Plagen

 

Zaai en groei
Ziekten
Plagen
Oogst
Bewaring
Afzet
Uien home

Aaltjes

a. Stengelaaltje

Latijnse naam: Ditylenchus dipsaci

 

Omschrijving

Stengelaaltjes verkeren een groot deel van hun leven bovengronds. Niet alleen stengels, maar ook bloemknoppen en bladscheden zijn favoriete verblijfsplaatsen.  Ze dringen het plantenweefsel binnen en lossen de verbindingen tussen de cellen op zodat het weefsel opzwelt en er vergroeiingen ontstaan. 

Stengelaaltjes kunnen in principe op alle grondsoorten voorkomen. Vanwege de lange overleving vormen ze op zware gronden vaker een probleem.

Schoon zaaizaad is cruciaal.

Verschijnselen

Het stengelaaltje blijft in de grond achter. Een aantasting kan ernstig zijn. Vooral bij koud, nat weer in het voorjaar. De bladeren worden vreemd dik; er ontstaan krommingen die leiden tot misvormingen. In het Engels wordt deze ziekte dwarf disease genoemd, wat dwergziekte betekent. De kleur van het blad is blauwgroen. De bol wordt melig en verrot. De aaltjes gedijen goed op vele gewassen en ook onkruiden en is met vruchtwisseling dan ook niet te bestrijden.

Het stengelaaltje komt met name voor in gebieden waar in het verleden peulvruchten zijn geteeld. Het aaltje is toen met het zaad meegekomen.

Bestrijdingswijze

Geen uienteelt op besmette gronden. Laat de grond onderzoeken.



b. Aaltjes algemeen


Omschrijving 

Aaltjes of nematoden behoren tot de rondwormen. Van deze, veelal draadvormige, wormpjes komen naar schatting 100.000 soorten voor, levend in water, grond, op dieren en planten.

 

Aaltjes

 

Per kubieke centimeter vochtige grond worden gemiddeld 20 tot 50 aaltjes gevonden, waarvan slechts een beperkt deel in staat is planten aan te tasten. De dichtheid en samenstelling van de populatie van plantenparasitaire aaltjes in de grond is vooral afhankelijk van de grondsoort en de geteelde gewassen.

De plantenparasitaire aaltjes ontwikkelen zich in of aan planten. Voor het aanprikken van planten en opname van voedingsstoffen hebben deze aaltjes een mondstekel. De verspreiding van deze aaltjes vindt vooral passief plaats via water, wind, werktuigen, dieren en mensen. Trichodorussoorten worden wel eens in uien gevonden, echter uitsluitend op zandgrond en lichte zavel. 

Aaltjes voeden zich aan de worteltoppen van de ui. De wortel kan hierdoor zodanig beschadigd worden dat ze stopt met groeien. De plant vormt nieuwe wortels waardoor een afgeknot, vertakt wortelstelsel ontstaat. Bij hoge dichtheden vallen kiemplanten weg. Uien verliezen daardoor opbrengst.

Deze aaltjes kunnen ze zich binnen enkele dagen, gelokt door de plant, van dieper gelegen lagen naar de jonge wortels verplaatsen. Hoewel de grootste aantallen in of net onder de bouwvoor voorkomen, zijn ze vaak tot aan het grondwaterniveau te vinden.

 

Terug naar boven ⤴


Bacterierot

Omschrijving

Bacterierot kan veel schade veroorzaken, zowel in het veld als in de bewaring.

Bacteriën zijn er in vele soorten. Het gaat te ver alle soorten te omschrijven. De bacteriën die in Nederland het meest voorkomen, behoren tot Erwinia spp. en Pseudomonas spp.

 

Bacterierot

 

Van Erwinia spp. (species) komt Erwinia carotovora relatief veel voor. Via opspattende gronddeeltjes komt de bacterie op het blad en infecteert de ui via de huidmondjes. De aantasting begint vaak op het tweede of derde blad, van buitenaf gezien. De ui is aan de buitenkant donker van kleur en is op de band goed uit te lezen.

 

Erwinia carotovora

Erwinia carotovora in de bol: kernrot.

