AlgemeenAchtergrond

Vertrekkers laten geld FrieslandCampina liggen

Vier van de 29 FrieslandCampina-leden die een verzoek hebben ingediend bij de Dutch Milk Foundation (DMF) hebben geen vertrekbonus gekregen.

Dit meldt DMF in een toelichting op de gegevens die de stichting heeft gepubliceerd na één jaar toezicht op de naleving van de Europese fusievoorwaarden door FrieslandCampina.

Alle leden die dat wensten, konden vertrekken bij FrieslandCampina. Verzoek om te mogen vertrekken, zijn in het voorbije jaar dus niet afgewezen, zoals vandaag is vermeld. Wel hebben coöperatieleden bij hun uittreden in een aantal gevallen geld laten liggen. Dat komt doordat ze bij hun vertrek de verkeerde volgorde gehanteerd hebben. Ze zijn eerst weggegaan bij de coöperatie en hebben pas daarna een verzoek om een vertrekbonus ingediend bij DMF. Dat moet in juist de omgekeerde volgorde worden gedaan.

“De regels zijn duidelijk,” zegt DMF-secretaris Gerard Krebbers. “Wie een vertrekbonus wil ontvangen, moet drie maanden van tevoren een verzoek indienen bij ons. Als dat is gedaan, kan de veehouder drie maanden daarna overstappen naar een andere afnemer. Is het anders, dan mogen we niet uitkeren.’

Veehouders die deze regels niet naleven, kunnen dus met een fikse tegenvaller te maken krijgen. Ze missen tienduizenden euro’s bonus. Als ze toetreden tot een andere coöperatie en zich daar moeten inkopen, kan het vertrek zelfs uitmonden in een tijdelijke schadepost, waar niet mee gerekend was. Want waar moet het toetreedgeld vandaan komen?

FrieslandCampina schiet overigens ook weinig op met leden die geen juist gebruik maken van de vertrekregeling. Het kan weliswaar de vertrekbonus in de zak houden, maar de hoeveelheid melk die het bedrijf beschikbaar moet houden voor gebruik door concurrenten, zoals Arla en Delta Milk wordt er niet kleiner door. De quota van de betreffende veehouders worden door DMF niet in mindering gebracht op de hoeveelheid van 1,2 miljard kilo.

De meeste vertrekkers zijn naar DeltaMilk gegaan.

Beheer
WP Admin