avonden kwam er vier keer in de week een melker. Het landwerk en het voeren van de koeien besteedde ze uit aan de loonwerker. “Werk uit handen geven, vond ik erg moeilijk. We hadden alles altijd samen gedaan. Maar ik moest wel. Ik realiseerde me dat ik het niet alleen kon. Ik ben immers ook moeder.”

Emancipatie nodig

Dat mannen haar nog altijd niet serieus nemen, merkte ze toen ze op een avond een kalf niet van de koe kreeg. Toen de veearts kwam, destijds nog onbekend, gaf hij een mannelijke hulp een hand en haar niet. “Ik weet het nog goed. Het deed pijn, ik was zo overrompeld dat ik er niet eens iets van zei.”

Pas nog, tijdens een open dag waar ze heen ging, merkte Monique weer dat mannen samen een gesloten bolwerk vormen. “Je krijgt bijna geen kans om inhoudelijk een gesprek met een collegaboer te voeren. Hieruit blijkt weer dat vrouwen in de agrarische sector nog steeds een achtergestelde positie hebben. De emancipatie moet nog flink wat stappen maken. Ik bewijs nu toch al zes jaar dat ik prima in staat ben om als vrouw ons melkveebedrijf te leiden.

“Ik zou willen zeggen: mannen, neem vrouwen in de agrarische sector serieus!”