 

Het blad wordt eerst wit, later vuilgeel. In het veld is niet te zien om welke bacterie het gaat. Zo kan de bacterie via de hals de ui binnendringen en ontstaat kernrot. Pseudomonas alliicola kan de ui eveneens via het blad infecteren; de tweede of derde ring van buitenaf gezien wordt vanuit de hals aangetast. De buitenkant van de ui verandert niet van kleur, waardoor de aangetaste ui niet is uit te lezen.

 

Pseudomonas alliicola

Pseudomonas alliicola: aan de buitenkant niets te zien.

 

Pseudomonas alliicola

Pseudomonas alliicola in de bol.

 

P. cepacia komt vaker voor. Deze bacterie is een zwakteparasiet en tast de buitenkant aan. Deze wordt slijmerig (Engels: slippery skin). Het kenmerkende van deze bacterie is de doordringende zure lucht (azijnbacterie).

 

P. cepacia: azijnbacterie

 

Wanneer aan de orde

Bacteriën gedijen goed bij veel water en hogere temperaturen. Gewasschade, door bijvoorbeeld insectenvraat of extreem weer, leidt tot invalspoorten voor bacteriën. Oppassen met hoge stikstofgiften (max. 135 kilo per hectare); extreme loofgroei maakt de plant kwetsbaarder. Rooischade voorkomen. Uien droog en koel bewaren.  

Bestrijding

Een bestrijding van E. carotovora en P. alliicola is niet mogelijk. Om schade te beperken moet zo snel mogelijk worden gerooid en gedroogd. De hals moet volledig droog zijn, omdat bacteriën niet in droog weefsel gedijen. Is bacterierot een regelmatig terugkerend probleem, dan is het verstandig de stikstofgift te matigen.

Het doel van het op tijd rooien en zo snel mogelijk drogen is de bacteriën zo min mogelijk tijd te geven om de hals binnen te dringen.

Een bacterieaantasting blijft in de bewaring een probleem. Is het advies bij aardappelen de knol uit te drogen (= mummificeren), bij de ui is dit vrijwel onmogelijk vanwege de huiden, die de ui afschermen.

 

Terug naar boven ⤴


Preimot

Latijnse naam: Acrolepia assectella

 

Omschrijving

De grijswitte rupsjes van de preimot veroorzaken venstervraat bij uien, doordat ze onderhuids de groene bladdelen wegvreten. De mot zelf veroorzaakt geen schade. De rupsen vreten zogenoemde venstertjes in het blad. Als de vraatschade erg is, kunnen de bladeren afsterven. In de praktijk valt de schade mee. Als de bollen groter worden, kunnen die worden aangevreten door de tweede generatie rupsen.

 

Preimot

Preimot

 

Wanneer aan de orde

De rupsen van de preimot zijn aanwezig van half mei tot half september, voortkomend uit 3 à 4 vluchten die de preimot jaarlijks maakt. Het beestje houdt, net als veel andere plaagdieren, van warme droge zomers. Schade van de preimot in de uienteelt stelt niet heel veel voor. 

 

Preimot

Schadebeeld

 

larve preimot

Larve

 

Schade op de bol door de tweede generatie.

 

Bestrijding

Goed groeiende planten zijn weerbaarder tegen plagen, zoals de preimot. Zodra de eerste gaatjes worden gevonden, kan een bespuiting met een insecticide worden uitgevoerd. De bespuiting kan afhankelijk van het verloop van de aantasting worden herhaald.

 

Terug naar boven ⤴


Ritnaalden

Latijnse naam: Agriotus spp.

 

Omschrijving

Ritnaalden of koperwormen zijn de larven van de kniptor. Zoals alle keverlarven hebben de ritnaalden kleine maar duidelijk zichtbare pootjes. Ze vreten de ondergrondse delen van de plant aan. De aangetaste planten sterven af  en kunnen gemakkelijk uit de grond te worden getrokken. Planten in een rij worden opeenvolgend aangetast.

Levenswijze

In het voorjaar zetten deze kevers hun eitjes af op ruige graslanden waar de larven wel 3 tot 5 jaar kunnen leven voordat ze volwassen zijn. Wanneer er binnen die tijd uien worden geteeld, is er grote kans op schade.

 

 

De kever zowel als de larven hebben een verborgen leefwijze en zijn vooral ’s nachts actief. Ze hebben een voorkeur voor vochtige humusrijke grond. De larven zijn niet tegen uitdrogen bestand.

