1954: Een witte deken van kalk
De (vage) foto uit 1954 toont het strooien van kalk met een schotelstrooier. In die jaren werd er enorm veel onderzoek gedaan naar kalk.

Als je er stikstof mee kunt verspreiden, dan kan kalk ook. Boeren gebruikten de schotelstrooier voor meerdere doeleinden. Het bleek niet heel eenvoudig om er een regelmatig resultaat mee te krijgen. Over bobbelig land reed de combinatie hobbeldebobbel. De schokken zorgden voor overlap in het strooibeeld. Voor kalk leek dat minder uit te maken. - Foto: Misset
Wanneer, welke soort en hoeveel precies? De meeste boeren gebruikten kalkmergel en zure magnesiakalk, beter bekend onder de namen dolomiet of dolokal. Kalkmergel had bij velen de voorkeur. Het was goedkoop en liet zich beter strooien dan andere soorten. Gemiddeld 1.200 kilo ging er op een hectare.Veel was nog onbekend over de precieze werking van kalk. Daarom deden de meeste boeren het op gevoel. Een mooie witte deken over het land en het zou wel goed zijn, dachten ze. Een onderzoek uit die tijd noteerde dat ‘boeren niet altijd even rationeel handelden’ als het om bekalken ging. De resultaten vielen dan ook regelmatig tegen. De grond werd in sommige steken alleen maar zuurder. Dat speelde onder meer in de Veenkoloniën.
Kali zit werking calcium in de weg
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









