Fosfaatregels drukken stempel op veevoermarkt

Foto: Hans Prinsen
De voersector zoekt naar wegen om de benodigde fosfaatreductie in de melkveehouderij te realiseren.Niet alleen het krachtvoer wordt aangepast, ook ruwvoer. Met graszaad voor gras met minder fosfor en meer eiwit, bijvoorbeeld. En additieven die zorgen voor een hogere ruwvoeropname, meer melkvet en een hogere productie.De aanstaande fosfaatwetgeving raakt de melkveesector hard. In de slipstream daarvan wordt de veevoermarkt op z'n kop gezet. Minder koeien betekent tenslotte ook minder voer.Alle melkveebedrijven moeten voor de grootte van hun veestapels rekenen met de peildatum van 2 juli 2015, en niet-grondgebonden bedrijven moeten daar bovenop nog eens 4% korten. De gevolgen hiervan zijn groot.Fosfaatbesparing van 8,2 miljoen kiloDe melkveehouderij moet dit jaar 8,2 miljoen kilo minder fosfaat produceren. Dat komt neer op ongeveer 160.000 melkkoeien. Het is een fors aantal. Sinds oktober is de veestapel - zonder regeling - al met 10.000 grootvee-eenheden (GVE) gekrompen.De 8,2 miljoen kilo fosfaatbesparing moet voor het grootste gedeelte van krimp van de veestapel op blijvende melkveebedrijven komen. Dit moet 4 miljoen kilo fosfaatreductie opleveren. Via de stoppersregeling wordt een fosfaatreductie van 2,5 miljoen kilo verwacht. Bijna een kwart van de totale fosfaatreductie - 1,7 miljoen kilo - moet worden bespaard via het voerspoor. Concreet: lagere fosforgehaltes per kilo voer. De voerleveranciers hebben dit traject al ingezet.Lees meer over de fosfaatwetgeving.Maatwerk voor meer efficiëntieDe voerfabrieken dragen via het voerspoor hun steentje bij aan de fosfaatreductie in de melkveehouderij. Zo hebben zij al toegezegd dat mengvoer voor melkvee gemiddeld maximaal 4,3 gram fosfor per kilo mag bevatten. Maar elk bedrijf optimaliseert het voerspoor op zijn eigen manier verder.ForFarmers zet geen nieuw voer in de markt, maar verscherpt waar nodig het fosforgehalte in bestaand voer. Dat gebeurt tegen een lichte meerprijs van hooguit enkele dubbeltjes per 100 kilo. Daarnaast introduceert het bedrijf het werkelijke fosforwaarderingssysteem op het boerenerf. "Dat is een rantsoenberekening van de werkelijke benutbare fosfor", zegt Robert Meijer van ForFarmers. "Het geeft inzicht in de benutting - de echte fosforbehoefte - en het zegt meer over de waardering; wat de koe ermee kan. Maatwerk voor een hogere efficëntie."Voederbieten zijn een hoogwaardige vervanger van krachtvoer. - Foto: Ronald HissinkMaar ForFarmers ziet ook winst in voeradditieven zoals MilkPower-pensbestendig vet. Meijer: "Dat heeft een prijskaartje, maar het kan al uit vanaf een melkprijs van 25 cent. Het leidt tot 5% meer melk per kilo fosfaat en 5% extra BEX-voordeel. Deze productlijn is bij ons explosief gegroeid. Een vijfde van onze bedrijven werkt hiermee." Verder hanteert ForFarmers een eigen rekentool waarmee bedrijven de fosfaatefficiëntie kunnen optimaliseren.Veel vraag naar additievenSpeerstra Feed Ingredients is distributeur in veevoeradditieven en merkt dat er binnen de veehouderij zeer veel vraag is naar additieven die geen fosfor bevatten. Eigenaar Jan Speerstra geeft met Bergafat een voorbeeld. "Door dit pensbestendig palmolievet wordt meer ruwvoer zoals gras opgenomen. En aangezien de ruwvoervoorraden dit jaar groot zijn, is dat een plus. Zeker omdat boeren na de lange periode van lage melkprijzen liever geen voer aankopen."Maar wat is het rendement? "Het leidt tot meer melkvet en een hogere productie. En 300 gram is net zo effectief als 1,2 kilo mengvoer. Dat bleek uit onderzoek van Schothorst." Dit heeft echter ook een prijskaartje. Het product is vier keer zo duur als mengvoer. "Maar", stelt Speerstra, "je wint er toch mee, want de waarde van gras wordt met dit product beter benut. De ruwvoeropname is optimaler en het vet - dat energetisch erg hoog is - gaat ongeschonden door de pens, die daardoor beter werkt." Speerstra merkt ook dat het product aanslaat. In 2016 gebruikte volgens hem 15% van alle veebedrijven dit pensbestendige vet. In 2017 verwacht hij een verdubbeling.25% minder fosforDe Heus Voeders werkt ook met additieven, maar het bedrijf probeert op meer vlakken de fosfor- en voerefficiency te verhogen. "Aan welke knoppen kunnen we draaien om dit verantwoord te doen, zonder de diergezondheid te schaden? Via ons fosfaatcompass maken we praktisch inzichtelijk welke mogelijkheden er op een bedrijf zijn. Een voorbeeld is verhoging van de melkproductie. Een zoektocht naar het optimum in kilo's melk per kilo fosfaat", zegt Nico Woudenberg van De Heus. "Concreet hebben we onze fosforarme voerlijn verder geüpdatet. We realiseren daarmee tot 25% minder aanvoer van fosfor. Die voeders zijn duurder, maar bieden ook meer rendement." Andere sterkhouders zijn additieven zoals het eerder genoemde palmolievet en Omnigen, een product dat de weerstand van koeien verbetert.Lossen van ingekuilde mais