 

Ritnaalden

 

Ritnaalden

 

De larven kunnen gedurende een lange periode schade veroorzaken. Ritnaalden vreten van plantenwortels, waardoor kiemplanten van uien wegvallen.

 

Ritnaaldenschade

 

Ritnaaldenschade

Schade door ritnaalden. Soms aan de voet, soms wat lager. Het plantje verwelkt dan bovengronds. 

 

Als wordt gescheurd, zitten de ritnaalden onder in de bouwvoor met een grote hoeveelheid organisch materiaal, de oude zode, als voedsel. Ritnaalden hebben een voorkeur voor dood organisch materiaal (saprofaag), maar als er droogte heerst gaan ze over op het consumeren van levende planten. Het tweede jaar na het scheuren is de zode grotendeels verteerd. De gezaaide gewassen zijn dan een alternatieve voedselbron voor de larven.

Maatregelen

  • Vooral op percelen die meer dan 6 jaar in blijvend grasland hebben gelegen, kan men schade van ritnaalden verwachten. Ritnaalden kunnen worden aangetoond door een aantal doorgesneden aardappelen in de bouwvoor te stoppen. Hiermee worden ze gelokt. Na enkel weken treft men boorgaatjes in de knollen aan.
  • Goede grondbewerking, vooral na het scheuren van oud grasland. De larven worden dan blootgesteld aan zonlicht, verdroging en natuurlijke vijanden.
  • Voor ritnaalden bestaat geen schadedrempel. Bij uien kon tot het voorjaar 2019 het zaad worden behandeld met een systemisch insecticide. Voor de toekomst is een behandelijng ongewis.

Bron: Groenkennisnet, WUR

 

Terug naar boven ⤴


Scheurkontjes

Omschrijving

In sommige jaren ontstaat in de bolstoel een scheurtje. Oud PPO-onderzoek laat zien dat er geen verband is met ziekten, zoals fusarium. Huidig Uireka-onderzoek lijkt dit te bevestigen. Negatieve invloed van herbiciden, zoals soms in de praktijk wordt verondersteld, is de afgelopen 2 jaar niet vastgesteld. Dit onderzoek loopt nog (2019). Ook heeft dit onderzoek aangetoond dat er geen verschillen tussen rassen zijn.

 

 

Wanneer aan de orde

Naar alle waarschijnlijkheid heeft een scheurkontje een fysieke oorzaak: onder extreme omstandigheden, zoals hitte en droogte, stopt de groei van de ui. Als na verloop van tijd groeizaam weer ontstaat, wordt de bol geconfronteerd met een groeispurt. De wortelkrans houdt deze groeiexplosie niet bij. Deze toestand is te vergelijken met popperigheid bij aardappelen.

Bestrijding

Het Uireka-advies om scheurkontjes te voorkomen, is zorgen voor een goede bodemstructuur, een homogene opkomst en een rustige en gelijkmatige groei. Gebruik ook zo weinig mogelijk groeistoffen.

 

Terug naar boven ⤴


Slakken (algemeen)

Latijnse naam: Arion ater, Arion ater ssp. ater, Deroceras agreste, Deroceras reticulatum

 

Omschrijving

Slakken komen in alle gewassen voor en vreten vooral aan het jonge gewas. De beige tot grijze, 3 tot 6 centimeter lange slakken met bruine, langgerekte vlekken kruipen over het perceel en laten sporen van witglinsterend slijm achter. Ze overwinteren in overblijvende groenbemesters en in akkerranden en taluds. In het voorjaar komen ze uit hun winterverblijfplaats en voeden zich in de avondschemering met bladmateriaal. De schade uit zich in de vorm van weggevreten groeipunten en aangevreten bladeren. Soms vreten ze de kiem uit het nog niet ontkiemde zaad, met een verminderde opkomst en soms een slechte stand als gevolg. Dit laatste treedt echter zelden in grote mate op.

 

Slakken

 

Wanneer aan de orde

Kou doodt de oudere dieren en jaagt de jongere terug naar hun schuilplaats. Droogte vermindert de activiteit van de slakken aanzienlijk. Een dunne laag water schijnt hun verplaatsing te bevorderen. De schade is alleen in een zacht, vochtig voorjaar van belang.

