RundveeNieuws

’t Hart: afzet melk via DMF beter dan zelf verwerken

Amersfoort – Het loont voor FrieslandCampina meer om jaarlijks een flink volume melk aan concurrenten af te zetten onder de voorwaarden van de Dutch Milk Foundation (DMF) dan om deze melk zelf te verwerken. Dat zegt topman Cees ’t Hart van FrieslandCampina in een interview met Boerderij.

Als de melk zelf moet worden verwerkt, moet die worden verpoederd. Juist daarop wordt bij FrieslandCampina het verlies geleden, zegt ’t Hart. Weliswaar loopt het rendement ook op de poederactiviteiten op, maar op de laatste volumes wordt nog steeds verlies geleden. ’t Hart: “Bij de fusie maakten we op zo’n 60 procent van het product een goede marge en op de resterende 40 procent steeds minder. Nu zitten we op een ratio van 70/30.”

Het gevoel van veel leden dat ‘anderen mooi weer spelen met de melk van FrieslandCampina’ klopt dus niet, geeft ’t Hart toe. “De melk brengt de garantieprijs op. Als we de melk zelf moesten verwerken, zouden we er een toren bij moeten zetten. Dan vonden we er ook wel een weg mee…”

Een manier om af te komen van de Europese fusiebeperkingen is er volgens ’t Hart niet. De onderneming moet er mee leven. En per saldo kosten de beperkingen de leden geen geld. Jaarlijks moet FrieslandCampina een kleine 1,2 miljard kilo melk ter beschikking stellen aan concurrenten. Dit volume had ook fors kunnen dalen, als er voldoende leden waren die weg wilden bij FrieslandCampina, maar die zijn er niet. De beschikbaar gestelde melk gaat naar Arla Nijkerk, Delta Milk en vanaf 2014 ook naar A-ware. ’t Hart: “Je ziet dat er partijen zijn die graag die melk willen hebben. Dat hadden wij ook niet voorzien. Het is geen papieren exercitie van Brussel. De maatregel heeft zijn nut bewezen.”

Beheer
WP Admin