Melkveehouders rijden melk uit in Winterswijk. Ze protesteren tegen de lage melkprijs.<em><br />Foto: ANP</em> AlgemeenOpinie

‘Waarom emigreren?’

Het is crisis in agrarisch Nederland, met lage prijzen en beperkende regels. Het woord ‘emigratie’ valt weer.

Lage opbrengstprijzen, aantrekkende regelgeving, invoering van nieuwe beperkende maatregelen; boeren krijgen het de laatste tijd flink voor hun kiezen. Is het toeval of niet dat ik het woord ‘emigratie’ vaker hoor vallen?

Het zou niet de eerste keer zijn dat boeren wegtrekken, omdat ze hier niet meer uit de voeten kunnen. En niet alleen boeren. Soms gingen er zo veel mensen ­tegelijk, dat er sprake was van een emigratiegolf.

Emigratiegolven

De eerste emigratiegolf deed zich voor in de Gouden Eeuw. Nederlanders trokken de wereld in om handelsposten op te zetten of kolonies te stichten. Denk aan Kaapstad in wat nu Zuid-Afrika is. Of Batavia, het huidige Jakarta in Indonesië. Of Nieuw Nederland, het gebied waar Nieuw Amsterdam in lag, het huidige New York.

De tweede vertrekgolf duurde van 1845 tot grofweg 1860. Economisch ging het beroerd, onder meer door slechte oogsten. Tegelijk waren er veel mensen die zich in Nederland niet meer thuis voelden bij de Nederlands Hervormde Kerk. Zij splitsten zich af en begonnen in met name Amerika opnieuw.

Krap twintig jaar later volgde een nieuwe emigratiegolf. De meeste emigranten streken wederom neer in de VS, maar ook in de Boerenrepublieken in Zuid-Afrika.

‘Reden genoeg het land te verlaten’

De bekendste emigratiegolf is wellicht die van na de Tweede Wereldoorlog. Ongeveer één op de twintig mensen vertrok. Angst voor een nieuwe oorlog was een drijfveer, maar zeker ook een gebrek aan werk. Trekkers, melkmachines en maaibalken hadden veel boerenarbeiders brodeloos ­gemaakt. Daar kwam bij dat de prijzen van melk, vlees en graan lang laag bleven, boeren wilden wel, maar konden niet vooruit.

Al met al voor veel mensen reden genoeg het land te verlaten. De overheid stimuleerde dit ook om overbevolking en werkloosheid tegen te gaan. In Boerderij verschenen er vele artikelen over. Waar je wel en niet moest zijn, en dat niet alle rooskleurige verhalen op waarheid berustten. Want dat in den verre alles goud was wat er blonk, bleek een hardnekkige gedachte.

‘Is het elders wel zoveel beter?’

Nu in Nederland de situatie verre van rooskleurig is, lijkt dit opnieuw aan de orde. Maar is het elders wel zoveel beter?

Recent sprak ik een aantal boeren en boerinnen met een bedrijf in het buitenland. Sommige van hen hadden Nederlandse roots, al spraken ze de taal niet meer. Ik hoorde over melkquota in Canada, bemoeizuchtige burgers in Amerika, problemen met het imago in Zuid-Afrika en lange werkdagen in Brazilië waardoor het gezin te weinig aandacht kreeg.

Boeiende gesprekken waren het, met mensen die niets liever doen dan boeren, maar soms tegen de grenzen van hun ambitie aanlopen.

Ik kon maar één ding concluderen: elders is het niet per se beter dan hier. Overal is wel wat.

Lees alles over de landbouwcrisis in het dossier.