 

Slakken

 

Bestrijding

Het telen van overblijvende groenbemesters schept een ideale winterverblijfplaats voor slakken. Ook sloot- en greppelranden moeten goed kort worden gehouden. Soms is chemische bestrijding nodig. Het is vaak voldoende om het middel langs de rand van het perceel te strooien.

 

Terug naar boven ⤴


Stengelaaltje

Latijnse naam: Ditylenchus dipsaci

 

Omschrijving   

Het stengelaaltje blijft in de grond achter. Een aantasting kan ernstig zijn. Vooral bij koud, nat weer in het voorjaar. De bladeren worden vreemd dik; er ontstaan krommingen die leiden tot misvormingen. In het Engels wordt deze ziekte dwarf disease genoemd, wat dwergziekte betekent.

 

Stengelaaltje

 

De kleur van het blad is blauwgroen. De bol wordt melig en verrot. Stengelaaltjes verkeren een groot deel van hun leven bovengronds. Niet alleen stengels, maar ook bloemknoppen en bladscheden zijn favoriete verblijfsplaatsen. Ze dringen het plantenweefsel binnen en lossen de verbindingen tussen de cellen op, zodat het weefsel opzwelt en er vergroeiingen ontstaan. 

 

Stengelaaltje

 

Wanneer aan de orde

Stengelaaltjes kunnen in principe op alle grondsoorten voorkomen. Vanwege de lange overleving vormen ze op zware gronden vaker een probleem. De aaltjes gedijen goed op veel gewassen en onkruiden en is met vruchtwisseling dan ook niet te bestrijden. Het stengelaaltje komt vooral voor in gebieden waar in het verleden peulvruchten zijn geteeld. Het aaltje is toen met het zaad meegekomen.

Bestrijding

Geen bestrijdingsmogelijkheden, wel preventie. Geen uienteelt op besmette gronden; laat de grond onderzoeken. Schoon zaaizaad is cruciaal.

 

Terug naar boven ⤴


Trips

Latijnse naam: Thrips tabaci

 

Omschrijving

In warme droge zomers kan trips ernstige schade veroorzaken. Aantastingen worden echter niet elk jaar waargenomen. Na aantasting ontstaan in de lengterichting van het blad kleine, aanvankelijk geelgroene en later zilverachtige, vlekken. Deze symptomen zijn het eerst zichtbaar aan de onderkant van het blad, waar deze geknikt is, en in het hart van de plant.

 

Tripsen zien je in de schacht van de ui. Op het blad zie je een streepje (in cirkel), dat is er eentje.

Tripsen zie je in de schacht van de ui. Op het blad zie je een streepje (in cirkel), dat is er eentje. - Foto: Peter Roek

 

Trips

 

De zilverachtige vlekjes ontstaan doordat de tripsen de cellen leegzuigen, waarna deze zich met lucht vullen. De tripsen en de larven bevinden zich vooral in de bladoksels, tussen de bladeren of daar waar de bladeren geknikt zijn. Vanuit deze schuilplaatsen vreten de tripsen zich een weg door het gehele blad. Bij een ernstige aantasting hebben de planten een grijs-witte kleur. Dergelijke planten sterven af voordat de bol is volgroeid.

 

Trips

 

Wanneer aan de orde

Bij warm, droog weer vermenigvuldigen tripsen zich rap (was te zien in teeltseizoen 2018) en lopen percelen vlot onder. Een milde winter is een voorbode voor hoge tripsdruk.

 

Trips

 

Bestrijding

In hete zomers is het lastig om trips te bestrijden. Er zijn toegelaten insecticiden, die kunnen worden ingezet zodra de eerste verschijnselen zijn waargenomen (goed kijken in de schacht van planten). Doe dit onder donkere omstandigheden, want dan komen de tripsen tevoorschijn en zijn ze te raken.

 

Trips

 

De meeste insecticiden bestrijden alleen de volwassen trips. Er zijn insecticiden die ook de larven bestrijden. Beide stadia zijn vaak op hetzelfde moment aanwezig. Soms komt het voor dat tegelijkertijd de eieren eveneens aanwezig zijn; deze worden niet bestreden. Beregenen helpt ook tegen trips; enerzijds spoelen ze weg en anderzijds houdt beregenen de planten aan de groei, waardoor ze sterker zijn tegen plagen en gewasbeschermingsmiddelen beter opnemen.