bij een melkveehouder. Handelaren verwachten dat de vraag vooral in het zuiden gaat toenemen. - Foto: Studio 38CAgrifirm heeft mineralenefficiëntie als uitgangspunt genomen bij een recente vernieuwing van het assortiment melkveevoer. Hierbij is rekening gehouden met de fosfor-/kVEM-verhouding in voer. 60% van de afnemers maakt inmiddels gebruik van voersoorten met relatief laag fosfor. Ook werkt Agrifirm voor meer fosforefficiëntie, onder meer met concepten als DairyStart (integrale aanpak voor jongveeopfok).Meer eiwit en minder fosfor in grasGraszaadleverancier Barenbrug biedt dan weer de mogelijkheid om fosfaat in gras te drukken. "Ons NutriFibre-graszaad geeft 15% minder fosfor in voer en leidt tot 30% meer eiwit. Ook heeft het 30% meer massa dan Engels raaigras. Het gras kan echter alleen gemaaid worden. Voor weidebedrijven is het niet geschikt", aldus Edward Ensing. Het product is wel 20% duurder dan 'gewoon' graszaad, omdat er meer van nodig is.Veel meer ruwvoerIntussen is de ruwvoervoorraad groot op veebedrijven. En dat in een jaar dat veestapels flink moeten worden ingekrompen. Voerleveranciers en handelaren stellen dat er gemiddeld 15 tot 20% meer gras in de kuil ligt dan een jaar geleden. Het is over de hele linie weer een goed grasjaar geweest. Al waren er in het Zuiden veel slechte stukken. Het extra ruwvoer is echter niet altijd van goede, constante kwaliteit. De eerste snede was vorig jaar bijvoorbeeld prima, maar rond de tweede snede was het erg nat en moesten boeren wachten. "De tweede snede had een gemiddeld VEM van 870. Dat was een jaar eerder 915 VEM", zegt Edward Ensing. Maar veel veehouders merken dit nu niet, omdat ze het nog niet gevoerd hebben."Het verschil in graskwaliteit is sowieso groot, stelt Nico Woudenberg van De Heus. "Het weer is zo grillig geweest. Wie de eerste keer op tijd kon maaien, zat goed. Voor wie de eerste keer pech had, bleef het het hele jaar een uitdaging om op tijd te kunnen inkuilen."Boeren willen eerst meer duidelijkheid over hoeveel koeien er mogen blijven, voordat er mais wordt besteld. - Foto: Hans PrinsenDe voorraden zijn niettemin ruim voldoende. En dat betekent dat er in dit jaar van kleinere veestapels overaanbod zal zijn. Voor mais ligt dat iets anders. Zeker in het zuiden van het land had het slechte weer veel gevolgen voor de maispercelen. Daar zal juist meer vraag ontstaan. Al zal de koers van de melkprijs hierin de bepalende factor zijn.Geen verschuiving in bijproductenIn dit stadium van het jaar is het uiteraard nog lastig te voorspellen wat de prijzen van veevoer gaan doen. Maar feit is dat veehouders veel meer ruwvoer hebben dan begin 2016. Ook zullen ze minder krachtvoer nodig hebben, omdat ze gemiddeld minder koeien hebben. Dat betekent in principe een prijsdaling. Maar andere factoren - bijvoorbeeld grondstofkosten - spelen ook een rol. Het blijft lastig te zeggen. Ook al omdat er nog steeds onzekerheden in het fosfaatverhaal zijn.Die onzekerheden leiden er ook toe dat de handel in bijproducten vrij stabiel blijft. Handelaren geven aan dat veehouders relatief trouw zijn aan producten als bierbostel een aardappelpersvezels. Zolang het fosfaatplan niet definitief is en de beschikbaarheid van bijproducten onduidelijk is, hakken ze geen knopen door. Die keuze wordt uitgesteld.Maisareaal blijft ongeveer gelijkHet maisareaal blijft dit jaar redelijk op peil, is de verwachting van handelaren, leveranciers en PPO. De inkrimping van veestapels door de fosfaatrechten ten spijt. Vorig jaar was er nog wel een forse krimp van het maisareaal. Toen werd bijna 8% minder snijmais ingezaaid, blijkt uit cijfers van het CBS. Dat had echter vooral met de derogatie te maken.Dit jaar zal er alleen een echte krimp plaatsvinden als de melkprijzen weer gaan dalen. Dat lijkt nu niet aan de orde te zijn. Veel maiszaad wordt er niettemin niet ingekocht. De handel moet nog op gang komen. Veel boeren wachten eerst de definitieve fosfaatregels af. Zaadleveranciers verwachten dit seizoen een stabiele of iets mindere vraag naar maiszaad. Met uitzondering van het zuiden van het land. Daar zal door het slechte weer in 2016 juist meer vraag zijn.Lees ook: Aankoop mais wordt uitgesteldDe ingekuilde mais is intussen van goede kwaliteit. Limagrain refereert aan een gemiddelde voederwaardekwaliteit van 995 VEM, naar cijfers van Eurofins Agro. Dat was een jaar eerder 968 VEM. Het droge stofgehalte is hoog: 38,6%, terwijl het vijfjarig gemiddelde 36% is. Een aandachtspunt is dat er meer broeigevoeligheid is en dat er meer schimmels in de mais zitten.Intussen neemt de vraag naar voederbieten toe. Vooral grotere veebedrijven gebruiken dit als derde teelt, want het is een hoogwaardige vervanger van krachtvoer, aldus Limagrain. Het is ook te zien in de cijfers van het CBS. Het areaal voederbieten steeg van 423 hectare in 2015 tot 708 hectare een jaar later.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