 

Terug naar boven ⤴


Uienboorsnuitkever

Latijnse naam: Ceuthorrhynchus suturalis

 

Omschrijving

De kever is donker gekleurd en 2,5 tot 4 millimeter lang. Ze vreten na opkomst van de uien kleine, op een rij liggende, uiterst kleine nauwelijks zichtbare gaatjes in het blad. Hierin leggen ze eieren. Deze zogenoemde rijpingsvraat stelt als gewasschade niets voor. Eenmaal uit de eieren vreten de larven aan de binnenzijde van het blad het bladgroen weg. De larven verkleuren via vuilwit en geelgroen naar oranje. De larven geven een aantastingsbeeld dat op dat van de vreterij van de preimot lijkt.

 

Uienboorsnuitkever

 

Wanneer aan de orde

De uienboorsnuitkever trekt in het voorjaar naar uienpercelen om daar te vreten en eitjes te leggen. Jaarlijks 1 generatie. 

 

Uienboorsnuitkever

Larve uienboorsnuitkever

 

Bestrijding

Bestrijding is mogelijk door bespuiting met een insecticide als de eerste vreterij wordt waargenomen.

 

Terug naar boven ⤴


Uienmineervlieg

Latijnse naam: Phytobia cepae

 

Omschrijving

De uienmineervlieg boort gaatjes in het blad om zich te voeden. De eieren worden op het blad afgezet. De kleine vuilgrijze larven vreten zich in het blad en maken daar smalle gangen. In het beginstadium van de aantasting zijn deze gangen zeer fijn en liggen vlak onder het bladoppervlak. Oudere larven leven ook in het dieper liggende bladweefsel. Als veel mineergangen aanwezig zijn, is er duidelijk sprake van opbrengstderving. Larven van de tweede generatie tasten ook de hals en de kop van de bol aan.

 

Uienmineervlieg

Een gang van de larve van de mineervlieg. De larve is vuilgrijs tot geel.

 

Wanneer aan de orde

De uienmineervlieg geeft de voorkeur aan warm en droog weer. In een lange droge zomer kan zelfs een tweede generatie tot ontwikkeling komen. De schade kan dan zeer groot zijn.

 

Uienmineervlieg

 

Bestrijding

Zodra de typische mineergangen aanwezig zijn - aanvankelijk aan het bladoppervlak, later dieper lopend - kan een insecticide worden toegepast.

 

Terug naar boven ⤴


Uienvlieg

Latijnse naam: Delia antiqua

 

Omschrijving

De uienvlieg komt vrij algemeen voor en de made kan veel schade veroorzaken. De uienvlieg heeft 2 tot 3 generaties per jaar. In de tweede helft van mei is de eerste generatie. Deze zet de eitjes aan de basis van de plant af. De witte maden die hieruit komen, hollen de jonge plantjes uit waardoor ze afsterven. De maden zijn aan 1 zijde afgeplat, dit in tegenstelling tot de made van de bonenvlieg. Deze komt in het voorjaar ook op de ui voor en wordt vaak verward met de made van de uienvlieg. Belangrijk is te weten dat de bonenvlieg eerder in het voorjaar komt.

 

Uienvlieg

Uienvlieg

 

Larven van de tweede generatie (vlucht van juli tot september) tasten soms de bol aan. Hierdoor ontstaan misvormde bollen en/of gaan de bollen tot rotting over als gevolg van aantasting door secundaire schimmels.

 

Eieren uienvlieg

Eieren van de vlieg.

 

Uienvlieg

Larve uienvlieg. De achterkant is plat, dit in tegenstelling tot de larve van de bonenvlieg. Deze kan ook flink schade veroorzaken en is vaak eerder dan de larve van de uienvlieg.

 

Wanneer aan de orde

De eerste generatie - de eerste helft van mei tot half juni - veroorzaakt de meeste schade.

Bestrijding

De bestrijding kan op verschillende manieren plaatsvinden:

  • Biologische bestrijding met voor dit doel gekweekte steriele uienvliegen (SIT-techniek). De vliegen worden uitgezet aan de randen van een perceel. Aangezien uienvliegen weinig mobiel zijn en door de overmaat aan verspreide steriele vliegen, paren nagenoeg alle op het perceel aanwezige uienvliegen met de steriele vliegen. Hierdoor wordt de voortplanting tot vrijwel nul gereduceerd. Niet onbelangrijk bij deze bestrijdingsmethode is dat er geen kans is op resistentie-ontwikkeling.
  • Een zaadcoating waarin een insecticide is verwerkt. Het grote voordeel van deze methode is dat per hectare slechts grammen werkzame stof nodig zijn.

 

Terug naar boven ⤴


Verschroeiing

Engels : sunscald

 

Omschrijving

Verschroeiing vindt meestal plaats in het zwad na de oogst. De uien worden blootgesteld aan hitte en een heldere, felle zon. Het uienweefsel verschroeit (sterft af) en de plek voelt slijmerig aan. Als de buitenkant opdroogt, resteren ingezonken plekken aan de buitenkant van de ui, gekenmerkt door een bleke kleur. Vooral rode uien zijn erg gevoelig.

 

Verschroeiing

 

Wanneer aan de orde

Uien die onder hete, zonnige omstandigheden in het zwad liggen, kunnen verschroeien.

 

Verschroeiing

 

Bestrijding

De oogst snel laden en inschuren.

 

Terug naar boven ⤴


 

Zaai en groei
Ziekten
Plagen
Oogst
Bewaring
Afzet
Uien home

▲ Naar boven

Waterrot

Omschrijving

Waterrot is moeilijk te duiden. Gedurende het groeiseizoen wordt men soms geconfronteerd met een enkele rotte ui tussen allemaal gezonde uien. Soms vindt men een ui in de legger die zacht is. Na snijden van de ui lijkt het alsof deze zich heeft vol gezogen met water. Er is geen sprake van bacteriën.

 

Waterrot

 

Wanneer aan de orde

Bij langdurig en overmatig water bij de ui.

Bestrijding

Drogen, drogen en nog eens drogen. Het vocht moet de bewaarplaats uit. En preventief: zorgen voor goede ontwatering in het perceel.  

 

Terug naar boven ⤴


Watervellen

Omschrijving

In sommige jaren worden telers geconfronteerd met watervellen. De huid kleurt donker, voelt slijmerig en leerachtig aan. Watervellen ontstaan door een tijdelijk gebrek aan zuurstof, dit blijkt uit Noors onderzoek. De ademhaling van een ui vindt plaats via de bolstoel en de hals. Door deze met parafine te bedekken, ontstaan watervellen. Als de ui in het veld door bijvoorbeeld harde regen tijdelijk geen zuurstof krijgt, ontstaan watervellen. De aantasting is fysiologisch. Ook beschadigingen, hitte en een hoge luchtvochtigheid kunnen leiden tot watervelontwikkeling.  

 

Watervellen

Kenmerkend aan watervellen is het vocht dat achter de huid zit. Duidelijk is te zien dat de huid slijmerig en leerachtig is.

 

Wanneer aan de orde

Een lage plantdichtheid bevordert het percentage watervellen, wees PPO-onderzoek uit. Ook het beregenen tussen bolvorming en oogst verhoogt het risico. Dit betekent dat natte omstandigheden in deze periode de kans op watervellen verhoogt.

 

Watervellen

 

Bestrijding

Niet rooien onder vochtige omstandigheden, niet te kort klappen en rooibeschadigingen voorkomen. Schuur de uien snel in en droog ze op volle kracht. 

 

Terug naar boven ⤴


Zonnebrand

Engels: sunburn

 

Omschrijving

Kenmerkend voor zonnebrand is de lokale groenachtige verkleuring die wordt veroorzaakt door blootstelling aan de zon. Deze plek wordt omringd door bijna wit weefsel. Van belang hierbij is dat het weefsel van de ui niet kapot wordt gemaakt. Dit in tegenstelling tot verschroeiing.  

 

Zonnebrand

 

Wanneer aan de orde

Zonnebrand kan optreden als uien bij hoge temperaturen lang worden blootgesteld aan fel zonlicht.

Bestrijding

Rooien op een moment dat de zon niet bovenaan de hemel staat. Uien niet te lang laten liggen, om verschroeiing te voorkomen.

 

Zaai en groei
Ziekten
Plagen
Oogst
Bewaring
Afzet
Uien home

Terug naar boven ⤴